Oppotten Zorgverzekeraars zagen hun winst factor vijf of zes toenemen

Foto ANP

De verharding in de zorg is voor die apothekers of fysiotherapeuten extra wrang door de torenhoge winsten die zorgverzekeraars vorig jaar boekten. Vier verzekeraars – Achmea (Zilveren Kruis, FBTO), VGZ, CZ en Menzis – hebben 90 procent van de markt in handen. Menzis en CZ vervijfvoudigden hun winst, VGZ verzesvoudigde zijn resultaat, terwijl het allemaal niet op winst gerichte organisaties zijn.

Reden: verzekeraars schroefden hun marges vorig jaar op om hun financiële gezondheid te verbeteren. Doordat hun risico’s toenemen, hebben zij hogere eigen vermogens nodig. Maar dat deden zij wel erg enthousiast.

Critici, zoals onlangs nog de Consumentenbond, vinden het te gortig worden en roepen verzekeraars op geld terug te geven aan de samenleving. Eigenlijk zou de huidige concurrentie al genoeg moeten zijn: wie te veel oppot wordt te duur, zal hogere maandpremies moeten vragen en zal daardoor klanten verliezen.

De tragiek van deze vorm van marktwerking is dat die zich vooralsnog in platte prijsconcurrentie manifesteert. Doordat zorg zo complex en ondoorzichtig is – hoe meet je de kwaliteit van een ziekenhuis of een zorgverzekeraar? – letten zowel de verzekeraars als de verzekerden voornamelijk op het tarief. De kleine prijsvechter DSW zegt zijn polis dit jaar onder de kostprijs aan te bieden, het lijkt erop dat concurrenten volgen.

Grote vraag is hoever de verzekeraars elkaar de komende weken pijn gaan doen. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank blijkt dat Menzis en met name VGZ de laagste buffers hebben. Zij voldoen nog ruim aan de wettelijke normen, maar de vraag is hoe ver zij hun lagere incasseringsvermogen kunnen aantasten door onder de kostprijs polissen te gaan verkopen. Kunnen zij nog Achmea en CZ volgen?