Malevitsj. Ideale man. De prooi

Joyce Roodnat

Daar is het dan. ‘Zwart vierkant’ van Kazimir Malevitsj. Het schilderij der schilderijen.

In het Stedelijk Mu-

seum in Amsterdam hangt het zoals Malevitsj (het Stedelijk spelt zijn naam op zijn Engels: ‘Malevich’) het in 1915 zelf ophing: hoog verheven boven zijn andere werken. Dominant, als de zon aan de hemel.

Een zwarte zon. En dat van een schilder van wie ik een zaal eerder die kleine wulpse naakten zag. Gelukkig: op een van de andere, volgens Malevitsj volmaakt abstracte schilderijen in deze zaal, schemert onder het kalkbleke wit een drukletter ‘B’ door, uit een eerder stadium van Malevitsj’ kunst. Dit doek (een zwart vierkant met een blauwe driehoek op wit) is hergebruikt, maar de B bleef achter, zelfs de compromisloze Malevitsj kreeg ’m niet weg. En nu morrelt die B voor altijd aan de streng betekenisloze compositie, wat dit schilderij op slag feilbaar maakt, menselijk.

Maar ‘Zwart vierkant’ is zo zuiver en zo streng. Het intimideert. Verkrampt, met mijn hoofd in mijn nek, sta ik hier. Ik kijk en kijk. Wat een angstaanjagend schilderij is dit. Deze vierkante zwarte zon geeft geen licht, hij néémt het. Hij koestert niet, hij ís. Wat is hij? Hij is het begin en het einde, van iedereen, van alles. Gruwelijk.

Ik zie De ideale man, het bijtende toneelstuk waarmee Elfriede Jelinek heeft gevarieerd op An Ideal Husband van Oscar Wilde. Bij het Nationale Toneel wordt het een dolgedraaid blijspel. Mark Rietman tiert, zoals alleen hij dat kan. Ariane Schluter kat superieur terug. Hij is een zelfgenoegzaam politicus, zij een machtige zakenvrouw, beiden zijn uit op macht. Steeds meer macht. Hé! Daar is ‘Zwart vierkant’ weer. Het hangt hier op ooghoogte in het decor, ondergeschikt aan het interior design van mensen met geld en zonder klasse. Net als hun moraal gaat in de loop van de voorstelling dat complete decor aan barrels. Te beginnen met ‘Zwart vierkant’. Iemand slaat met een deur, en meteen hangt het nog maar aan één spijker.

De ideale man mondt uit in een ziek happy end: eind goed al goed, gesanctioneerd door een milieu van schuld zonder boete, misdaad zonder straf. Iedereen is te koop, het maximale fatsoen bestaat eruit dat iemand zich uit eigenbelang goed gedraagt.

De ideale man werd geregisseerd door Theu Boermans. Hij maakte ook De prooi, tv-serie over de bankiers die ABN-Amro en De Nederlandsche Bank corrumpeerden. Pierre Bokma speelt ABN-Amro’s Rijkman Groenink; zijn bravoure is doorzichtig en doodeng. Ik zag aflevering 1, voelde het verderf en het verdriet en verlangde meteen naar deel 2. In combinatie verraden het realisme van De prooi en de hysterie van De ideale man hoe scherp Boermans dit soort mannen doorziet. In 2006 trof hij ook al doel, met zijn tv-serie De uitverkorene, over de gebroeders Baan en hun op drijfzand gebouwde IT-imperium. Telkens tackelt hij die mannen opnieuw. Niet met cynisme, dat zou te makkelijk zijn. Hij gaat ze te lijf met de wetten van de tragedie. Hij gunt zijn personages hun hoogmoed. In theorie verdienen ze onze haat, Boermans schenkt ze ons gevoel.

Wat ziet hij toch in die macht&geldmannen? Ik bel hem op en vraag het. Hij benadrukt dat het toeval is, dat hij tot drie keer toe de waan van macht en rijkdom regisseerde. Niettemin: „De ambitie en de dommigheid van die mannen ontroeren mij. Het lijkt wel een biologisch gegeven, ze moeten en zullen zich bewijzen. Net als King Lear. Net als alle tragische helden.”

En Malevitsj’ ‘Zwart vierkant’? „Dat is waar we met zijn allen tegen vechten”, zegt Boermans. „Het is het fatale zwarte gat. Vergeet nooit: we zijn allemaal kleine mensjes, die zich heel groot voelen en heel groot denken. Veel te groot voor wat we zijn.”

In het Stedelijk Museum raakte Malevitsj mij, maar ik ben een te klein mensje voor zijn ‘Zwart vierkant’. Het is me te onwrikbaar. Een zaal verderop zie ik zijn aquarel ‘Rood vierkant’. Ook uit 1915. Klein als een postzegel, een zuchtje van verf en papier.

Wit, zwart, vierkant, zuiver, het mocht wat. Malevitsj verlangde naar kleur. Niet zuiver, maar gemengd. Een oranjerozerood blokje kleur schilderde hij en hij noemde het ‘Krasny’. Dat is Russisch voor ‘rood’, maar het betekent ook ‘mooi’.

Rood vierkantje, mooi vierkantje, mijn hartje, mijn duifje. Met dit lokkende vlakje joeg Malevitsj op schoonheid. Ze is klein, maar hij vond en hij ving haar. ‘Zwart vierkant’ is de theorie van de schilderkunst. ‘Rood vierkant’ is de praktijk. Om mooi kan niemand heen.

    • Joyce Roodnat