Stinkend rijk, die babyboomers

Babyboomers hebben het meeste geld, generatie X is spaarzaam en pragmatisten zijn het hoogst opgeleid.

Hoe beïnvloeden ze elkaar? En wat voor generatie volgt hen op? Drie portretten van drie generaties.

Vroeger was het zwoegen, man, wat hebben we hard gewerkt. Gelukkig gaan we straks, dik verdiend, met pensioen. Want oh, wat hadden wij babyboomers het zwaar.

Alsof wíj het makkelijk hebben, zegt de dertiger, met de economische crisis waarin niemand aan het werk komt. Dat was vroeger wel anders. Stonden de werkgevers voor je in de rij.

Dertigers, veertigers, vijftigers, zestigers: iedereen zegt dat de generatie voor of na hen beter af is, rijker is, voor minder geld een huis kon kopen. Maar wie heeft er gelijk? Welke generatie heeft het nou het beste voor elkaar?

Het nieuwe rapport over generatieverschillen van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) beslaat drie groepen: de pragmatisten (dertigers), generatie X (tussen de 43 en 58 jaar) en de babyboomers (tussen de 58 en 68). De omstandigheden waaronder zij opgroeiden, heeft voor elk van deze generaties gevolgen gehad.

Zo staat generatie X bekend als de ‘verloren generatie’ omdat zij begon met werken tijdens de recessie van de jaren tachtig, met hoge jeugdwerkloosheid. Vaak wordt gedacht dat zij daardoor minder hebben kunnen bereiken dan andere generaties. Maar uit het onderzoek van het SCP blijkt dat generatie X de afgelopen jaren een forse welvaartsgroei en loonstijging kende.

De dertigers, de ‘pragmatisten’, groeiden op in welvaart en worden nu geconfronteerd met een crisis. Zij zijn hoger opgeleid dan de andere generaties en wisselden de afgelopen jaren het vaakst van baan. Ze verdienen het minst (44.000 euro bruto per jaar) van de drie generaties.

Generatie X is spaarzamer

Babyboomers hebben het op alle fronten het beste voor elkaar. Het is de rijkste generatie. Huishoudens met een babyboomer als kostwinner zijn gemiddeld het meest welvarend.

Hebben de verschillende generaties elkaar beïnvloed? Uit onderzoek van het SCP blijkt dat welvaart in Nederland slechts „beperkt” wordt doorgegeven van ouders op hun kinderen. Met andere woorden: als je in een arm gezin opgroeit, kun je later gemakkelijk nog rijk worden.

Werkzaamheden van ouders doen er wel toe: zo wordt bijna 20 procent van de kinderen die opgroeien in ondernemersgezinnen later zelf ondernemer. En kinderen van een ouder die een uitkering ontvangt, vragen later ook vaker een uitkering aan.

Ook de wijze van opvoeden maakt verschil, zegt generatiedeskundige Aart Bontekoning, die promoveerde op het onderwerp. „Iedere generatie voedt zijn kinderen anders op. Dat maakt dat de volgende generatie een ander karakter heeft.” Zo is de generatie X spaarzamer omdat het beïnvloed is door hun ouders van de behoudende ‘stille generatie’. En de babyboomers, die geleidelijk steeds rijker werden, gaven hun welvaart door aan de pragmatisten. Die leven daardoor ook minder zuinig, zegt Bontekoning.

En de volgende generatie? De twintigers hebben hun naam al gekregen: generatie Y. Volgens onderzoekers zijn ze sneller en socialer dan hun voorgangers. En eigenwijzer: ze houden zich niet aan vaste werktijden, maar bepalen zelf hoe ze hun tijd invullen.

Die flexibele houding kan nog van pas komen, want de verwachting is dat de huidige twintigers langer moeten doorwerken voor een lager pensioen. Bovendien heeft het Centraal Planbureau onderzocht dat twintigers nauwelijks profiteren van de overheid: zij krijgen van alle generaties het minst terug voor hun ingelegde belastinggeld.

Misschien is generatie Y dan de nieuwe verloren generatie.

    • Andreas Kouwenhoven