Opbrengsten in de akkerbouw gaan nog steeds omhoog

Door gewasveredeling en nieuwe rassen neemt de opbrengst van bieten en gerst op Nederlandse akkers toe.

In Nederland blijft de opbrengst van gewassen als suikerbiet en gerst stijgen. Dat komt voornamelijk door continue veredeling en introductie van nieuwe rassen. Toch blijft in sommige gevallen de oogst in de praktijk achter bij wat er in principe mogelijk zou moeten zijn. Dat is vooral het geval bij de teelt van wintertarwe en aardappelen

Dat blijkt uit onderzoek van de Wageningen Universiteit. De resultaten bieden hoop voor de wereldwijde voedselvoorziening. In 2050 zullen er naar verwachting ruim 9 miljard mensen op de aarde leven. Dat zijn er 2 miljard meer dan nu. Ook zal een aanzienlijk deel in betere welvaart leven en (meer) vlees eten. Er zal daarom meer land nodig zijn voor het verbouwen van veevoer. In 2050 zal de mondiale voedselopbrengst naar schatting 70 procent hoger moeten liggen dan in 2005.

In dit kader brachten wetenschappers van de Wageningse groep plant production systems de opbrengst in kaart van vier in Nederland verbouwde gewassen over de laatste drie decennia: wintertarwe, gerst, aardappelen en suikerbieten. Ze keken wat nieuwe rassen hadden opgebracht als ze onder ideale omstandigheden werden geteeld, met voldoende water, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en de juiste bodem. Dat vergeleken ze met wat die rassen in de praktijk opbrachten. „Met name boeren die wintertarwe en aardappelen verbouwen, klagen de laatste jaren dat de opbrengsten stagneren”, zegt Bert Rijk, die meewerkte aan het onderzoek. Het werd onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Field Crops Research. „We wilden achterhalen of dat zo is, en waar dat dan aan ligt.”

Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een boer in 1980 gemiddeld 7 ton wintertarwe van een hectare land haalde. Tot 2008 is dat lineair blijven stijgen, tot zo’n 9 ton. Voor de laatste jaren zijn er nog geen gegevens. Ook voor gerst en zetmeelaardappelen is de opbrengstgroei lineair, hoewel bij aardappelen de lijn niet heel hard stijgt. Uitzondering is de suikerbiet. Tussen 1980 en 1995 steeg de opbrengst amper, maar daarna klom hij juist snel, van gemiddeld 9 ton naar zo’n 13 ton suiker per hectare in 2010. „Dat is spectaculair”, zegt Rijk. Die groei is niet alleen te wijten aan veredeling, maar ook aan veranderde teeltomstandigheden. „De teelt van suikerbieten heeft zich verplaatst naar goeie, vochtige kleigrond”, zegt Rijk.

Volgens hem is met dit onderzoek uitgesloten dat de stagnatie van de opbrengst, waarover boeren klagen, aan de genetica ligt. Via veredeling is de oogst per hectare in de afgelopen decennia gestaag verbeterd, zo laten alle proeven onder ideale omstandigheden zien.

Wel zien de onderzoekers een groeiende yield gap: het gat tussen wat er onder ideale omstandigheden mogelijk is, en wat er in de praktijk van het land wordt gehaald. Daarvan is sprake bij alle vier de gewassen, maar vooral bij wintertarwe en aardappelen. Dan is de vraag, waar komt dat door? Door de timing van zaaien en oogsten, door factoren in de bodem, het klimaat, financiën? Dat wil de Wageningse groep in vervolgonderzoek duidelijk krijgen.

    • Marcel aan de Brugh