Tekenaar Dik Bruynesteyn kon wel wat meer dan ‘Appie Happie’

Boek gepresenteerd van 65 jaar tekeningen van Dik Bruynesteyn

Zijn bekendste creatie was toch Appie Happie. Dat strippersonage van tekenaar Dik Bruynesteyn werd in 2001 zelfs spreekwoordelijk, met dank aan toenmalig Ajax-trainer Co Adriaanse. Die miste een breekijzer in zijn ploeg, wat hem verleidde tot de uitspraak dat hij nog wel een „Appie Happie-spits” kon gebruiken.

Bruynesteyn – nom de plume van Dick Bruijnesteijn – overleed vorig jaar op 84-jarige leeftijd. Tijdens zijn carrière diende hij onder meer het Nieuwsblad van het Noorden, de Haagsche Courant, Het Vrije Volk, Der Kicker, Studio Sport en kortstondig ook deze krant. Zijn prenten zijn nu gebundeld in het boek Dik Tevreden. Dik Bruynesteyn 65 jaar sporttekeningen, dat gisteren werd gepresenteerd. Vanaf februari volgend jaar stelt het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn zijn werk ook tentoon.

De tekening onder dit artikel is volgens de auteurs van het boek, Jan Ferwerda en Ruud Gosse, de eerste tekening in kleur van Bruynesteyn. In 1953 was de tekenaar aanwezig bij de ‘Watersnoodwedstrijd’, een duel tussen Franse profs en Nederlandse spelers die in het buitenland – voornamelijk in Frankrijk – actief waren.

De Nederlanders wonnen, op het Parc des Princes in Parijs, met 2-1. Zij waren geroyeerd door de KNVB omdat ze betaald kregen voor hun arbeid. De opbrengst van die wedstrijd ging naar de slachtoffers van de watersnoodramp in hetzelfde jaar.

Op de tekening zijn te zien, te beginnen met de bovenste rij, van links naar rechts: Bram Appel (Stade de Reims), Jan van Geen (FC Nantes), Rinus Schaap (Racing Club de Paris), Cor van der Hart (Lille OSC), Gerrie Vreeken (FC Nantes), Frans de Munck (1. FC Köln) en Fred Röhrig (CO Roubaix-Tourcoing). Onderste rij: Kees Rijvers (AS Saint-Étienne), Theo Timmermans (Olympique Nîmes), Bertus de Harder (Girondins de Bordeaux), Joop de Kubber (Girondins de Bordeaux), Arie de Vroet (FC Rouen) en Wilhelm van Lent (Racing Club de Lens).

Maar Bruynesteyn tekende ook ‘Ard en Keessie’ en Richard Krajicek, Raymond van Barneveld en Fanny Blankers-Koen, Joop Zoetemelk en Anton Geesink. In het voetbal ging zijn bijzondere interesse uit naar Ajax. Op zijn sterfbed voorspelde hij dat Ajax, dat toen ver achter stond, kampioen zou worden. Hij kreeg gelijk.

Dat hij in de sportwereld een geliefd figuur was, blijkt uit de vele gastbijdragen in het boek. Zo schrijft cabaretier Freek de Jonge in het voorwoord dat Bruynesteyn „misschien niet de meest subtiele humorist” was, „maar hij kwam overal mee weg omdat hij een beminnelijk man was en een zeer groot tekenaar”.

Oud-premier Dries van Agt zegt dat hij „onbedaarlijk” heeft „gesmuld” van het boekje dat Bruynesteyn over hem tekende, Dries op de Fiets.