‘Nederland cruciaal in Boerenoorlog’

‘De Boerenoorlog’ heeft de Libris Geschiedenis Prijs gewonnen, en is genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.

Foto Károly Effenberger

Martin Bossenbroeks De Boerenoorlog is inmiddels al aan druk negen toe, terwijl de auteur met de tweede druk al „in de wolken” was. „De ‘Boerenheld’, de Zuid-Afrikaan die zich zo moedig verweerde tegen de Britse ‘Rooinek’, was een paar generaties terug erg populair in jeugdboeken. Ik had dus wel zo’n idee dat de Boerenoorlog een oudere generatie zou kunnen aanspreken. Maar dit is fantastisch, het blijkt in een veel bredere kring aan te slaan.”

Het succes van De Boerenoorlog, over de oorlog die de Britten tussen 1899 en 1902 met van oorsprong Nederlandse Zuid-Afrikanen uitvochten, is vergelijkbaar met dat van David Van Reybroucks Congo: ook in Van Reybroucks geval groeide een vuistdik boek over een onderbelicht deel van de geschiedenis uit tot een bestseller.

Welke leemte moest uw boek vullen?

„Gerrit Schutte, de grote kenner van Zuid-Afrika, schreef in zijn recensie dat we honderd jaar hebben moeten wachten op een Nederlands standaardwerk over de Boerenoorlog. Zuid-Afrika is in Nederland vooral na de Tweede Wereldoorlog steeds meer op de achtergrond geraakt. Er is in Engeland ontzettend veel over het conflict geschreven, maar het standaardwerk, het prachtig geschreven The Boer War van Thomas Pakenham, is in zoverre gedateerd dat het vooral een verslag van veldslagen is van de eerste fase van de oorlog. Ik wilde de perspectieven van Boeren en van niet-blanken beter belichten, met name in de gruwelijke tweede fase van de oorlog. Daarnaast wilde ik de rol toevoegen die Nederland heeft gespeeld. Het waren Nederlanders die voor de Boeren de spoorlijn tussen Johannesburg en Mozambique aanlegden en exploiteerden. Die spoorlijn was een van de belangrijkste redenen voor de Britten om in te grijpen in de Boerenrepublieken. Je kunt rustig stellen dat ons land een missing link is in de totstandkoming van het conflict.”

Het boek is geconstrueerd aan de hand van de aantekeningen van drie betrokkenen. Met die van de Nederlandse jurist Willem Leyds moet u goud in handen hebben gehad?

„Leyds was mijn eerste keuze. Op de eerste plaats omdat zijn geschriften de gehele duur van het conflict bestrijken, van aanloop tot eindspel. Toen hij als 25-jarige in Zuid-Afrika belandde keek hij nog neer op de ‘cultuurbarbaren’ die er woonden, maar hij kreeg steeds meer voeling met de Boerenzaak, vooral omdat zijn rechtsgevoel werd geschonden. Leyds werd door de Britten gezien als de kwade genius in het conflict. Ik kon met zijn geschriften ook psychologische diepgang aan het boek geven.”

Waarom heeft u niet het verhaal van een zwarte Zuid-Afrikaan gebruikt?

„Ik had het boek dolgraag gecompleteerd met meer egodocumenten van niet-blanke Zuid-Afrikanen, maar er is alleen het dagboek van Sol Plaatje, over de belegering van Mafeking, en dat is te statisch voor een aparte verhaallijn. De ellende van de Boerenvrouwen en -kinderen in de interneringskampen komt des te schrijnender uit omdat ik die laat aanklagen door een Britse vrouw, Emily Hobhouse, de Florence Nightingale van de Boerenoorlog.”