Ik snap het wel. Spioneren is verslavend

Thomas Drake had een hoge functie bij de NSA Al in 2005 onthulde hij dat zijn werkgever op grote schaal burgers afluisterde Onlangs ontmoette hij zijn ‘opvolger’ Edward Snowden

Correspondent VS

Thomas Drake (56) werkt sinds een paar jaar in de Apple Store van het stadje Bethesda, dichtbij Washington. Hij is blij dat hij een baantje heeft, al is hij overgekwalificeerd voor dit werk. Nog maar enkele jaren geleden werkte hij aan de top van de National Security Agency (NSA). Hij was universitair hoofddocent aan de National Defense University. „Mijn leven is geruïneerd, ik kom nergens meer aan de bak. Als je in Amerika uit de pas loopt, betaal je een hoge prijs. Er komen krachten los die je willen vernietigen.”

Edward Snowden, zegt Drake, is slachtoffer van hetzelfde mechanisme.

Thomas Drake drinkt op koffie op een terras vlakbij zijn werk. Drake is een boomlange man, die op dwingende toon en vol handgebaren praat. Zijn kaarsrechte postuur verraadt een rechtlijnig karakter. Hij was de eerste klokkenluider die de afluisterpraktijken van de NSA, toen nog zijn werkgever, naar buiten bracht. Het kostte hem zijn baan. Drake werd in 2010 aangeklaagd wegens (onder meer) spionage, en dreigde 35 jaar celstraf te krijgen. Hij werd in 2012 veroordeeld voor een relatief klein vergrijp, het misbruik van het NSA-computersysteem, en kreeg een jaar proeftijd.

Twee weken geleden reisde Drake naar Moskou, waar hij Snowden voor het eerst ontmoette. Ze praatten enkele uren, en Drake herkende veel van zichzelf in Snowden – zijn wrange grappen, de obsessieve manier waarmee hij het nieuws volgt. Snowden was, zei hij, als klokkenluider geïnspireerd door Drake. „Hij staat op mijn schouders. Ik was de ooggetuige van het begin van de surveillancestaat die Amerika is geworden.”

Snowden heeft volgens Drake aangetoond dat wat hij al signaleerde, de laatste jaren alleen maar erger is geworden. „Hij realiseert zich ook dat wat mij overkwam, hem ook kan gebeuren. Daarom begrijp ik wel dat hij is uitgeweken en niet, zoals ik, de strijd in de VS aangaat. Zijn integriteit wordt aangevallen, net als destijds bij mij, in plaats van dat er een debat ontstaat.”

Wat Drake vooral stoort, is dat het Amerikaanse publiek alleen is geïnteresseerd in nieuws over spionage van Amerikaanse burgers. Juist Amerikaanse spionage in het buitenland vormt volgens hem een groot probleem. Deze week werd bekend dat de NSA in de weken rond de jaarwisseling 70,3 miljoen telefoongesprekken in Frankrijk heeft getapt. De Franse regering reageerde furieus, de Amerikaanse regering ontkende. Verder was het in de VS geen groot nieuws. Ook Nederlandse telefoongegevens worden verzameld. De NSA heeft, volgens een publicatie in Le Monde, de gegevens van 1,8 miljoen gesprekken in Nederland opgeslagen, zoals de lengte van gesprekken, de nummers die gebeld zijn, en de tijdstippen. In Duitsland zou, zo onthulde Der Spiegel deze week, de privételefoon van Bondskanselier Merkel door Amerikaanse veiligheidsdiensten zijn getapt. De VS ontkennen dat de Bondskanselier op dit moment wordt afgeluisterd, maar wilde niet zeggen of dit in het verleden wel is gebeurd.

Drake: „Het doorzoeken van buitenlandse gegevens is eenvoudig voor de NSA, omdat er hier geen debat over ontstaat. In de VS ontstaat vooral woede als Amerikanen gevolgd blijken te zijn. Alsof de rechten van een Amerikaan verhevener zijn dan die van een Nederlander, of een Duitser. De arrogantie hier is soms stuitend.”

