Borrelend klanklandschap past wonderwel bij Bach

Bach is ‘big in Japan’. Dat is de enige link tussen het barokgenie en collega Toshio Hosokawa (1955). Bach staat voor orde, melodie en contrapunt, muziek met richting. Hosokawa maakt zwevende, borrelende klanklandschappen waarin timbre en effect domineren. Een aan deze zo verschillende componisten gewijd concert pakte niettemin verrassend goed uit.

In de drie vioolconcerten van Bach waren de solisten concertmeester Gordan Nikolic (Concert in a), met zijn lichte zwierige toon, en Lisanne Soeterbroek (Concert in E), die wolliger maar zeker niet minder gedreven klonk. Samen excelleerden Nikoli en Soeterbroek in het Concert voor twee violen, gebracht met kamermuzikale brille.

Toshio Hosokawa dirigeerde drie van zijn eigen werken, te beginnen met het concert voor shô en kamerorkest Cloud and Light. De shô is een Japans mondorgel van 17 verticale pijpjes met een scherpe, vlakke klank. Traditionele shô-muziek is traag, dissonant en dromerig en in Cloud and Light heeft Hosokawa die sfeer van lange tonen en clusters gloedvol vertaald naar orkest. Ook in de andere stukken viel op hoe subtiel hij traditionele Japanse elementen vermengde met een klankbeeld dat aan Xenakis of Vivier deed denken. Hosokawa’s Trauermusik für die Opfer von Fukushima und des Tsunami vormde een heftig en imposant hoogtepunt.

Joep Stapel

    • Joep Stapel