Lichtpuntjes sprokkelen in de polder

Staat de Nederlandse economie aan de vooravond van een opleving ? „Er zijn tekenen van herstel”, zegt dataverzamelaar Jaap van Duijn, „maar ik ben nog niet overtuigd”. Een inventarisatie.

Spanje kroop deze week uit de recessie. Volgt Nederland? Dat moet over drie weken duidelijk worden, want dan publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de cijfers van het derde kwartaal. Dan zal ook blijken of ‘het gevoel van Klaas Knot’ door de data wordt onderbouwd.

„Ik ben optimistisch over de Nederlandse economie”, zei de president van De Nederlandsche Bank eerder deze maand. „Hoewel de harde cijfers er nog niet zijn, zegt mijn gevoel mij dat wij op dit moment eigenlijk al uit de recessie zijn, dus dat we zullen zien dat het derde kwartaal een positief groeicijfer laat zien.”

Staat de Nederlandse economie aan de vooravond van een opleving? „Er zijn tekenen van herstel”, zegt Jaap van Duijn, „maar ik ben nog niet overtuigd”. De 69-jarige Van Duijn is een cijferfetisjist. Hij is al bijna tien jaar met pensioen, maar houdt zich nog elke dag bezig met economische data. De tabellen en grafieken in zijn voormalig kantoor bij Robeco zijn verleden tijd. Alle gegevens worden nu verwerkt in spreadsheets. Van Duijn is een specialist in het voorspellen van omslagpunten. Staat de Nederlandse economie op zo’n punt?

„De binnenlandse economie is zwak door het ontbreken van de binnenlandse vraag. De afgelopen vijf jaar is het besteedbaar inkomen gedaald. Alles wordt gedrukt door de binnenlandse vraag.”

Wat Van Duijn met name zorgen baart, zijn de investeringen. „De investeringsquote [investeringen uitgedrukt als percentage van het bnp, red.] bevindt zich op het laagste niveau sinds 1946. En de investeringen zijn de aanjager voor een echt economisch herstel.” Het Centraal Planbureau verwacht dat de investeringen dit jaar met 11 procent zullen dalen en volgend jaar met nog geen 2 procent zullen stijgen.

Voor het economisch herstel is Nederland dus afhankelijk van het buitenland, en dan met name Duitsland. „De Duitse economie ontwikkelt zich hoopgevend. Daar zie je een conjunctuurherstel, hoewel de gisteren gepubliceerde IFO-cijfers daar weer haaks op staan”. Het vertrouwen van de Duitse ondernemers in de economie is deze maand gedaald ten opzichte van september.

Volgens Van Duijn bevindt de Amerikaanse economie zich al weer aan het eind van een opgaande conjunctuur. „Ik voorzie in de VS volgend jaar eerder een afzwakking.”

Het stokje zou dan kunnen worden overgenomen door de Europese economieën. Deze week werd bekend dat Spanje uit de recessie is gekropen. „Kleine tekenen van herstel, maar ik vind het niet robuust.” De wereldeconomie zal het, volgens hem, moeten hebben van China en Duitsland.

Daardoor groeit in Nederland de export, maar de industrie nog niet. En dat is opmerkelijk want inkoopmanagers in de maakindustrie zijn al enkele maanden op rij erg optimistisch over hun orderportefeuilles. Het sentiment onder inkoopmanagers in Nederland en haar belangrijkste handelspartners zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland is voor optimisten de belangrijkste indicator dat we uit de recessie zijn.

Toch vertoont de industriële productie nog geen herstel. Het wachten is op 8 november. Dan maakt het CBS de gerealiseerde productie in de industrie bekend over de maand september. „Die moet dan wel fors aantrekken wil het economische groei opleveren in het derde kwartaal”, zegt Tim Legierse van het macro-economisch bureau van de Rabobank. Hij verwacht eerder dat het nog een kwartaal zal duren voordat Nederland uit de recessie is.

De aantrekkende export lijkt vooral te duiden op wederuitvoer, zegt Senne Jansen van het CBS. „En daar verdienen we een stuk minder aan.” Dat het goed gaat met onze belangrijkste handelspartners betekent dus nog niet dat ook wij automatisch profiteren.

Een recent rapport van het Centraal Planbureau maakt duidelijk hoe weinig Nederland heeft mee kunnen liften op de spectaculair gegroeide populariteit van Duitse auto’s onder Chinese consumenten. Was de Nederlandse maakindustrie enkele jaren geleden nog één van de belangrijkste toeleveranciers voor de Duitse automobielindustrie, tegenwoordig bestellen Duitse autoproducenten hun onderdelen liever in Oost-Europa of in China zelf.

Afgelopen week publiceerde een aantal Nederlandse multinationals hun cijfers over het derde kwartaal. Levensmiddelenconcern Unilever zag de omzet met 6,5 procent dalen. Verfproducent AkzoNobel en elektronicaconcern Philips presenteerden deze week een herstel van de winst. „Maar dat komt omdat ze fors hebben gesneden in de kosten”, zegt Van Duijn. „Niet door een hogere omzet. Een bedrijf als AkzoNobel moet het uiteindelijk toch echt hebben van de verkoop van meer verf.”

Afgelopen week publiceerden kranten positief getoonzette berichten, signaleert Van Duijn. „‘Particuliere belegger durft weer.’ Mooi, denk ik dan, de particulier die na een verdubbeling van de koersen alsnog instapt, terwijl bedrijven met winstwaarschuwingen komen. Het is een dubbeltje op zijn kant.”

Bracht president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank zijn gevoel in stelling om het dubbeltje de goede kant op te duwen?

„Ik geloof niet zo in management by speech”, zegt Van Duijn. „Het gaat immers om de inhoud van de portemonnee, dat bepaalt de koopkracht. Niet het gevoeld van de president van de centrale bank.”

De voormalige hoogleraar economie in Delft ziet een parallel met de economische ontwikkeling in de jaren zeventig. „In 1973 was er de eerste oliecrisis, recessie, zwak herstel. In 1979 de tweede oliecrisis, recessie. Vervang je olie door banken dan weet je wat ons te wachten staat.”