Open overheid hoeft niet zo moeilijk te zijn (2)

12 oktober 2013 – Nederland wordt geregeerd tijdens kabinetsformaties. Als daar iets is vergeten, wordt later verder geformeerd onder een andere naam. Dat gebeurt deze weken. In volstrekte beslotenheid. De rest van het jaar streven we naar een open regeerstijl. Zie het net gepubliceerde Actieplan Open Overheid. Ambtenaren discussiëren erover  op bijeenkomsten met opgewekte titels

12 oktober 2013 - Nederland wordt geregeerd tijdens kabinetsformaties. Als daar iets is vergeten, wordt later verder geformeerd onder een andere naam. Dat gebeurt deze weken. In volstrekte beslotenheid. De rest van het jaar streven we naar een open regeerstijl. Zie het net gepubliceerde Actieplan Open Overheid.

Ambtenaren discussiëren erover  op bijeenkomsten met opgewekte titels als Oploop Open Overheid. Kamerlid Linda Voortman (GroenLinks) werkt aan een initiatiefwet die de Wet Openbaarheid van Bestuur vernieuwt. Open is cool.

De praktijk is maandags altijd lastiger dan de overdenkingen op zondag. Stil houden is minder riskant dan publiceren. Openbaren in een stapel saaie aankondigingen of vrijdagavond is  handiger dan op het moment dat de voorpagina’s en de journaals worden gemaakt.

Selectieve openbaarheid als politiek instrument is aan de orde van de dag. Neem het Nationaal Onderwijsakkoord (genaamd De Route naar Geweldig Onderwijs) waar een half jaar over is onderhandeld. De bewindslieden van Onderwijs maakten twee dagen na Prinsjesdag goede sier met bijna een miljard extra voor onderwijs, 3000 leraren erbij, ruimte voor loonstijging, minder werkdruk, maatwerk en trots alom.

Alleen de onderwijsbond AOb deed niet mee. Die zag een door het regeerakkoord gedreven dictaat dat bestaand geld rondpompte, met creatief rekenen een loonstijging voortoverde en de rol van werkgevers en werknemers aantastte. De bond meende dat het ministerie informatie doseerde en monopoliseerde om de eigen versie van het akkoord te verkopen.

Politieke informatie is kneedbaar. In ieder overheidsstuk staan termen die tot doel hebben niet te openbaren. Taakstellingen zijn bezuinigingen. Ambities zijn goede bedoelingen waar voorlopig geen geld voor is, toch opgeschreven om kritiek voor te zijn. Voor ambities die zijn geborgd moet het ergste worden gevreesd. Wie aangesloten is op een proces staat erbuiten maar krijgt net genoeg te horen om niet te mogen klagen.

Wie informatie bezit staat sterker dan wie er om moet vragen. Het zwakste staat degeen die niet weet waar hij om moet vragen. Dat is het permanente lot van burgers en journalisten, maar ook Kamerleden zijn sterk afhankelijk van de feiten zoals het kabinet die presenteert. Hoe vertellen we het de Kamer? heette het promotieonderzoek (2011) van Guido Enthoven naar de informatierelatie tussen regering en parlement.

Hij analyseerde 31 parlementaire onderzoeken die sinds 1956 zijn uitgevoerd, voorbeelden van ontspoord beleid waarbij de Kamer haar controlerende taak niet goed had uitgeoefend. Wat bleek? Bewindslieden zijn zelf vaak niet goed geïnformeerd door hun ambtenaren. Kamerleden missen vaak kennis en ervaring om de goede vragen te stellen. De pers duikt er op als de zaak uit de hand is gelopen.

Vast patroon is de informatie-asymmetrie tussen regering en parlement. Bij iedere volgende parlementaire enquête ontdekt een nieuwe lichting Kamerleden het probleem. Men  blijft steeds korter in de Kamer. Ook binnen de rijksoverheid levert deskundigheid geen carrièrebonus op. De Rijkswerkplek is een nomadenstek geworden. Het kan dus voorkomen dat ambtenaren hun minister gebrekkig informeren omdat zij niet beter weten, dat Kamerleden niet scherper doorvragen omdat ook hun collectief geheugen een leukere baan heeft gevonden.

Alle overheidsstukken openbaar maken is een begin. De kunst is de ruimte te houden voor hardop nadenken zonder consequenties. Als iedere ambtelijke notitie op straat ligt,  zal er een grijs circuit ontstaan van non-papers. Of de stafvlucht naar de kantine. Totale openbaarheid levert niet automatisch zinvolle openheid op.

Beter dan beterschap beloven bij iedere volgende enquête zou de Tweede Kamer stappen kunnen zetten naar een situatie waarin zoveel mogelijk feiten geordend beschikbaar zijn. Politieke uitspraken, wetsontwerpen, brieven, Kamervragen en –debatten, het zijn allemaal feiten die context bieden voor de brandende kwesties van vandaag. Alleen als die losse brokjes in chronologische volgorde en in logisch verband worden ontsloten kunnen Kamerleden (en journalisten en burgers) zinvolle vragen stellen.

Vorige week beschreef ik dat dit met de huidige website van de Tweede Kamer niet lukt. Het goede nieuws is dat op een steenworp afstand van het Binnenhof het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) een systeem heeft ontworpen dat parlementaire informatie automatisch ordent. Met relatief eenvoudige ingrepen is die informatie te verrijken met zinvolle dwarsverbanden naar relevante kennis van buiten.

Het PDC is een internetbedrijf met publieke doelstelling voortgekomen uit het gelijknamige centrum van de Leidse universiteit. Als u de volgende links in uw browser opent ziet u voorbeelden van hun verrijkte, chronologische parlementaire informatie. Goudmijntjes voor Kamerleden en publiek, maar natuurlijk ook voor ministers en ambtenaren die willen weten hoe een kwestie is ontstaan en wat nú de stand is. Zie de nu actuele Jeugdwet http://bit.ly/17jEMOP. En de klokkenluidersregeling: http://bit.ly/1flCIxG. Of Europa op de door het PDC geïnspireerde Eerste Kamer-site: http://bit.ly/xUKq9W. (De eerste twee links zullen enige tijd ‘open’ staan en zijn daarna alleen voor geabonneerden te zien.)

Wat zou het mooi zijn als de Tweede Kamer het moedige besluit nam alle automatiserings- en documentatie-krachten in te zetten op een systeem dat een stevige en toegankelijke informatiebasis legde onder het politieke debat. Iedereen mag wat anders vinden van de feiten. Als het maar enigszins over de zelfde zinvolle  feiten gaat. Het internettijdperk kan zijn eigen chaos doorbreken en de democratie helpen.

    • Marc Chavannes