Nóg meer veeteelt? Niet doen, zeggen de hoogleraren. De kosten zijn ‘gigantisch’

Experts zijn bang voor een verarming van het landschap en schade aan de gezondheid.

Afschaffen van dierrechten en Europese melkquota leidt tot verdere intensivering van de veeteelt en pakt desastreus uit voor volksgezondheid, woonomgeving, natuur en milieu. Dat zeggen de Groninger hoogleraren Jeltsje van der Meer-Kooistra (financieel management) en Henk Folmer (ruimtelijke economie).

Van der Meer: „Verdere intensivering is een slechte ontwikkeling. Als voedsel voor de dieren komen er monoculturen van grasland en maïsvelden in plaats van bloemrijke weilanden. Dat is een verarming van het landschap, maar het gaat ook ten koste van de weidevogels.”

Folmer: „Er is een autonome ontwikkeling naar schaalvergroting. Die gaat ten koste van natuur en landschap en daardoor van recreatie en toerisme. Terwijl in die sectoren meer mensen werken dan in de landbouw.”

De politiek moet landelijk regels blijven stellen en toestemming voor uitbreiding van familiebedrijven naar „industriële complexen” niet overlaten aan provincies, zegt Folmer. „Er is een ijzersterke boerenlobby. Provincies zijn daar gevoelig voor. Boeren zijn goed georganiseerd en hebben juist in de periferie overal hun tentakels. Als de centrale overheid geen grenzen stelt, is de trein niet te stoppen. De ervaring leert dat het heel moeilijk is ontwikkelingen terug te draaien. Daarom moet je aan het begin duidelijke normen stellen en stapsgewijs te werk gaan.”

De kosten van de intensieve veehouderij zijn volgens de hoogleraren „gigantisch”. Van der Meer noemt als voorbeeld de „verarming” van de bodem door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. „De effecten daarvan zullen op langere termijn groot zijn.” Ammoniak komt via de lucht in natuurgebieden terecht, die daardoor „lastig” te beheren zijn. „Dat brengt zeer hoge kosten met zich mee.” Ook de kosten door dierziekten als varkenspest, mond- en klauwzeer en Q-koorts zijn hoog. „De Q-koorts heeft zelfs levens gekost.”

Nederland moet volgens Van der Meer alle kosten van de veehouderij in kaart brengen, ook die van aantasting van het landschap, en schade aan volksgezondheid en woonomgeving. Vervolgens zou Nederland „serieus moeten nadenken” over „andere verdienmodellen” in de veeteelt. „Intensieve veehouders zien nu vaak geen andere mogelijkheid om winst te blijven maken dan door schaalvergroting. Maar er zijn alternatieven. Er zijn andere manieren om te overleven, waarbij je meer rekening houdt met het welzijn van dieren en de waardering voor het landschap. Denk aan boeren die weidevogels beheren. Die zijn vaak niet veel slechter af.”