Tsjechië verder uit balans door plotse succes van protestpartij

Door de opmars uit het niets van een protestpartij zijn de bestuurlijke verhoudingen in Tsjechië bij de parlementsverkiezingen afgelopen weekeinde verder uit balans geraakt. Geen der traditionele partijen is nu in staat een coalitie te vormen zonder de nieuwe protestpartij, die als enige heeft geprofiteerd van het door corruptieschandalen en verziekte politieke klimaat. In Tsjechië wordt daarom nu een vergelijking met Italië gemaakt.

Bij de verkiezingen zijn beide zijden van het spectrum door de kiezers gestraft. De twee partijen van de centrum-rechtse regeringscoalitie haalden samen nog geen twintig procent, tegen 47 procent in 2010. Ook de sociaal-democraten verloren, al werden ze met 20,5 procent de grootste partij. De communisten bleven steken op 15 procent, te weinig voor een linkse coalitie. De winnende partij Actie van Ontevreden Burgers (ANO), die in één klap op ruim 18 procent kwam, kan bepalen welke coalitie gaat regeren. Partijleider Andrej Babis van ANO zei zaterdag geen regeringsverantwoordelijkheid te willen dragen. Maar zondag verklaarde zijn tweede man het tegendeel.

Wellicht dwingt Babis de sociaal-democratische voorman Bohuslav Sobotka tot een coalitie met de christen-democraten. Sobotka heeft zijn politieke lot verbonden aan de formatie van een regering.