Een kleurrijke staalkaart van stijlen en stemmingen

In ‘Le Jardin de Monsieur Rameau’ plukten dirigent William Christie, barokorkest Les Arts Florissants en zes zangers in de ZaterdagMatinee een kleurrijk boeket uit de muziek van Jean-Philippe Rameau en zes andere vernieuwende componisten. Na de periode-Lully bevrijdden zij in de 18de eeuw de Franse muziek uit het formalisme, de tuin van Versailles. Het was een voortreffelijk gezongen, gespeelde en geacteerde pastiche met vijftig onderdeeltjes. Ze pasten als puzzelstukjes in elkaar en vormden een staalkaart van stijlen en stemmingen: etherisch, arcadisch, woedend, verleidelijk, spottend en betoverend.

Christie vertelde twee verhalen. Een ging over de eeuwige wisselvalligheden van leven en liefde; het tweede was een onderhoudend musicologisch traktaat over de tumultueuze muziekstrijd na de dood van Lodewijk XIV, zoals de ‘Guerre des Bouffons’ en de strijd van ‘Lullistes’ tegen de ‘Ramoneurs’. Steeds was het de vraag wat en hoe er moest worden gezongen. Zoals in de cantate Rien du tout van Racot de Grandval: harmonieus of dissonant, vrolijk of treurig? Alles bleek mogelijk, bovendien op virtuoze wijze. Geestig was L’Ivrogne corrigé (De terechtgewezen dronkaard) van Gluck. Languissant hoogtepunt was het kwartet Tendre Amour van Rameau als tableau vivant. André Campra sprak er in L’Europe galante zijn zegen over uit: ‘Wat een schouwspel! Wat een nieuwe klanken!’

Kasper Jansen

    • Kasper Jansen