Käty van der Mije (1940 - 2013)

Käty van der Mije-Nicolau was geboren in Boekarest en stierf vorige week maandag in Haarlem. Ze was de beste schaakster van Roemenië, waar ze zes keer landskampioen werd. In die tijd – ze heette toen Alexandra Nicolau – was ze een van de sterkste speelsters buiten de Sovjet-Unie. In 1974 week ze uit naar Nederland, waar ze vijf keer kampioen zou worden.

Ik schaakte eens in de twee weken met haar, eerst bij mij thuis en later, toen ze de hoge trappen niet meer op kon, in een café bij mij in de buurt.

Soms kwam Genna Sosonko langs en hij zei dan dingen als: „Nee, ik heb geen kritiek; ik ben vol bewondering.” Je zag dat hij zijn lachen moeilijk kon houden, en inderdaad, we speelden heel wat slechter dan vroeger, maar we hadden plezier in ons spel.

Ik schaakte graag met haar door haar agressieve stijl, die bijna altijd tot scherpe partijen leidde, maar het ging niet alleen om schaken, maar ook om praten, over het schaaknieuws, over kunst en literatuur en over politiek, waarover we het zelden eens waren, wat niet gaf. We deden allebei of de schaakpartijen het belangrijkst waren, maar misschien was dat niet waar.

Käty gaf graag cadeaus, en een mooie collectie in mijn huis van fijnzinnige Chinese vaasjes getuigt er van. Ze gaf graag, maar iets ontvangen van een ander, daar was ze slecht in. Zelfs een simpel verzoek om een tijdschrift af te geven bij het Max Euwe Centrum, vijf minuten lopen bij mij vandaan, verpakte ze in duizend verontschuldigingen, alsof ze me met een loodzware last opzadelde.

Soms praatten we over de dood, als Käty zei dat haar leven, dat nooit gemakkelijk was geweest, te zwaar was geworden. Haar ademnood werd steeds nijpender en op de dag van haar dood zei ze dat ze nog maar 39 kilo woog.

Ik begreep haar goed, maar ik zei dan dat ze niet alleen voor zichzelf leefde, maar ook voor haar familie, vrienden, voor mij. Daar lachte ze dan om. Die anderen redden zich wel zonder mij, zei ze. Een keer vertelde ik over iemand die bij een kaartspel een zo schitterende hand kreeg gedeeld, dat hij bulderend lachte en ter plekke op zijn stoel stierf. „Wat een prachtige dood”, zei Käty. Ik zei: „Als je er zo over denkt, wil jij misschien sterven terwijl je mij mat geeft?” Ze lachte en zei: „Dat zou niet slecht zijn.”

Je bent schaker en je blijft competitief, dus ik zei: „Pas maar op wie er straks mat gaat”, en we speelden weer een nieuwe partij.

Een plotselinge dood door hartstilstand; ik weet dat Käty, als het haar van tevoren was verteld, er vrede mee zou hebben. Maar ik vind het moeilijk om te zeggen dat ik dat ook heb, want daarvoor zal ik haar te veel missen.

Nana Alexandria - Alexandra Nicolau, Tbilisi 1970

1. d4 d5 2. Lg5 Pd7 3. e3 Pgf6 4. c4 e6 5. cxd5 exd5 6. Pc3 c6 7. Ld3 Le7 8. Dc2 Ph5 9. Lxe7 Dxe7 10. 0-0-0 g6 11. Pf3 Pdf6 12. h3 Pg7 13. g4 Le6 14. Pe5 Pd7 15. f4 f5 16. h4 fxg4 18. h5 gxh5 19. f5 Lxf5 Scherp spel van wit en zwart. 20. Lxf5 Dxe5 21. Tdf1 Hier was 21. Pxd5 met de bedoeling 21...cxd5 22. Da4+ een goede zet. 21...Tf8 22. e4 Pxf5 23. exf5 0-0-0 24. Txh5 d4 25. Pd1 g3 26. Dg2 d3 De versmade vrijpion is een reus geworden. 27. Tg5 Dc5+ 28. Pc3 d2+ 29. Kb1 Tfe8 30. Dxg3 Te3

Zie diagram boven

Nu kan wit nog tegenstand bieden met 30. Dg1. 31. f6 Dd4 Maar hier is wit verloren. 32. Dxe3 Capitulatie 32...Dxe3 33. Tgg1 Dd3+ 34. Ka1 Tf8 35. Tf2 Dc2 36. Tff1 Txf6 37. Td1 Tf5 Wit gaf op.

    • Hans Ree