Wie zoet is, krijgt kritiek

De VN zet de aanval in op Zwarte Piet. Dat moet het gebrekkige toezicht op mensenrechten maskeren, schrijft Tom Zwart.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Nederland kreeg deze week van twee internationale instanties het verwijt niet genoeg te doen tegen racisme en discriminatie. De European Commission on Racism and Intolerance van de Raad van Europa (ECRI) publiceerde een lange lijst tekortkomingen in het antiracismebeleid. De voorzitter van de VN Werkgroep voor Personen van Afrikaanse Afkomst, professor Verene Shepherd, had bezwaar tegen de rol van Zwarte Piet, die racistisch zou zijn.

Racisme is natuurlijk een ernstige zaak die we serieus moeten nemen. Bovendien is onder dit kabinet de getuigenispolitiek op mensenrechtengebied helemaal terug van weggeweest. Wie anderen de les leest over mensenrechten moet voorkomen de pot te zijn die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Maar toch zeggen deze kritische commentaren meer over het internationale toezicht op mensenrechten dan over Nederland.

Het Europese rapport bevat een litanie aan klachten die vooral afkomstig lijken van NGO’s. Die organisaties kregen bij de Nederlandse overheid kennelijk niet voldoende gehoor voor hun bezwaren en zij hebben nu met succes bij ECRI aan de bel getrokken. Soms was hun belangenbehartiging wel heel direct: in het rapport wordt de Nederlandse overheid opgeroepen de subsidie aan een aantal met naam genoemde organisaties te verhogen of verlagingen ongedaan te maken.

Nederland heeft het negatieve rapport niet zozeer te danken aan zijn tekortschieten bij antidiscriminatie, maar aan zijn gehechtheid aan een goede reputatie. Het is een bekende strategie van Europese toezichthouders om niet de zwakke broeders aan te pakken. Die zouden namelijk wel eens lak kunnen hebben aan het commentaar, wat het gezag van de toezichthouders niet ten goede komt. De comités richten zich in eerste instantie juist tot de staten die de suggesties gewoonlijk getrouw uitvoeren. Toezichthouders schatten in dat dergelijke loyale staten hun best zullen doen om zelfs de meest veeleisende aanbevelingen over te nemen om hun reputatie te handhaven. Kortom, hoe beter je het als staat doet, hoe meer kritiek je over je heen krijgt.

Averechts effect

Er worden ook inschattingsfouten gemaakt. Zo dacht het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat het Verenigd Koninkrijk bij een veroordeling wel zou overgaan tot toekenning van kiesrecht aan gedetineerden, om geen gezichtsverlies te leiden. Daarna zouden andere staten kunnen worden aangepakt die ook kiesrecht aan gedetineerden onthouden, staten die als minder voorbeeldig te boek staan.

Het Hof kwam van een koude kermis thuis. De Britten weigeren uitvoering te geven aan deze uitspraak, omdat het toekennen van kiesrecht aan gevangenen indruist tegen hun rechtsgevoel.

De Conservatieven zijn nu zelfs van plan de rol van het Hof tot inzet te maken van de volgende verkiezingen. De kans is daarom groot dat het Hof met zijn strategie precies het omgekeerde heeft bereikt van wat het beoogde, namelijk een verzwakking van zijn positie. Het Hof veroordeelde Spanje deze week omdat dit land weigert ETA-gevangenen vervroegd in vrijheid te stellen. Gelet op de gevoeligheid van dit onderwerp in Spanje lijkt het daarmee een vergelijkbare inschattingsfout te hebben gemaakt.

De VN heeft overigens wel wat beters te doen dan klagen over Zwarte Piet. De aandacht gaat nu vooral uit naar de situatie in Noordelijke staten. Die landen leveren op tijd hun rapportages, omdat ze het beste jongetje van de klas willen zijn. Maar de ernstige mensenrechtenproblemen waarmee Zuidelijke staten kampen blijven vaak buiten beeld. Zij vinden het vaak niet de moeite waard aan dit soort procedures mee te werken, omdat ze het niet eens zijn met de maatstaven van de toezichthouders.

De beoordelingscriteria van VN-toezichthouders zijn naar mening van de Zuidelijke landen te zeer gericht op zaken die in het Noorden belangrijk worden gevonden: juristerij, liberaal-democratische waarden, waaronder individualisme, persoonlijke autonomie, en scheiding van kerk en staat. Zuidelijke landen geven vaak vorm aan hun verplichtingen voor mensenrechten met behulp van sociale instituties en culturele instrumenten, zoals familie, gemeenschap, religie en solidariteit. De mensenrechtenverdragen staan hun dat toe, maar de internationale gemeenschap heeft er geen belangstelling voor. Die blijft hen afrekenen op de mate waarin zij gebruikmaken van het recht en uitdrukking geven aan liberale waarden.

Door met twee maten te meten, vervreemden de toezichthouders de Zuidelijke staten nodeloos van het systeem. Landen in Afrika en Azië voelen zich door hun economische groei en de opkomst van China als wereldmacht steeds minder geroepen aan het spel mee te doen. Aangezien het isolement de universaliteit van mensenrechten niet bevordert, is het cruciaal dat de internationale gemeenschap meer waardering opbrengt voor de Zuidelijke wijze van mensenrechtenbescherming. Velen zijn zich bewust van de noodzaak hiervan, maar het is niet politiek correct hierover de discussie aan te gaan. Nederland aanspreken op Zwarte Piet is dat kennelijk wel.

    • Tom Zwart