‘Iran heeft zelden zoveel initiatief genomen’

Dit is een uniek moment voor een doorbraak in het conflict over Irans nucleaire programma, zegt de adjunct-directeur-generaal van het IAEA die de onderhandelingen drie jaar leidde.

Herman Nackaerts heeft pech. Vandaag is er een nieuwe bespreking tussen het IAEA, het Internationale Atoom- en Energieagentschap in Wenen, en Iran over inspecties naar zijn nucleaire programma. Nackaerts, een Belg, heeft die onderhandelingen als adjunct-directeur-generaal van het IAEA drie jaar geleid. Al die tijd zat de zaak muurvast. Nu er eindelijk een nieuwe wind lijkt te waaien in Teheran en de nieuwe president Rouhani de impasse wil doorbreken, gaat Nackaerts met pensioen. „Zo gaat het in het leven”, zegt hij laconiek. „Mijn Finse opvolger onderhandelt, ik krijg de verhuizers.”

In spijkerbroek en trui wandelt Nackaerts een Weens koffiehuis in. Hij waarschuwt dat hij niet het achterste van zijn tong kan laten zien. Toen hij afzwaaide moest hij een vertrouwelijkheidsdocument tekenen. Het Iran-dossier is politiek gevoelig en zit vol vertrouwelijke informatie. Wel kan hij de context schetsen van een conflict dat begon in 1979, en sinds 2006 door haviken aan beide kanten werd gekaapt. Nackaerts beaamt dat dit een uniek moment is voor een doorbraak, maar waarschuwt: „Het is te vroeg om conclusies te trekken.”

Wil president Rouhani het probleem echt oplossen?

„Ik hoop dat de nieuwe machthebbers oprecht interesse hebben in een vreedzame oplossing van het nucleaire probleem. Zelf heb ik sinds de machtswisseling maar één gesprek gevoerd met het Iraanse onderhandelingsteam – onvoldoende om een oordeel te vellen. Dat gesprek, eind september in de Iraanse ambassade in Wenen, was heel constructief. Ik had een vrijwel nieuw team voor me. De ambassadeur was nieuw. Hij stelde vragen, luisterde. Er leek meer aansluiting te zijn dan voorheen. We spraken vooral over de aanpak voor de komende tijd.”

Iran presenteerde onlangs in Genève een plan aan de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad en Duitsland.

„Het heeft zelden zoveel initiatief genomen. Het plan is niet gepubliceerd. Maar ik denk dat de nieuwe machthebbers snel resultaat moeten tonen op economisch gebied. De tijd dringt. Rouhani zegt dat hij 3 tot 6 maanden heeft. Hij heeft waarschijnlijk gelijk.”

Wil hij vooral van de sancties af?

„De sancties treffen Iran hard. Daar wil het vanaf. Dat kan alleen als er een doorbraak komt op het nucleaire dossier. Er zijn invloedrijke groeperingen in Iran die daar verschillende meningen over hebben. Allen moeten zich achter een oplossing scharen. Dat kan alleen als ze er binnen afzienbare tijd iets tastbaars voor terug krijgen.”

Hoe ziet u de oplossing?

„Die loopt via het IAEA. Er zijn al jaren aantijgingen, sommige concreter dan andere, dat Iran aan een atoombom werkt. Iran heeft het Non-proliferatieverdrag getekend, wat inhoudt dat je alleen uranium mag verrijken voor vreedzame doeleinden zoals energieopwekking. IAEA-inspecteurs houden daar toezicht op. Wapenproductie is verboden. Iran zegt: ‘Die aantijgingen hebben onze vijanden verzonnen.’ Om te bepalen wie gelijk heeft, moet Iran het IAEA toegang geven tot sites, personen en informatie die uitsluitsel kunnen geven over deze aantijgingen.”

Wilde Iran dat niet?

„Het zit ingewikkelder. Iran heeft 17 nucleaire installaties aangegeven bij het IAEA. Daar doet het agentschap inspecties. Elke dag zijn er 2 tot 6 inspecteurs in Iran, meer dan in veel andere landen. Weinig mensen weten dit. Bij deze 17 installaties hoort de verrijkingsfabriek van Natanz. Voordat die fabriek in 2002 kenbaar werd gemaakt door Iraanse oppositiegroepen, had Iran haar niet aangemeld bij het IAEA. Daar was het wel toe verplicht. Ook in de ondergrondse verrijkingsfabriek van Fordow, waarvan het bestaan in 2009 bekend werd, doet het IAEA nu inspecties. Op de vraag waarom die installaties zo lang clandestien zijn gehouden, antwoordden de Iraniërs: ‘Vroeger konden wij, zoals andere landen, legaal grondstoffen en verrijkingstechnologie kopen. Sinds de revolutie is dit onmogelijk, omdat vroegere leveranciers ons niets meer leveren. Dus móet het clandestien.’ Eind 2005 kwamen er meer aanwijzingen dat Iran interesse had in een bom. De samenwerking tussen het IAEA en Iran stagneerde. In februari 2006 werd de zaak naar de VN-Veiligheidsraad verwezen. Iran kreeg resoluties tegen zich afgekondigd. Die leidden tot sancties. Sindsdien zat er weinig schot in. De VN-resoluties roepen Iran ook op om alle verrijking te stoppen. Iran wil dat niet. Nog niet. Daarmee zijn zelfs verrijkingsactiviteiten waar Iran normaliter recht op heeft, illegaal geworden.”

