Column

Marcel Wilde wijven

Vanuit het niets zei mijn moeder laatst dat ik steeds meer op John Lennon begin te lijken. Later bleek dat ze John Leddy, bekend geworden als ‘Koos Dobbelsteen’ van Zeg ‘ns Aaa, bedoelde.

Het was bedoeld als compliment, maar zo heb ik het toch niet ervaren. ‘Dat dan toch zeker niet, godverdomme’, dacht ik.

Even later, op het toilet, heb ik best lang voor de spiegel gestaan. Lang genoeg om te weten dat ze naast een gehoorapparaat nu toch ook echt een sterkere bril nodig heeft.

Waar ik wel op lijk, en dat geef ik toe, is Peter te Bos, de grijzende zanger met de wallen onder de ogen van Claw Boys Claw, een band die halverwege de jaren tachtig furore maakte.

Onbekenden zeggen dat ongevraagd op straat wel eens tegen me. Ik vind Peter te Bos niets om je voor te schamen, behalve dan dat ik gewild had dat de gelijkenis op veel latere leeftijd was ingetreden. Als ik net als hij 63 ben bijvoorbeeld.

Maar er zijn ergere dingen.

Op het station in Arnhem kwam ik vorige week terecht tussen een kluit woedende Anoukfans die de keelproblemen van de zangeres niet konden plaatsen en hun frustraties vrij baan gaven voor draaiende camera’s.

Concert afgelast – voor niets naar Arnhem gekomen – leven verpest.

Wilde wijven waren het, het temperament hadden ze met hun idool gemeen.

Mandy uit Rotterdam, een Anouk met hanghaar en een bril, dreigde dat ze de kosten van de oppas ging verhalen op de organisatie. Voor het station trapte ze om haar woorden kracht bij te zetten vloekend tegen een prullenbak. Zou de echte Anouk volgens mij ook doen.

Daarna zakte ze tegen de schuifdeuren naar de grond, waar ze werd getroost door andere Anouks, die heus niet minder boos waren.

Later in de trein richting Amsterdam trof ik er weer een paar. Ze hadden hamburgers gegeten, de teleurstelling werd hardop verwerkt.

„Ik wil niet meer op Anouk lijken”, zei een Anouk.

Ik vond dat nogal een uitspraak voor een vrouw van midden veertig die nog het meest op Loretta Schrijver leek.

Het relativeerde enorm.

Een half leven lang denken dat je op Anouk lijkt terwijl je er in niets op lijkt is een veel groter probleem dan lijken op John Leddy of Peter te Bos, die overigens helemaal niet op elkaar lijken.