Politie: wij doen alleen incidenteel aan etnisch profileren

De politie fouilleert voetbalsupporters in Amsterdam. Foto ANP/ Evert Elzinga

De politie in Nederland verricht alleen incidenteel controles op grond van mensen hun etniciteit. Etnisch profileren wijst de politie verder af, zo stelt de korpsleiding van de nationale politie vandaag in reactie op eerdere berichtgeving vanavond.

Amnesty International zegt in een vandaag verschenen rapport (pdf) dat de politie zich bij controles schuldig maakt aan discriminatie. Bij onder andere identiteits- en verkeerscontroles pikt de politie er vaker allochtonen uit dan autochtonen. Dit zogenoemde etnisch profileren is volgens Amnesty discriminatie en dus in strijd met de mensenrechten.

Volgens Amnesty-directeur Eduard Nazarski hoeft het niet zo te zijn dat het discriminerend is wanneer de politie etnische minderheden vaker controleert of fouilleert, maar wel als er geen objectieve rechtvaardiging voor is:

“Als mensen ervaren dat de politie ze alleen controleert vanwege hun huidskleur of etnische afkomst, beschadigt dit de verstandhouding tussen de politie en etnische minderheden. Uiteindelijk schaadt dat de effectiviteit van het politiewerk.”

Amnesty vindt dat zowel de overheid als de politie moet erkennen dat etnische profilering bestaat en er vervolgens afstand van nemen. De politie moet agenten in opleiding erop wijzen.

Nationale Politie: ongegrond en onjuist

De Nationale Politie herkent zich niet in de bevindingen van Amnesty. De politie vindt de kritiek volgens korpschef Gerard Bouman ongegrond en onjuist. Volgens Bouman doet Amnesty met de opmerkingen politieagenten ernstig tekort.

“De kern van het politiewerk is onderscheid maken tussen goed en fout. Een politieagent op straat kijkt daarom naar afwijkend gedrag. Zulke afwegingen hangen samen met veel factoren, zoals locatie, tijdstip of leeftijd, maar ook het uiterlijk en gedrag van personen of bijvoorbeeld het type voertuig. Recente gebeurtenissen en veiligheidsontwikkelingen in een specifieke wijk zijn eveneens van belang. Al dit soort factoren kunnen doorslaggevend zijn bij het besluit om de ene persoon wel aan te spreken en een ander niet.”

De opleiding besteedt veel aandacht aan het zo neutraal mogelijk beoordelen van situaties zegt de politie. Ook wijst de korpsleiding erop dat ze de afgelopen drie jaar ‘maar gemiddeld slechts enkele tientallen klachten per jaar’ ontvangt over discriminatie door de politie, terwijl de politie jaarlijks miljoenen malen mensen staande houdt of aanspreekt.

Bouman:

“Agenten werken veelal onder moeilijke omstandigheden en moeten soms in een fractie van een seconde lastige afwegingen maken, die je later pas kunt verifiëren. Iedereen die meent slachtoffer te zijn van etnisch profileren roep ik op om zich te melden bij ons. Als politiemensen in de praktijk dit soort fouten blijken te maken, dan nemen we maatregelen en leren we ervan.”

Ombudsman: zit in politiecultuur

Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer zegt in een reactie op het rapport dat discriminatie in de politiecultuur zit. Dat meldt de Volkskrant op gezag van persbureau ANP. Volgens Brenninkmeijer heeft de politie de neiging het onderwerp weg te wuiven:

“Maar de politie moet erkennen dat het gebeurt en dat het onjuist is.”

Brenninkmeijer herkent zich in het beeld dat Amnesty schetst:

“Etnisch profileren gebeurt op verschillende plaatsen, zoals op straat, in de trein of bij de douane.”

Politieagenten beroepen zich bij grote controles, zoals het toegestane preventief fouilleren in Rotterdam en Amsterdam, op hun intuïtie. Volgens Brenninkmeijer moet die intuïtie echter geen schaamlap worden voor discriminatie.

    • Frank Huiskamp