Van kaartenbak tot erfgenaam

De koning op zijn paard. Een schilderijtje uit de kelder van Paleis Het Loo was vóór de oorlog van een joodse eigenaar, die het moest afstaan aan de Duitsers. Komende dinsdag verschijnt het samen met tientallen andere werken van dubieuze afkomst op musealeverwervingen.nl. Een herkomstgeschiedenis.

Hieronymus Fraenkel met kleinkind Still uit genoemde filmpjes

Na het overlijden van zijn moeder kwamen de platte blikken trommels in zijn bezit. Ze bevatten bijna vier uur beeldmateriaal, geschoten in de jaren dertig door de advocaat David Fraenkel, geboren in 1904, gestorven in 1943.

Fraenkel filmde alles wat liefhebbende vaders met een videocamera vandaag de dag ook graag opnemen: de eerste stapjes van een dochter, een verjaarsfeestje, opa en oma op bezoek.

Bij het bekijken van de beelden valt op dat het leven van een welvarende joodse familie in het Amsterdam van toen niet noemenswaardig verschilt van dat van een gemiddeld gezin nu. Gedateerd zijn eigenlijk alleen opa’s sigaar en zijn driedelige pak. En ja, computerspelletjes en smartphones ontbreken. Maar dat is het dan ook zo’n beetje.

Bij het bekijken van de zorgeloze beelden valt het zwaar om niet voortdurend aan het lot van de hoofdrolspelers te denken. In 1943 werden ze vermoord in concentratiekamp Sobibor.

Maurits van den Bergh, de nieuwe bezitter van de metalen blikken, spreekt over „vele schakels” tussen hem en de familie. Toch is het moeilijk dichter bij de familie te komen dan via hem. De zus van zijn opa, Aleida Fuldauer, was getrouwd met David Fraenkel, de advocaat die de filmpjes maakte.

Van den Bergh heeft alle banden bekeken, maar schilderijen zag hij eigenlijk nooit. „Of ze vielen me niet op.” Hij ging opnieuw kijken toen een filmmaker hem had gebeld, om te vertellen dat Paleis Het Loo in Apeldoorn een schilderijtje in bezit heeft dat van de sigaren rokende opa op de filmpjes was, Hieronymus Fraenkel.

Op 14 mei 1943 moest deze zestiger het kleine schilderij samen met twee andere schilderijen inleveren bij Lippman Rosenthal & Co aan de Sarphatistraat , ook wel ‘Liro’ genoemd, of ‘nazi-bank’. De Duitse bezetter had het filiaal van de bank opgericht om joden van hun bezit te beroven.

Het werk (14,2 bij 11,5 cm) laat koning Willem II zien op de rug van een witgrijs paard. Zijn hoed staat een tikje scheef op het hoofd. De schilder is een adellijke Fransman geweest: Henri d’Ainecy, graaf van Montpezat. Hij vervaardigde het werk rond 1840, op 33-jarige leeftijd. De Franse graaf werkte vaker voor de Oranjes.

Onderzoek in alle musea

Tijdens het vier jaar durende onderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933 heeft een gelijknamige commissie, samen met Paleis Het Loo, ontdekt dat een bewindvoerder van nazaten van de Fraenkels het schilderij heeft teruggevraagd, niet lang na de oorlog.

Dat onderzoek is niet alleen in Paleis Het Loo verricht, maar in en door 162 Nederlandse musea, in samenwerking met onderzoekers als Helen Schretlen en Rudi Ekkart, de voormalig directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en roofkunstkenner bij uitstek. Al in de jaren 1997-2002 is onderzoek gedaan naar de kunstwerken die musea verwierven in en vlak na de oorlog, wat leidde tot de publicatie Betwist bezit en talloze rechtszaken.

Tijdens dat onderzoek kwam het besef dat al vanaf 1933, het jaar dat Hitler aan de macht kwam, kunst om dubieuze redenen op de markt is gekomen. Vervolgens is ook die kunst in bezit van Nederlandse musea gekomen. En dus vroeg de commissie in juni 2009 aan alle Nederlandse musea om zelf in kaartenbak, kelder en opslagdepot te speuren naar werken met een verdachte herkomstgeschiedenis. De kenners van de commissie konden helpen. Aanstaande dinsdag zet de Nederlandse Museumvereniging de resultaten van deze schoon-schip-operatie op een website: musealeverwervingen.nl.

