Een boek schrijf je niet alleen

WPG Uitgevers verkeert in zwaar weer Hierdoor worden ook de aangesloten boekenuitgevers bedreigd Geen ramp in tijden dat schrijvers zelf boeken uitgeven?

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Denk aan een groot containerschip. Een schip dat moeilijk van koers te brengen is, ook al komt het terecht in zwaar weer. Kleinere scheepjes zouden dan alle zeilen bijzetten – of voorzichtiger gaan varen, de zeilen strijken en op de motor doorpruttelen. Maar zo’n containerschip stoomt wel door.

Vier van de zes genomineerden voor de AKO Literatuurprijs, die vanavond wordt uitgereikt, bevinden zich aan boord van het containerschip WPG. Al deze schrijvers hebben een eigen uitgeverij, De Bezige Bij of Querido of De Arbeiderspers, maar allemaal zijn ze onderdeel van het uitgeversconcern dat WPG heet. De motor draait omdat WPG voor brandstof zorgt. Ook aan boord zijn de uitgevers van Arnon Grunberg, Youp van ’t Hek en Tomas Ross, een paar grote kinderboekuitgeverijen, tijdschriftenuitgeverijen. Zelfs Voetbal International – tijdschrift én sportboekenuitgeverij – vaart mee.

Maar wat nu als dat megaschip uit koers wordt gebracht? Als het weer zó zwaar wordt dat alles begint te schommelen? Of als er steeds minder geld is om brandstof bij te tanken? Van zinken is nog geen sprake, maar de opvarenden worden wél flink door elkaar geschud, en misschien slaat er toch iemand overboord.

De crisis heeft toegeslagen bij WPG, schreven de directeuren ongeveer een week geleden in een brief aan alle auteurs. „Het voortbestaan van uw uitgeverij [staat] niet op het spel”, benadrukken ze, maar een reorganisatie is „onvermijdelijk”. De winst bij WPG is te laag ten opzichte van de renteverplichtingen en de schuld is te hoog ten opzichte van de winst, dus de bank kijkt scherp mee over de schouder van de WPG-kapiteins en stuurt zonodig bij.

Is dat erg? Het WPG-nieuws richtte zich vooral op de vraag hoe lang bladen als Opzij en Psychologie Magazine het nog uithouden. De redenering was: als deze tijdschriften sneuvelen, gaan ze ook écht kopje-onder, voorgoed. Voor de boekenuitgeverijen was minder aandacht, terwijl daar 55 procent van de omzet wordt behaald.

En een schrijver, die vindt toch wel een reddingsboei? Tegenwoordig kan iedereen toch zelf een boek maken? Genoeg kansen voor literaire vrijbuiters, via doe-het-zelfkanalen als EZbook.nl, Boenda.com of Brave New Books.

„Iemand met een gevestigde reputatie zou kunnen besluiten een volgend boek zonder uitgever uit te brengen. Dan heb je ingangen, dan hoef je niet meer ontdekt te worden”, zegt schrijver Özcan Akyol. Toch doet hij het niet. Hij debuteerde met zijn roman Eus succesvol bij uitgeverij Prometheus (overigens géén WPG-onderdeel) en hij wil daar niet meer weg. „Wie aan self-publishing doet, is waarschijnlijk eerst afgewezen door een uitgever. Geen schrijver wil alles zelf doen. Er komt zo veel bij kijken.”

Een uitgeverij helpt je koers te bepalen. Een boek máák je al niet eens alleen. In een

vroeg stadium kan een redacteur al van doorslaggevend belang zijn. „Zij houdt me op de rails”, zei schrijver Peter Buwalda eens in de Volkskrant over zijn redacteur Suzanne Holtzer. Een redacteur is niet slechts diegene die spelfouten en inconsistenties uit een verhaal filtert. Het is óók degene die Tomas Ross helpt als die verstrikt is geraakt in zijn plot. En de redacteur is degene die Philip Huff afraadde om te schrijven over het studentencorps – waardoor Huff extra gemotiveerd aan de slag ging.

Maar zo’n redacteur kun je toch ook inhuren? De tarieven van freelance redacteuren – bijvoorbeeld via TenPages.com – die je manuscript beoordelen, beginnen al bij een paar tientjes. Maar toch: wil je dieper in gesprek gaan over je manuscript, dan kost het algauw 150 euro per uur.

En het is maar de vraag of je zo een sterke band krijgt met die redacteur. En die moet niet onderschat worden. Vaak zijn het de uitgevers die spreken bij de uitvaartplechtigheid van een overleden schrijver – alsof de schrijvers tegelijk hun werknemers én hun vrienden waren.

Een uitgever heeft geld.

Voorbij zijn de tijden waarin astronomische voorschotten werden neergeteld voor debutanten die nog geen letter op papier hadden. Nou, niet helemaal: een Britse uitgever betaalde vorig jaar nog een „bedrag van zes cijfers” aan de 21-jarige Samantha Shannon, voor haar zevendelige fantasyserie in wording. Voorschotten doen ertoe. Peter Buwalda had Bonita Avenue misschien nooit geschreven als zijn uitgever Robbert Ammerlaan geen 40.000 euro voor hem had uitgetrokken.

