De kortste weg naar het goud van Sotsji

Net zo onvoorspelbaar als voetbal in de eredivisie, de 1.500 meter schaatsen. Bij de NK afstanden won Koen Verweij. Maar wie wint volgende keer? En wie in Sotsji?

Koen Verweij in actie op de 1.500 meter in Heerenveen. „Aan goud in Sotsji gaat een aantal stappen vooraf. Ik ben op weg.” Foto ANP

Nee hoor, nummer twee Kjeld Nuis (1.46,94) was zeker niet geschrokken van het niveau van winnaar Koen Verweij (1.46,22). „Dat was toch slecht”, sprak hij na afloop van de 1.500 meter bij de NK afstanden in Thialf met bravoure. Al verloor hij een rechtstreeks duel met ruime marge. „Als je hier 1.46 of 1.47 rijdt, is dat gewoon niet goed. Stel dat Koen 1.44 had gereden, dan was ik pas geschrokken.”

Op het koningsnummer, kruispunt van sprinters en allrounders, is de laatste jaren sprake van nivellering. Tijden in de 1.44, zoals Shani Davis in 2009 en Simon Kuipers bij de NK van 2010, worden in Thialf allang niet meer gereden. In de wereldbekerwedstrijden vorig seizoen was een winnende tijd onder de 1.46 al een uitzondering. En telkens won een ander. Op de sprint is de top breed en van hoog niveau. Op de lange afstanden lijkt Sven Kramer ongenaakbaar. Maar op de 1.500 meter is alles mogelijk. Tot olympisch goud in Sotsji toe. „Daar moet je voor gaan”, zegt Verweij (23) nuchter.

Bij de NK kwamen drie schaatsers in de 1.46, naast Verweij en Nuis ook routinier Rhian Ket (1.46,97). Daarachter een subtop met zes schaatsers in de 1.47. „Niet goed”, naar de maatstaven van Nuis (23). Zoals hij ook het niveau van de 1.000 meter van gisteren niet hoog vond, die hij zelf in 1.08,84 won voor Verweij (1.09,20). Ook op ‘de kleine 1.500 meter’ slaat de nivellering toe. Het lijkt de Nederlandse eredivisie wel. Wie had voorspeld dat de Kazach Denis Kuzin eind vorig seizoen in Sotsji wereldkampioen op de 1.000 meter zou worden? Zoals de Rus Denis Juskov daar verraste met goud op de schaatsmijl. Dus dromen velen.

„Zeker”, antwoordt Verweij op de vraag of de internationale nivellering voor hem extra motivatie vormt. „Ik heb er heel veel voor gedaan deze zomer, dat had ik de voorgaande jaren ook moeten doen.” Maar vier jaar geleden kon het grote talent de verwachtingen niet waarmaken in zijn eerste jaar bij in de TVM-ploeg. Hij leefde niet altijd als topsporter en werd weggestuurd. „Ik heb wel een heel mooie tijd gehad, welke andere toppers kunnen dat zeggen?”

Met zijn oude coach bij Jong Oranje, Jan van Veen, werd de Noord-Hollander in 2012 derde bij de WK allround. Vorig seizoen startte hij met een paar gave 1.500 meters, de afstand die het beste blijkt te passen bij zijn fysieke mogelijkheden. Maar de flamboyante krachtpatser zakte tijdens het seizoen ver weg, brak met Van Veen en keerde terug bij TVM. „Eind vorig seizoen heb ik de knop omgezet, al was ik fysiek en mentaal op. Maar ik wist wat ik wou.” Winnen op de 1.500 meter.

In de slipstream van Verweij ruiken meer schaatsers hun kans op de mijl. Maurice Vriend (21) was vorig jaar nog trainingsmaat van de nationaal kampioen en troefde hem zelfs één keer af door de eerste wereldbekerwedstrijd in Heerenveen te winnen. Zijn fans uit Midwoud waren naar Thialf gekomen met een Russisch spandoek. Op naar Sotsji. Maar na een tiende plaats in 1.48,68 zijn de Spelen ver weg. „Klote”, bitste Vriend in de catacomben. Voor hem geen wereldbekerwedstrijden op snel ijs in Calgary of Salt Lake City. „Ik kan nu een mooi blok trainingen doen”, hield hij zich groot. De droom is nog niet gebroken.

Ook Wouter Olde Heuvel (27) droomt. Twee jaar geleden won de TVM-schaatser in Astana verrassend een wereldbekerwedstrijd op de 1.500 meter. Hij raakte zwaar geblesseerd aan zijn knie, moest vorig jaar revalideren en investeerde veel in een terugkeer in de top. Niet langer als allrounder, maar puur gericht op de schaatsmijl. In Thialf keek hij wat bedremmeld, na zijn vijfde plaats in 1.47,54. Matige tijd, maar wel net geplaatst voor de wereldbekers. Drie honderdsten voor Jan Blokhuijsen. Cruciaal verschil? „In Noord-Amerika kan ik snelheid opdoen. Ik heb het gevoel dat er meer in zit.”

Mark Tuitert (33) is het ultieme voorbeeld voor iedereen die op de mijl van succes in Sotsji droomt. Vier jaar geleden won hij in Vancouver goud, zonder in de voorafgaande olympische cyclus ook maar één keer internationaal op het podium te hebben gestaan. Ook de afgelopen drie jaar lukte dat Tuitert niet, maar ook hij hoopt na zijn vierde plaats bij het NK afstanden (1.47,17) nog altijd op titelprolongatie. „Als je wilt winnen, moet je 1.45 rijden. Daaraan verandert niets.”

Zie hoe uitgelaten Rhian Ket (30) reageert op zijn bronzen medaille. Vorig jaar nog dacht hij dat zijn schaatscarrière voorbij was. Nu heeft de nationaal kampioen van 2009-2010 (toen in 1.45,89) Sotsji weer in het vizier. „Dit is een droom.”

En dan deed Kramer in Thialf nog niet eens mee aan de 1.500 meter, hoewel ook hij op deze afstand stiekem aspiraties heeft voor Sotsji. In Inzell eindigde hij twee weken geleden een paar honderdsten achter ploeggenoot Verweij, die dat een betere race vond dan zijn winst tegen Nuis in Thialf.

Het olympisch kwalificatietoernooi eind december, met Kramer, wordt een veldslag. „Aan goud in Sotsji gaat een aantal stappen vooraf”, sprak Verweij. „Maar ik ben lekker op weg.”