Het gaat om ruim honderd kunstwerken. Eventuele rechthebbenden of nazaten van voormalige bezitters kunnen contact opnemen met de musea of een claim indienen bij de restitutiecommissie. Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging: „Het ging bij dit onderzoek echt alleen om de vraag hoe kunst in bezit van de musea is gekomen, niet wie de eigenaar is. In zekere zin willen we de advocaten van eventuele rechthebbenden voor zijn en hebben dus alles in het werk gesteld om de verhalen achter de schilderijen compleet te krijgen.”

Maar herkomstverhalen blijken lang niet altijd compleet te krijgen. Neem de twee andere schilderijen die Fraenkel moest inleveren, in de papieren van Liro aangeduid als „Clown, schilder V.d.Marel” en „Tijger, schilder K.v.d.Poll”. Van die werken is nooit meer iets vernomen.

Geen claim indienen

De koning op het paard dook in 1980 op bij veilinghuis De Zwaan. Paleis Het Loo kocht het. Bij de commissie „ging een bel rinkelen” omdat het schilderij „een match opleverde” met de papieren van Liro. Zo zegt Helen Schretlen, projectleider, het in een zeven minuten durende film die Styn en Jessica Swinkels over het schilderijtje hebben gemaakt – ook vanaf dinsdag te zien. In de film verwerkten de makers enkele van de fascinerende beelden uit de familiefilmpjes van David Fraenkel. De Liro-papieren zijn duidelijk te zien waaruit blijkt dat het schilderij al kort na inbeslagname is geveild in Duitsland, bij Lempertz in Keulen. Opbrengst: 100 gulden.

Die prijs klinkt belachelijk laag, en natuurlijk was de prijsvorming door de oorlogssituatie abnormaal. Tegelijk is de lage prijs niet zo vreemd: het schilderijtje is geen topstuk. Voor die conclusie behoeft het oog geen kunsthistorische training. Directeur van Het Loo, Michel van Maarseveen: „We hebben het schilderijtje in 1980 voor een paar duizend gulden gekocht. We zijn er blij mee, absoluut, maar een topstuk is het niet.”

Is het vreemd dat het werk opdook bij een Nederlands veilinghuis, terwijl de bezetter het in Duitsland liet veilen? Niet echt. Het gaat immers om een Nederlandse koning, dus hoe Duits de eigenaar wellicht ook was, hij wist waar hij kopers moest zoeken. Siebe Weide: „Maar onbekend blijft wie dat was, of wie dat waren. Veilinghuizen hielden toen aanzienlijk minder scherp in de gaten wie werk aanbood dan nu.”

Waarom en wanneer had Hieronymus het schilderijtje eigenlijk gekocht? Dat is onbekend. Onderzoek in het Koninklijk Huisarchief leverde wel een hypothese: uit oranjegezindheid. In dat archief is correspondentie te vinden die de oude Fraenkel met het Koninklijk Huis voerde. Hij heeft enkele keren gevraagd of zijn fotografiewinkel de titel ‘hofleverancier’ mocht voeren. Van den Bergh: „Ook had hij het 40-jarig jubileumfeest van Wilhelmina, in 1938, opvallend uitgebreid gefilmd.” Hieronymus blijkt zelfs foto’s van leden van de koninklijke familie aan het Koninklijk Huis te hebben verkocht. En de titel hofleverancier mocht hij uiteindelijk voeren.

Van den Bergh is blij dat het schilderij is opgedoken, al zocht hij er niet naar. „Voor de familiegeschiedenis.” Hij voelt er weinig voor een claim in te dienen, al heeft hij dat onderwerp nog niet met de andere erfgenamen besproken. „In de jaren vijftig is er al eens iets verdeeld. Toen bleek dat levende nazaten als ik recht hebben op een vijftigste deel of zoiets. Om zo’n schilderijtje op te eisen, te verkopen en de opbrengst dan in minieme partjes te verdelen, is aanzienlijk minder interessant dan dat Paleis Het Loo het houdt, met een aantekening over de herkomstgeschiedenis erbij. Het gaat hier natuurlijk niet om een Van Gogh.”

Van Maarseveen, de museumdirecteur, vindt het „vanzelfsprekend” dat er een aantekening over de herkomst bij het schilderij komt. Komt er een claim, gehonoreerd door de restitutiecommissie, dan staat hij het af, zonder gedoe. „Maar uiteraard willen we het werk behouden voor het museum.”

Waarom eigenlijk? Zeker als het werk toch in de kelder aan een rek hangt. Van Maarseveen: „Het past in onze collectie en we zullen het heus eens ophangen. Bovendien hebben we het werk in 1980 te goeder trouw verworven, dat vind ik ook belangrijk. Zo niet, dan zou ik er waarschijnlijk anders over hebben gedacht.”

    • Pieter van Os