En er zitten natuurlijk meer financiële voordelen aan een uitgever. In elk geval heeft die het vermogen om in schrijvers te investeren – om de drukker te betalen, om maar iets te noemen – en daarmee een financieel risico te nemen. Dat een uitgever dat wil is én een motiverend teken van vertrouwen én een stuk beter dan het zelf op te moeten hoesten, terwijl je nog niet eens weet of er iemand op je boek zit te wachten.

Crowdfunden dan? Dat kan toch ook? Ja, het kan, maar het leidt wel af. Stel je eens voor hoeveel omvangrijker het oeuvre van Gerard Reve was geweest, als hij niet die talloze bedelbrieven had hoeven schrijven omdat hij weer eens op zwart zaad zat. En een ‘echte baan’ naast het schrijven? De gemiddelde AKO-genomineerde zal antwoorden dat boeken schrijven geen hobby is – en dat als je schrijven geen ‘echte baan’ vindt, je in de literatuur niets te zoeken hebt.

Een uitgever helpt je boek de winkel in.

„Minder dan 1 procent” van het assortiment van de Amsterdamse boekhandel Athenaeum bestaat uit self-publishing-uitgaven, vertelt winkelchef Herm Pol. Ondanks de constructies die zelf uitgeven vergemakkelijken, weten die boeken de weg naar zijn boekhandel nog niet goed te vinden. „Minder dan in de jaren 70 en 80, trouwens. Toen sprong iemand zelf op de fiets met een fietstas vol onooglijke boekjes, nu krijgen we een e-mail.” Daar gebeurt vrijwel nooit iets mee, bekent Pol. „We kunnen geen 1.000 boeken gaan lezen om te beoordelen of we ze willen inkopen. Daarom zijn we nog altijd blij met uitgevers die uit het aanbod kiezen en die hun vertegenwoordigers door het land heen sturen om de boeken aan te prijzen. Bij hen weten we zeker dat ze kwaliteit verkopen.”

Maar je kunt je boek toch gemakkelijk via webwinkels verkopen? Met de self-publishing-dienst Brave New Books komt het boek automatisch in het assortiment van internetwinkel Bol.com. Een succes heeft dat nog niet opgeleverd: dat de mensen achter Brave New Books deze zomer meldden dat er een paar weken na de lancering al 2.500 boeken waren verschenen, betekende niet dat die boeken ook verkocht waren. Trouwens: wie die mensen achter Brave New Books zijn? Vijf WPG-uitgeverijen, waaronder Querido en Nijgh & Van Ditmar.

Een uitgever helpt je boek de winkel uit.

Dat lijkt een groot voordeel: Brave New Books is een self-publishing-kanaal dat banden heeft met uitgeverijen. Zij kúnnen daarom helpen je zelfgemaakte boek aan de man te brengen. Ze kúnnen hun adressenbestanden gebruiken om een persbericht voor je te versturen. Maar dat moet je dan wel zelf schrijven – en er hangt een prijskaartje aan.

Dat Özcan Akyol succesvol debuteerde, kwam onder meer doordat hij aandacht kreeg in de media: hij haalde De wereld draait door en Pauw & Witteman. „Dat is allemaal vanzelf gegaan”, zegt hij – maar de aanzet kwam van zijn uitgeverij. „Op de boekenbeurs Manuscripta trad ik op, maanden voordat mijn boek verscheen. Daar zaten ook de redacteuren van die programma’s in de zaal. Maar ik was nooit op Manuscripta terechtgekomen als Prometheus niet mijn naam had genoemd.”

Maar internet dan? Op internet kun je toch zo veel gratis zelfpromotie doen als je wilt? En er is toch een recent succesvol voorbeeld te noemen van een boek dat zijn wortels heeft in de zelfuitgeefindustrie? Namelijk de grootste bestseller van het afgelopen jaar: Fifty Shades. Dat is waar, maar de vlucht die E.L. James’ boek nam – van zelfgeschreven e-book tot de bestseller die haar schatrijk maakte – is ten eerste uniek en ten tweede tóch niet helemaal uitgeverloos. E.L. James mag dan begonnen zijn als een klein zeilbootje, maar er was alsnog iemand op een mammoettanker die haar op het juiste moment aan boord takelde. Daarna pas werd Fifty Shades een papieren boek en een wereldwijd succes. Toen pas werd de hobby van E.L. James werk.

Hoe makkelijk self-publishing ook is, in het huidige systeem is het meer iets voor hobbyisten concludeerde een Duits onderzoek vorige week. De onderzoekers ondervroegen ruim 1.100 zelf-uitgevers. Van hen noemde 74 procent zich hobbyist. Dat wordt weerspiegeld in de tijd die ze erin stoppen: 60 procent van de self-publishing-auteurs schrijft meer dan vijf uur per week, 33 procent meer dan tien uur. Slechts 21 procent van hen is tevreden met zijn eigen marketing.

Denk aan een klein motorjacht of een roeibootje. Pleziervaart. Niks mis mee natuurlijk, maar een AKO Literatuurprijs winnen of een bestseller scoren doe je voorlopig toch met een uitgever op een containerschip.