Reguleer ook de inkoop van wiet

Verkoop van softdrugs via de ‘voordeur’ wordt gedoogd. De achterdeur blijft strafbaar. Hypocriet, vinden advocaten Sidney Smeets en Tim Vis.

De documentaire Morgan Spurlock: Inside Man over medicinale wiet (VPRO, 11 oktober 2013) toont de grimmige kant van het cannabisbeleid in de Verenigde Staten: medicinale wiet mag worden verkocht, maar niet ingekocht. Dat klinkt bekend. Overheidsingrijpen hangt ook in Nederland als zwaard van Damocles boven het hoofd van eerlijke coffeeshophouders. Het is tijd voor een oplossing voor dit hypocriete beleid.

Een korte samenvatting van het gedoogbeleid: wij, als samenleving, willen geen straatdealers, die naast soft- ook harddrugs slijten aan eenieder die maar wil, en hebben daarom zogenaamde coffeeshops in het leven geroepen.

Coffeeshops mogen softdrugs verkopen zolang zij zich aan speciale voorwaarden houden zoals: geen verkoop aan minderjarigen, geen harddrugs of alcohol en in de shop mag maximaal 500 gram aanwezig zijn. Het gedoogbeleid ziet echter uitsluitend op de handel via de ‘voordeur’. Die wordt door de politie en de gemeente gecontroleerd. Voor inkoop en aanvoer sluit iedereen de ogen. Hoewel alle partijen weten wat er gebeurt, is en blijft de ‘achterdeur’ strafbaar.

Omdat iedereen weet dat bevoorrading plaatsvindt, is wel sprake van ‘impliciet’ gedogen. Coffeeshops bieden de overheid inzicht in de administratie, waarin inkoop, verkoop en voorraad netjes worden weergegeven. In de meeste gevallen wordt deze periodiek ingezien door de politie, gemeente en niet in de laatste plaats de Belastingdienst. In de shop mag weliswaar maar 500 gram liggen, maar in een goed lopende shop wordt dagelijks meer dan 500 gram verkocht en dat mag ook. Uit de administratie blijkt zonneklaar dat tussentijds wordt bevoorraad uit een externe voorraad.

Als de politie op de externe voorraad van de coffeeshop stuit, wordt de shop vervolgd. Het Openbaar Ministerie (OM) doet alsof zijn neus bloedt, doet alsof het jarenlang niets heeft geweten en daagt de coffeeshop voor de rechter met het doel alle gedoogde inkomsten van alle voorgaande jaren te ontnemen. Dat is in tijden van bezuiniging makkelijk cashen, voor de crimefighters. Het OM verschuilt zich achter het gebrekkige gedoogbeleid, maar de laatste jaren zijn er steeds vaker doortastende strafrechters die de goedkope truc van het Openbaar Ministerie doorzien en de vervolging beletten. De coffeeshophouder blijft echter afhankelijk van de rechter en heeft geen enkele garantie dat hij niet wordt vervolgd.

Het is de hoogste tijd om deze rechtsonzekerheid een halt toe te roepen. Hoewel de Tweede Kamer al in 2001 opriep de achterdeur te reguleren en veel gemeentes initiatieven lanceren om dit te bewerkstelligen, torpedeert het ministerie van Veiligheid en Justitie ieder degelijk plan. Dit terwijl de oplossing voor de hand ligt: de transparante keten.

Naast de gedoogde gereguleerde verkoop van softdrugs stellen wij voor ook de gereguleerde inkoop van softdrugs toe te staan; idealiter zou ook de teelt worden gereguleerd. In ieder geval zou de coffeeshophouder een (externe) bedrijfsvoorraad moeten mogen aanhouden die in verhouding staat tot de verkoop in de shop. Aangezien wiet, in zijn algemeenheid, eens per drie maanden wordt geoogst, dient een coffeeshop ook een voorraad van drie maanden aan te kunnen houden. Op de voorraad kan periodiek toezicht plaatsvinden, zoals dat ook aan de ‘voordeur’ gebeurt. Bijkomend voordeel is dat dan kan worden toegezien op de kwaliteit van het product, zodat de volksgezondheid wordt gewaarborgd. De coffeeshophouder die over de kwalitatieve of kwantitatieve grens gaat, heeft flink wat uit te leggen en kan, indien zijn verhaal niet deugt, alsnog worden vervolgd.

De transparante keten is een oplossing die niet alleen voor coffeeshops als verademing komt, maar dienstig is aan de maatschappij als geheel. Op deze wijze wordt het bevoorradingsprobleem opgelost, blijft grootschalige criminele wiethandel die niet is bestemd voor coffeeshops onverminderd vervolgbaar en zijn coffeeshophouders niet langer afhankelijk van de grillen van een overheid met twee gezichten.

Het betekent een einde aan de hypocrisie van de achterdeur. Nederland zou hierin niet alleen staan. In de Verenigde Staten gedoogt de federale overheid decriminalisering – en in Colorado en Washington zelfs legalisering – van gereguleerde wietteelt en inkoop door cannabisverstrekkers. Ook Spanje, Portugal, Tsjechië, Roemenië en Uruguay blijven niet achter. Waar minister Opstelten zich telkens verschuilt achter ‘de internationale verdragen’, zien wij wereldwijd steeds meer initiatieven. De verdragen bieden al ruimte voor experimenten op het gebied van volksgezondheid en kunnen voor het overige worden herzien of opgezegd. Waar de rest van de wereld de decriminalisering van cannabis actief regelt, mag gidsland Nederland niet achterblijven.