Noren wijzen verzoek om vernietiging gifgas Syrië af

Afwijzing is tegenslag voor de VN, die nu ander land moeten zoeken

Het plan voor ontmanteling van het Syrische gifgasarsenaal kreeg gisteren een tegenslag. Na weken van beraad wees de nieuwe Noorse regering een verzoek van de Verenigde Naties af om een deel van het Syrische gifgasarsenaal op Noors grondgebied te vernietigen. De belangrijkste redenen zijn tijdgebrek, wettelijke obstakels en een gebrek aan capaciteit.

In een persconferentie die live via internet werd uitgezonden zei de kersverse Noorse minister van Buitenlandse Zaken, Børge Brende, dat Noorwegen geen haven heeft kunnen vinden waar de chemische wapens aan land kunnen worden gebracht. Het land heeft ook niet genoeg capaciteit om de afvalstoffen die vrij komen bij de vernietiging te behandelen en de Noorse milieuwetgeving verbiedt de opslag van dit chemische afval.

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, die de ontmanteling van het Syrische gifgasarsenaal leidt, heeft nog niet gereageerd op het Noorse besluit. Onduidelijk is wat de impact ervan is op het zeer ambitieuze plan om het arsenaal voor de zomer van 2014 te vernietigen. Brende zei dat ook andere landen behalve Noorwegen gevraagd zijn, maar hij gaf geen details.

Het werk van de 27 wapeninspecteurs van de OPCW in Syrië gaat wel voorspoedig. Ze hebben 18 van de 23 bekende fabrieken en opslagplaatsen bezocht, maar enkele zijn moeilijk bereikbaar omdat er wordt gevochten. De VN hebben rebellengroepen om toegang gevraagd, maar er is hierover nog geen akkoord bereikt.

De inspecteurs hebben op veertien plekken faciliteiten voor de productie van chemische wapens vernietigd. Dit gaat weinig subtiel. Een functionaris zei dat ze apparaten kapot slaan, ze in stukken snijden en in sommige gevallen zelfs beton in machines storten om ze onklaar te maken. De OPCW zegt dat Syrië keurig meewerkt. Voor 1 november moet het regime een volledige en gedetailleerde inventaris van zijn gifgasarsenaal aan de OPCW overdragen. Het arsenaal moet vervolgens naar het buitenland worden gebracht, een gevaarlijke operatie, waar het wordt vernietigd.

Noorwegen leek hiervoor een ideale locatie. Het land is neutraal, politiek stabiel, heeft genoeg water om de chemicaliën te verdunnen, en beschikt over dunbevolkte gebieden. De Noorse regering schatte dat het zou gaan om de vernietiging van 500 ton chemische stoffen. Hoewel het land hier geen ervaring mee heeft, dacht de directeur van de Noorse Defensie Onderzoeksinstelling dat het haalbaar was. De VS hadden aangeboden om mobiele vernietigingsinstallaties te verschepen naar Noorwegen, dat zelf niet over zulke faciliteiten beschikt.

„Er zijn waarschijnlijk weinig andere neutrale landen die de industriële infrastructuur hebben waar de Amerikaanse vernietigingsinstallaties op aangesloten kunnen worden”, zegt Timothée Germain, onderzoeker van het Franse Centre d’Etudes de Sécurité Internationale (CESIM). „Want ook al willen de Amerikanen de benodigde apparatuur leveren, er zijn wel ondersteunende faciliteiten nodig.”

Volgens Germain zou Rusland om technische redenen een voor de hand liggende optie zijn. Chemische wapens kunnen op verschillende manieren worden vernietigd – de methode hangt af van hoe het spul wordt bewaard. Het Syrische arsenaal ligt opgeslagen als twee aparte stoffen die voor gebruik gemengd worden. „Rusland heeft de faciliteiten om de stoffen te vernietigen. Ook is er geen lastige milieuwetgeving. Alleen zijn de VS hier niet happig op omdat Rusland niet neutraal is”, zegt Germain. „Maar de faciliteiten staan onder controle van de OPCW, die erop kan toezien dat het op de juiste wijze gebeurt.”

    • Toon Beemsterboer