Israël fabriceerde een bom en kreeg geen sancties. Iran mag niet verrijken. Meet de wereld met twee maten?

„Er is een vertrouwensbreuk. Het feit dat Israël waarschijnlijk een bom heeft, is duidelijk een probleem in het Midden-Oosten. Pakistan en India hebben kernwapens gemaakt en evenmin sancties gekregen. Deze landen hebben het Nonproliferatieverdrag niet getekend en zijn dus, paradoxaal genoeg, niet in overtreding.”

Zit het IAEA op zijn handen?

„Nee, het inspecteert de 17 installaties. Ook evalueert het aanwijzingen over mogelijke niet-gedeclareerde activiteiten en sites waar inspecteurs geen toegang hebben. Bijvoorbeeld door satellietbeelden op te vragen.’’

Bevestigt die informatie dat Iran aan een atoombom werkt?

„Toen Libië in 2003 zijn kernwapenprogramma opgaf, bleek dat ‘de vader van de Pakistaanse atoombom’, A.Q. Khan, deels dezelfde onderdelen en technologie had geleverd aan Tripoli als aan Teheran. Het IAEA zit al jaren met vragen waar geen antwoord op komt. Iran zegt dat het uranium moet verrijken tot 20 procent voor de productie van medische isotopen. Maar daarvoor heeft het land genoeg verrijkt voor tenminste 20 jaar. Waarom gaat het daar dan mee door? Zijn er meer Iraanse installaties waar wij niet van weten? Waarom heeft Iran een nieuwe zwaarwaterreactor nodig? Er zijn nog veel vragen.’’

Wat gebeurde er als u naar plaatsen wilde die mogelijk deel uitmaakten van Irans niet-gedeclareerde nucleaire programma?

„Soms zei Teheran: sorry, dat is een militaire site, daar mag u niet zomaar in. Dat begrijpen wij, dat hebben we in andere landen soms ook. Dan onderhandel je over voorwaarden, zodat je toegang krijgt zónder Irans veiligheid in het gedrang te brengen. Met Iran kwamen we daar niet uit. Ook begon Iran een plek die we wilden bezoeken, Parchin, te ontmantelen zodra we erover begonnen. Ineens waren er vloeistofsporen in de woestijn. Toen bouwden ze een tent over het gebouw. Toen die verdween, zat er een nieuw dak op. Daarna groeven ze aarde eromheen weg. Er kwam nieuwe aarde. Daarover asfalt. Alsof Iran sporen van vroegere activiteiten wilde uitwissen.”

Israël wil dolgraag bombarderen.

„Als Iran wil bewijzen dat zijn nucleaire activiteiten alleen vreedzame doeleinden dienen, is het IAEA de beste troef die het heeft. Het IAEA kreeg in 2005 de Nobelprijs, omdat we Irak in waren gegaan en vaststelden dat er geen kernwapenprogramma meer was. De VS hadden valse informatie. Het IAEA heeft een uitstekend record van onpartijdigheid. Ik hoop dat we dat met Iran ook kunnen bewijzen.”

Bent u vaak in Iran geweest?

„Ongeveer 25 keer. Veel inspecteurs zijn er vaker geweest. De meesten hebben een multiple-entry visum en kunnen het land makkelijk in en uit.”

Werd u goed behandeld?

„De verhouding tussen het IAEA en Iran is altijd goed geweest. Routine-inspecties geven weinig problemen. We zijn altijd goed ontvangen. Iraniërs zijn hartelijke mensen. Soms voelde je wel enige spanning. Toen er vijf Iraanse nucleaire wetenschappers werden vermoord, bijvoorbeeld. Het Iraanse team had hen goed gekend. Ze waren geschokt. Foto’s van de vijf stonden soms in de onderhandelingskamer.”

Was u niet te ‘westers’?

„Als westerling gezien worden is in Iran niet per definitie slecht. Buiten de officiële retoriek om merk je dat mensen geïnteresseerd zijn in Amerika en Europa. Velen hebben er familie, willen er studeren. Nogmaals: ik ben er altijd hartelijk ontvangen.”

    • Caroline de Gruyter