Ik wilde leren schrijven

Afgestudeerd, heel veel geleerd, behalve: goed schrijven.

Floor Rusman vindt dat doodzonde. Ze pleit voor een bachelor-vak met aandacht voor helder en mooi schrijven.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

‘Hij schrijft zowel over ingewikkelde als over simpele zaken in glasheldere en lenige taal, waar het plezier in het schrijven vanaf vonkt’, schreef de jury van de P.C. Hooftprijs in 2007 over Abram de Swaan. De emeritus hoogleraar sociologie kreeg de prijs omdat hij ‘niet alleen de sociologie [had] verrijkt, maar ook de Nederlandse essayistiek’.

Deze zinnen bleven in mijn hoofd hangen. Ik las ze tijdens mijn opleiding Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik had gehoopt goed te leren schrijven. Helaas: voor schrijven was in de opleiding weinig aandacht. Slechts een enkele docent gaf commentaar op stijl en zinsbouw; de meerderheid liet kromme zinnen en versleten formuleringen gewoon staan.

Voor de gebrekkige aandacht zijn grofweg twee redenen. Ten eerste hebben docenten vaak te weinig tijd om uitgebreid commentaar te geven op schrijfopdrachten. Toen ik eens een docent mailde met de vraag waarom mijn essay het raadselachtige cijfer 7,13 had gekregen, mailde ze terug dat alleen al het nakijken haar overwerk had bezorgd en dat ze haar beoordeling onmogelijk kon toelichten.

De tweede reden is simpelweg dat schrijven aan de universiteit minder belangrijk wordt gevonden dan onderzoek doen. Net als goed lesgeven, is goed schrijven een leuk extraatje, geen voorwaarde voor een carrière in de wetenschap.

In mijn master hield ik een presentatie met de stelling: ‘Aan de universiteit moet meer aandacht zijn voor schrijven.’ De docent voelde zich aangevallen en verweerde zich door te zeggen: „Maar ik geef een vak over schrijven!” Dat klopte, maar het was een keuzevak. Hiermee toonde zij precies het probleem aan: dat schrijven wordt gezien als bijzaak, iets wat je kunt kiezen als je er per se behoefte aan hebt.

Toen ik ook nog suggereerde dat schrijven niet alleen draait om het overbrengen van informatie, maar ook om het ‘grijpen’ van de lezer door bijvoorbeeld anekdotes en mooie beeldspraak, was het lokaal te klein. Mooi schrijven is iets voor anderen, wetenschappers hebben belangrijker zaken aan hun hoofd, was de boodschap. Ik moest denken aan essayist Michaël Zeeman, die kort daarvoor naar aanleiding van De Swaans P.C. Hooftprijs in de Volkskrant schreef: ‘Niets is in Nederland, in de literatuur zowel als in de wetenschap, zo verdacht als een fraaie stijl. Want, zo redeneert het poldervolk, stijl verbloemt de inhoud niet alleen, stijl zou best eens die inhoud kunnen wegmoffelen. Wie op zijn stijl let, heeft misschien niet zoveel te zeggen.’

Het secundaire belang van schrijven op de universiteit is niet alleen jammer voor studenten. Het is een probleem dat ons allemaal aangaat.

Om te beginnen studeren er mensen af die een d niet van een t kunnen onderscheiden. Oké, dat zijn uitzonderingen. Maar het is alarmerend als je niet fatsoenlijk kunt spellen wanneer je de in Nederland hoogst mogelijke opleiding hebt.

Nog wezenlijker is het onvermogen van veel wetenschappers om zich te mengen in het publieke debat. Dat komt niet doordat ze geen interessante dingen te vertellen hebben, maar doordat ze nooit hebben geleerd een tekst te schrijven voor een publiek groter dan pakweg honderd mensen. Daardoor staan de blogs en opiniepagina’s vol met stukken van matig geïnformeerde publicisten en tekstschrijvers, terwijl de échte deskundigen alleen publiceren in vaktijdschriften.

En niet alleen voor wetenschappers zou schrijven van belang moeten zijn. Ook studenten die later in journalistiek, politiek, ambtenarij of bedrijfsleven belanden, hebben baat bij een goede opleiding op dit punt. Veel overheidsrapporten en bedrijfsbrochures zijn in afschuwelijke taal opgesteld. Wat een verademing zou het zijn als in deze sectoren afgestudeerden zouden belanden die ten minste begrijpelijk en misschien zelfs goed konden schrijven!

Wat zou er moeten veranderen? Allereerst pleit ik voor een verplicht bachelor-vak over schrijven, liefst aan het begin van de opleiding. Bij mijn studie was er het vak ‘Academisch schrijven’, maar dat ging niet over stijl, alleen over de juiste opbouw van een werkstuk. Verder zouden docenten meer tijd moeten krijgen om feedback te geven. Van alleen een cijfer leert een student niets.

Maar een voorwaarde voor deze maatregelen is een mentaliteitsverandering aan de universiteit. Goed kunnen schrijven is geen leuk extraatje, het is essentieel voor wie wil dat zijn teksten gelezen worden. Dat zou moeten gelden voor iedereen die informatie wil overbrengen. In de woorden van Michaël Zeeman: ‘Opschrijven is inpakken, het onderwerp en de lezer beide.’