Verzetsheld die zich na mei 1945 ontheemd voelde

foto koos van breukel

Een medaille hoefde Ada van Randwijk niet na de oorlog. Haar werk voor het verzet had ze uit overtuiging gedaan, niet om van de koningin een onderscheiding opgespeld te krijgen. Ze was samen met haar man H.M. (Henk) van Randwijk tijdens de bezetting een van de drijvende krachten achter het illegale blad Vrij Nederland geweest.

Ada van Randwijk overleed dinsdag 15 oktober in haar woonplaats Amsterdam, op 101-jarige leeftijd. Ze werd geboren als Arentje Margrieta Henstra en groeide op in Gorinchem, waar ze op 15-jarige leeftijd Henk ontmoette. Ze trouwden in 1935. Twee jaar later verhuisden ze naar Amsterdam. Daar vond Henk werk als onderwijzer. Ada werkte af en toe als invaljuf.

Op 10 mei 1940 veranderde alles. Vrij snel na de Duitse inval raakte het echtpaar betrokken bij de illegaliteit. In 1941 kwamen ze in contact met de redactie van Vrij Nederland. Henk waarschuwde voor de gevaren van het werk voor het illegale blad, maar Ada dacht dat het wel los zou lopen. In een interview met Vrij Nederland in 2010 herinnerde ze zich: „Mijn voorstellingsvermogen was veel minder groot dan dat van Henk. Ik dacht altijd: je komt altijd weer dingen tegen waardoor je een uitweg hebt.”

Henk schreef, Ada niet. Zij hield zich bezig met de logistiek rondom het blad. Ze ging op pad om berichten rond te brengen voor het verzet. De kleine rolletjes papier verstopte ze in haar haar.

In maart 1942 ging het mis. De Sicherheitsdienst (SD) viel het huis van de Van Randwijks binnen. Ada was alleen thuis. Ze slaagde erin de belastende papieren die aanwezig waren weg te moffelen, terwijl ze de Duitsers aan de praat hield. Henk werd bij thuiskomst gearresteerd. Na zes weken werd hij vrijgelaten. In februari 1943 werd ze zelf opgepakt en overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen. Ada hield haar kiezen op elkaar en kwam uiteindelijk vrij.

Ada kampte met gemengde gevoelens na mei 1945. „Ik voelde me ontheemd. In de oorlog had ik iets om voor te zorgen.” Ze werkte met vrouwen van NSB’ers die terugkwamen uit internering. „Ik wilde de andere kant ook wel eens zien.”

Haar man overleed in 1966. Hij was toen allang weg bij Vrij Nederland. Ada bleef nog veertig jaar wonen in het huis in Ilpendam waar ze na de oorlog naartoe verhuisden. Ieder jaar op 5 mei kwamen daar mensen van Vrij Nederland en andere verzetslui samen om de oorlog te gedenken.

Bart Funnekotter

    • Bart Funnekotter