opinie

    • Floor Rusman

Introvert

Een vriendin moest eens een persoonlijkheidstest invullen bij een sollicitatie voor een Rijkstraineeship. Ondanks haar bovengemiddelde intelligentie en fraaie cv werd ze niet aangenomen: uit de test bleek dat ze niet assertief genoeg was. Zelf werd ik in die tijd ergens afgewezen omdat ik tijdens het sollicitatiegesprek te weinig proactief was. De vriendin en ik waren bezorgd: zouden we wegens onze niet-proactieve karakters veroordeeld zijn tot werkloosheid?

Over werkloosheid en flexibele contracten wordt veel geschreven. Minder aandacht is er voor een subgroep die extra lijdt onder de crisis: introverte, afwachtende werkzoekenden. Zij komen moeilijk aan een baan: in vacatures wordt vaak expliciet gevraagd om ‘extraverte, proactieve, enthousiaste’ mensen.

Introverten vinden het ingewikkelder dan extraverten om zichzelf te ‘verkopen’. Bij een sollicitatiegesprek maken ze veelal een minder sterke indruk dan hun extraverte concurrenten; en als ze toch worden aangenomen, kunnen ze het op de werkvloer alsnog verknallen. Hun onopvallende aanwezigheid maakt dat ze als sloom en ongemotiveerd worden beschouwd.

Dat introversie op de arbeidsmarkt een nadeel is, wordt duidelijk als je googlet op ‘introvert solliciteren’. Het resultaat: tientallen sites met tips voor de introverte sollicitant en werknemer. Je gaat al snel denken dat introverten in een sociale werkplaats thuishoren.

Maar stel je een bedrijf voor met alleen extraverte, proactieve, superenthousiaste mensen: chaotische vergaderingen, ondoordachte beslissingen, hysterische smalltalk bij de koffieautomaat. Extraversie is overschat, zei arbeids- en organisatiepsycholoog Wim Bloemers vorig jaar al in Intermediair: ‘Het idee is: zo’n persoon is open, er zit meer actie in. Hij zal dus ook wel harder werken en beter communiceren. Maar als een werknemer echt extravert is, dan kan hij zijn klep niet houden en is hij constant met anderen bezig.’

Vorige week las ik een interessant artikel in The Wall Street Journal waarin vier typen werknemers werden onderscheiden, gebaseerd op nieuw neurologisch onderzoek. De eerste, de ‘Mover’, is een geboren leider: hij houdt van plannen en overziet de mogelijke consequenties van zijn handelen. De ‘Perceiver’ analyseert zijn waarnemingen en plaatst ze in een context. Deze denker is van groot belang voor een organisatie vanwege zijn wijsheid. De ‘Stimulator’ is het impulsieve ‘out of the box’-type. Hij heeft veel ideeën, maar weinig geduld voor het doordenken of updaten ervan. Ten slotte is er de ‘Adaptor’, de werkbij. Deze is niet bijzonder creatief of visionair, maar is toch van waarde vanwege zijn bereidheid de plannen van anderen uit te voeren.

Natuurlijk, dit is een schematische weergave, net als de onderverdeling in introverte en extraverte mensen. Maar hij laat wel zien wat het belang is van de introverte Perceiver en Adaptor. Zonder hen zou een bedrijf vol daadkracht en gekke ideeën zitten, en zonder mensen om ze van nuance te voorzien of in alle stilte uit te voeren.

    • Floor Rusman