Het Amerikaanse publiek maakt onderscheid tussen het volgen van de eigen bevolking en buitenlanders. Maakt de NSA dat ook?

„Nee. We zijn allemaal buitenlanders geworden. Het maakt niet meer uit waar je woont. Als ze willen, kunnen ze je overal afluisteren. Het onderscheid is kunstmatig.”

Was de NSA altijd al in West-Europa geïnteresseerd?

„Het kan heel nuttig zijn dat inlichtingendiensten internationaal samenwerken, Interpol doet dat ook. Traditioneel dienden afspraken tussen de VS en bondgenoten een strafrechtelijk doel. We wilden misdadigers ook over de grens pakken, drugstransporten onderscheppen, witwassen van zwart geld tegengaan, terrorisme bestrijden. Dat is volkomen legitiem.”

Wanneer ging het mis?

Dat was op mijn eerste werkdag, op 11 september 2001. Vanaf toen probeerde de NSA uit alle macht informatie te krijgen over mensen tegen wie geen enkele verdenking bestaat. Daar is een principiële grens overschreden. Meteen na de aanslagen werd Duitsland een primair doelwit, omdat veel kapers er hadden gewoond. Op twee manieren werden de mogelijkheden verruimd. Veiligheidsdiensten maakten afspraken om meer informatie uit te wisselen. En waar dat niet lukte, hackten we ons wel naar binnen. De cultuur veranderde razendsnel.”

Maar veel informatie wordt vrijwillig door Europese partners gegeven?

„Ja. Dat is het mooie van werken voor Amerikaanse inlichtingendiensten. Veel landen komen vanzelf over de brug, vaak nog met meer dan gevraagd wordt. Zeker in West-Europa.”

Waarom?

„Ten dele is het een overblijfsel uit de Koude Oorlog. Samenwerken met Amerika over inlichtingen wordt nog steeds gezien als iets dat Europa veiliger maakt. Daarbij laten Europese landen zich gemakkelijk om de tuin leiden. De indruk wordt gewekt dat het tweerichtingsverkeer is. Een land als Nederland werkt graag mee, omdat het ook informatie terug denkt te krijgen van de VS, wat nauwelijks gebeurt. Amerika laat bondgenoten graag in die waan.”

Toen Thomas Drake, een voormalige inlichtingenofficier bij de luchtmacht en de marine, in 2001 werd aangenomen bij de NSA, bevond de dienst zich in een identiteitscrisis. De Koude Oorlog was voorbij, naties vormden geen bedreiging meer, en de dienst wist zich niet goed raad met de razendsnel veranderende wereld. De aanslagen van 11 september 2001, zijn eerste werkdag, kwamen als een totale verrassing op het hoofdkantoor in Fort Meade, in Maryland.

De weken na 9-11, zegt Drake, zijn achteraf beslissend geweest voor de NSA. President George W. Bush gaf de dienst enorme bevoegdheden om informatie van Amerikanen en niet-Amerikanen te achterhalen. Enkele maanden na de aanslagen tekende Bush in het geheim een wet die het mogelijk maakte internationaal telefoon- en e-mailverkeer in de VS af te luisteren zonder toestemming van een rechter.

Drake: „Opeens werd iedereen interessant, ook zonder verdenking. Thomas Jefferson zei eens: de overheid moet aan de ketting van de Grondwet liggen. Dit was het moment dat de overheid de ketting losbrak.” Drake, die hoog in de hiërarchie stond, kreeg toegang tot het geheime project Stellar Wind. Het gaf de NSA de mogelijkheid om, zonder toestemming van een rechter, in grote hoeveelheden telefoongegevens op te vragen bij Amerikaanse telefoonmaatschappijen.

Drake: „Stellar Wind was een voorloper van PRISM, het programma dat Edward Snowden in juni lekte. Het idee was hetzelfde: in bulkinformatie verzamelen. Niet om meteen in te zoeken, maar gewoon omdat het handig is om te hebben. Altijd maar méér willen hebben, dat was de sfeer.”

