Protein Valley

Technologie

Carola Houtekamer Nu we een app hebben voor elk struikelblok in het moderne leven stort Silicon Valley zich op het volgende probleem: voedsel.

Jammie! Straks lunchen we allemaal met een grote beker dikke, gele drab die naar cakebeslag smaakt. Kost maar drie minuten om naar binnen te slurpen en je wordt er hartstikke gezond van.

De Amerikaanse IT’er Rob Rhinehart, bedenker van het all-in-one-drankje Soylent, heeft van tech-investeerders anderhalf miljoen dollar gekregen om zijn brouwsel op grote schaal te maken. In Soylent zitten alle chemicaliën die Rhinehart nodig heeft. Zonder dat er beest (en nauwelijks plant) aan te pas komt. En na maanden proberen, reviseren en tweaken blijkt nu: hij blijft er op leven! Sterker nog: zo fit is hij nog nooit geweest. Eten met Soylent kost ‘m minder tijd en geld dan ooit.

Interessant experiment: leven op zelfgebrouwde sondevoeding. Maar waarom steken mensen daar anderhalf miljoen in?

Die investering past, natuurlijk, in een trend. Nu we een app hebben voor elk denkbaar struikelblok in het moderne leven (waar vier ik vakantie? Hoe vind ik een taxi? Waar zijn de hippe mensen? Hoe bel ik gratis?) stort Silicon Valley zich op het volgende probleem: voedsel. De trend heeft twee ingrediënten, om maar even in het thema te blijven. (Of eigenlijk drie: geldlust. Investeerders zijn altijd op zoek naar nieuwe melkkoeien.) De andere twee zijn: obsessie met voedsel en obsessie met efficiëntie.

Het rijke Westen kan maar niet ophouden over eten. Vooral de VS, het land waar kip goedkoper is dan courgette en obesitas een standaardmaat in het kledingrek.

Nu leeft juist in tarwegras-gojibes-oase San Francisco het idee dat het voedselsysteem kapot is en gefixt moet worden. Te veel vervuiling, verspilling, dierenleed. Vandaar dat weldoener Bill Gates investeert in de vleesvervanger-start-up Beyond Meat (dat ook geld kreeg van de oprichters van Twitter) en in eivervanger Beyond Eggs (dat ook geld kreeg van de oprichter van PayPal). En vandaar ook dat medeoprichter Sergey Brin van Google geld doneerde aan de ‘reageerbuis-burger’ van onze eigen Mark Post.

Investeringendatabase CB Insights meldde begin dit jaar dat in 2012 350 miljoen dollar is gestoken in voedselstart-ups door investeerders. Een stijging van 37 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het is nog maar een klein hapje uit de miljardentaart, maar toch: ‘voedseltech’ groeit.

Want net zoals de slimme jongens en meisjes de wereld van uitgeverijen, muzieklabels en telecom omver gooiden met hun nieuwe zaken en producten, gaan ze dat nu doen met de voedselindustrie. Er zijn start-ups voor melkloze kaas, krekelsnacks, gezond zout van kaliumchloride, eten uit de 3D-printer. En voor gadgets als de TellSpec, een draagbare spectrometer die je vertelt wat er in het eten op je bord zit. Of – mijn favoriet – Le Whaf, een enorme glazen vaas die inhaleerbare dampen van je vijfgangendiner maakt. Wel smaak, nul calorie.

Prima, nobel, nuttig, allemaal. Maar de trend heeft een randje. Voedsel, een enorm ingewikkeld cultureel-historisch-sociaal-industrieel-psychologisch complex, wordt in Silicon Valley teruggebracht tot een simpel probleem waar een rationele, technologische oplossing voor bestaat. Net zoals alle andere apps en gadgets voor makkelijker communiceren, efficiënter werken en sneller verplaatsen.

Soylent roept de meeste weerstand op, want het is de rationeelste oplossing van allemaal. Op wat werkt mijn lichaam het beste, vraagt Rhinehart zich af, en waar haal ik dat het goedkoopst en het snelst? En dat prakt hij in een dikke, gele drab.

Ik had Rhinehart een paar maanden geleden aan de lijn over Soylent. Hij vindt het prima om zijn lijf te zien als een machine die je naar hartelust kunt hacken, upgraden en fixen, zei hij. Nou, ik geef het vast door aan de kantine beneden. Ik kan niet wachten.