Zonde, dat geld voor meldpunten

Gemeenten krijgen geld voor klachten over discriminatie Maar ze zijn niet verplicht het daar ook aan te besteden

verslaggever

8.500 euro? Voor die ene of hooguit twéé gediscrimineerden per jaar? Fred Buurmans van de gemeente Rucphen rekent voor waarom zijn gemeente het contract met antidiscriminatiebureau Radar in Rotterdam heeft opgezegd. Er zijn al jarenlang niet meer dan twee discriminatieklachten per jaar in Rucphen. Dat geld kan wel beter worden besteed, vond het gemeentebestuur. Daarom heeft Rucphen samen met de regiogemeenten Drimmelen en Woensdrecht een soort discriminatiecarrousel opgezet. De klacht van de gediscrimineerde die zich in Rucphen meldt, wordt afgehandeld in Woensdrecht, klachten uit Woensdrecht gaan naar Drimmelen, die van Drimmelen naar Rucphen. „We hebben het zodanig ingericht dat het voldoet aan de wettelijke regels”, zegt Buurmans.

De oplossing van de West-Brabantse gemeenten past in een landelijk beeld. Veel gemeenten bevrijden zich dit jaar van afspraken met professionele discriminatiebureaus die regionaal werken. De gemeenten nemen de taken zelf ter hand, zoals in Rucphen of Goeree-Overflakkee. Of ze onderhandelen de tarieven flink omlaag, zoals in de regio Apeldoorn. Of ze brengen de meldpunten onder in een welzijnsorganisatie die het voor een fractie van het geld doet, zoals in Marum, Groningen.

Sinds 2009 krijgt elke gemeente van het Rijk 37,2 cent per inwoner voor de registratie en afhandeling van klachten over discriminatie. Dat wil zeggen: daar is het geld voor bedoeld, maar gemeenten zijn niet verplicht het daaraan uit te geven. Zo zijn er gemeenten die er per inwoner gemiddeld minder dan 30 cent voor betalen. David Bakker, die bij verschillende discriminatiemeldpunten werkt, zegt dat in Overijssel de meeste gemeenten nu 27 à 28 cent per bewoner betalen. Ook in Apeldoorn en omgeving gebeurt dat, zegt Ingrid Warners, coördinator van Art. 1 Noordoost Gelderland. „Wij zijn onder de 30 cent gezakt met onze prijs, anders gaan de 22 gemeenten die bij ons zijn aangesloten naar een andere organisatie.”

Zo gebeurt het omgekeerde van wat de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie van de Raad van Europa Nederland vorige week nog aanried. Aanbeveling nummer 48: „Tevens adviseert de commissie de autoriteiten om de subsidie aan lokale antidiscriminatiebureaus te verhogen.”

De bureaus maken zich zorgen over deze ontwikkeling, die ze vooral bij de kleine gemeenten zien. Niet alleen om hun eigen positie, zegt interim-directeur René Steijns van de Anti Discriminatie Voorziening Limburg, maar vooral omdat de ontwikkeling professionaliteit en onafhankelijkheid van de meldpunten onder druk zet. Directeur Antek Olzanowski van Art. 1 Overijssel vindt de Rucphense oplossing „schandalig”. Hij vergelijkt het met de brandweer. „Die zit 90 procent van de tijd in de kazerne, maar dan zegt de gemeente toch ook niet dat ze het voor 90 procent minder moeten doen? Je betaalt voor professionaliteit en kennis.”

In Marum is het meldpunt ondergebracht bij welzijnsorganisatie Marheem. „Met de meest eenvoudige afspraak”, zegt Ciska Smits van Marheem. „Ik neem een zaak in behandeling en declareer de tijd die ik erin heb gestoken tegen een tarief van 85 euro per uur.” Maar, zegt ze, in de praktijk is het één keer nog niet voorgekomen.