Verklaart u die sfeer eens. U heeft jarenlang zelf inlichtingen verzameld.

„Ik ken het heel goed. Heel eerlijk: ik was eraan verslaafd. Ik wilde altijd het allerlaatste weten, ik werd heel bang iets te missen. Dus verzamel je alles wat je kan en mag, het liefst iets meer. Als ik met vakantie was, moest ik echt afkicken van mijn werk. Alleen al weten dat er gegevens waren waar ik geen toegang tot had, maakte me diep ongelukkig. Het is pathologisch. Zoals koopzieke vrouwen in real life soaps hun huis volstouwen met nutteloze spullen.”

U begon na een paar weken vragen te stellen. Wat zat u vooral dwars?

„Ik vroeg waarom de Grondwet opeens niet meer belangrijk was. Ik ben een kind van de jaren zeventig. Ik heb de val van Nixon meegemaakt. De les was dat een overheid niet blind te vertrouwen moet zijn. Je hebt waarborgen nodig. Die waarborgen had de NSA ook. Er moesten goede redenen zijn om iemand af te luisteren, en duidelijk moest zijn waar we naar op zoek waren. Dat was opeens niet belangrijk meer.”

Was er ruimte voor discussie bij de NSA?

„Nee, want de meeste collega’s wisten niet precies wat er gebeurde. Stellar Wind, waar ik kennis van had, was een geheim programma. Er werd alleen over gefluisterd, het liefst zo zacht mogelijk. Het Witte Huis en de top van de NSA besloten dat de Grondwet even aan de kant mocht worden geschoven. Als ik ernaar vroeg, werd gezegd: „We hebben die gegevens gewoon nodig. Just take it.” Het boeiende aan de NSA is dat de lijn steeds nét iets verder opschuift. PRISM verschilt weinig van Stellar Wind, maar gaat weer iets verder. Als je halverwege vragen stelt, is het antwoord: we doen niks nieuws, we verzamelen alleen meer gegevens. Zo is het debat gesmoord.”

Drake beklaagde zich intern, maar vond geen gehoor. In november 2005 tipte hij de Baltimore Sun, die details over de NSA naar buiten bracht. Twee jaar later viel de FBI bij hem thuis binnen. „Opeens staan twaalf mannen in je huis privéfoto’s overhoop te halen, en vragen ze wie erop staat. Opeens was ik de bad guy.” Deze ervaring, zegt hij, heeft zijn vertrouwen in de Amerikaanse overheid geknakt. „Ik heb Oost-Duitsland in de jaren tachtig moeten volgen. Ik was ontzet door hoe een overheid binnendringt in het persoonlijke leven van burgers, en verslaafd raakt aan het volgen van hun stappen. Zoals de Stasi-agent in de film Das Leben der Anderen. Nu denk ik: dat gebeurt hier ook. Ik weet dat mijn telefoon een volgapparaat is, ik weet dat in de gaten wordt gehouden waar ik ben, met wie ik praat, en hoe lang. Wat is nog het verschil?”

U bent Republikein, maar stemde in 2008 op Barack Obama.

„Ik gaf hem het voordeel van de twijfel. Ik had goede hoop dat er iets zou veranderen. Obama deed uitspraken over het beschermen van klokkenluiders. Maar het vereist enorme moed om de macht van inlichtingendiensten te beperken. Obama heeft dat niet aangedurfd, of wil het niet.” Glimlachend: „Vorig jaar heb ik maar op een kleine onafhankelijke partij gestemd.”

Kunt u de handelwijze van Obama verklaren?

„Hij vindt het heerlijk. De geheimzinnigheid, het achter de schermen kunnen opereren, de kick. Alles willen weten. Ik ken de verleidingen van spionage. Echt, het werkt verslavend. Zeker voor een president die niets aan het toeval wil overlaten, zoals Obama.”