Levenloos

Via de rechterbaan van de snelweg reed ik zaterdagmiddag richting Amsterdam. In mijn achteruitkijkspiegel verdween de hoogbouw van Rotterdam uit zicht. Ter hoogte van Overschie fladderde politielint over de ventweg. Mannen in witte overalls stonden in de berm. Daar in het riet moest de dood toegeslagen hebben Ter hoogte van Overschie fladderde politie- lint over

Via de rechterbaan van de snelweg reed ik zaterdagmiddag richting Amsterdam. In mijn achteruitkijkspiegel verdween de hoogbouw van Rotterdam uit zicht.

Ter hoogte van Overschie fladderde politielint over de ventweg. Mannen in witte overalls stonden in de berm. Daar in het riet moest de dood toegeslagen hebben

Ter hoogte van Overschie fladderde politie-

lint over de ventweg. Mannen in witte overalls stonden in de berm. Daar in het riet moest de dood toegeslagen hebben

De crime scene was alweer buiten mijn gezichtsveld geraakt. Ik reed door naar Amsterdam en zette in de stadsschouwburg mijn telefoon uit. Verderop in de Arena zou Ajax tegen RKC gaan spelen. De uitslag zou ik later wel vernemen.

In de nacht zette ik mijn telefoon aan. De klok was een uur teruggezet, zag ik. Ik zocht naar de eindstand van de wedstrijd. 0-0? Bij het bericht stond een opmerking van Frank de Boer: „Dit was onder de maat.” Voor het bijbehorende gezicht van de Ajaxcoach had ik niet veel fantasie nodig; een frons vol onbegrip.

Frank de Boer kan niet tegen zijn verlies.

Op weg naar mijn geparkeerde auto zag ik hoe een fietser op het Leidseplein met zijn voorband in de tramrails glipte. Een klap. De jongen lag onder zijn verkreukelde fiets. Het duurde lang voor hij weer bewoog.

Gistermiddag keek ik op tv naar PSV-trainer Phillip Cocu. Hij stond langs de kant van het veld en deed pogingen zijn kapsel goed te houden in het stormachtige weer. Zoals alle trainers heeft Cocu het liefst alles in de hand maar zijn plukken haar verloren het van de wind.

Cocu wil – net als zijn generatiegenoot De Boer – altijd winnen. Na een snelle voorsprong stond het vlak voor het einde van de wedstrijd 2-1 voor Roda JC. Ook PSV ging weer punten verliezen.

Bij een poging de bal uit het doel te houden, klapte PSV-keeper Tyton met zijn achterhoofd op een stalen pijp die het net van het doel op de grond moet houden. Hij lag groggy in het gras.

De wedstrijd werd stilgelegd. Er hingen spelers over de doelman heen. De behandeling duurde minuten. De rechtervoet van Tyton bewoog even. Hij leefde in ieder geval.

Veldspeler Toivonen trok een keepersshirt aan; het stond zielig.

Op de site van het regionale nieuws kwam de bevestiging van mijn vermoeden: ‘Dode man gevonden in Overschie’. Een getuige had een levenloos lichaam in de berm aangetroffen.

In de tv-studio kwamen de analisten Jan van Halst en Arnold Bruggink in beeld, achter hen bleef de stilgelegde wedstrijd op scherm te zien. Van Halst wilde beginnen over het vertoonde spel. Bruggink protesteerde, hij kon niet over voetbal praten terwijl de inmiddels gestabiliseerde PSV-doelman nog op het veld lag.

Later op de middag verloren Feyenoord en Vitesse kostbare punten. Toen overleed Lou Reed en besefte ik dat ik het afgelopen etmaal 25 uur had geleefd.