Spaghetti Premiegeld valt buiten de enge definitie van de begroting

De mix van privébetalingen, belastingen, premies, eigen risico en zorgtoeslagen resulteert in een spaghetti van geldstromen. Met één gemeenschappelijk kenmerk: het zijn allemaal ‘collectieve uitgaven’.

Als de Tweede Kamer komende week de begroting van het ministerie van Volksgezondheid behandelt, wordt strikt genomen maar over een paar miljard euro gesproken. Alleen daarover heeft het parlement budgetrecht. Dat is een van de grote verschillen tussen premiegelden en belastingen: premiegelden zijn eigenlijk geen staatsinkomsten dus vallen ze buiten de definitie van de begroting.

Toch worden met alle verplicht af te dragen premiegelden allerlei politieke besluiten genomen. Minister Schippers (Zorg, VVD) draait aan de knoppen van een apparaat waar volgend jaar 78 miljard euro in omgaat – 13 procent van wat we in één jaar produceren. Daaronder 5 miljard aan eigen betalingen (eigen risico en eigen bijdragen), 4 miljard aan zorgtoeslagen en 1 miljard overige kosten. Het ministerie hanteert vooral dit ‘netto budgettair kader zorg” van 68 miljard.

Omdat Brussel de zorg als collectieve sector behandelt, heeft iedere euro wijziging rechtstreeks invloed op het EMU-saldo – het begrotingstekort dat er binnen de Europese Unie toe doet. Vandaar dat burgers die bij gelijkblijvende omstandigheden 1 euro meer premie betalen of 1 euro minder zorg nodig hebben direct het begrotingstekort met 1 euro zullen verkleinen.