Ik ben een Italië-watcher geworden

Oud-staatssecretaris Henk Bleker (60) van Landbouw neemt het in zijn boek Het andere Italië op voor Italië. Meer dan een corrupt probleemland met een zwakke economie is het een warme, pro-Europese familiesamenleving.

Tekst Rinskje Koelewijn, foto Andreas Terlaak

Giro d’Italia

„Als jongen had ik een Peugeot, zo’n rennersfiets. Als ik van Onstwedde naar mijn school in het volgende dorp fietste, was ik Jan Janssen. De renner die in de laatste tijdrit van de Tour de France in 1968 op het allerlaatste moment de eindzege afsnoepte van Herman van Springel. Prachtige sport, wielrennen. Wat het zo mooi maakt, is het volkse. Het publiek kan die jongens gewoon aanraken. Als provinciebestuurder heb ik jaren gelobbyd om de start van de Giro d’Italia naar Groningen te halen. Wij met een delegatie Groningers naar Italië, de Italianen bij ons uitgenodigd. Ik heb er speciaal Italiaans voor geleerd, ben zelfs bij de Paus op audiëntie geweest. Toen is me opgevallen hoe anders Italianen zakendoen. Nederlandse bestuurders zijn beïnvloed door Max Weber: rationeel, planmatig, bureaucratisch. De Italianen zijn creatiever, gevoeliger voor de onderlinge verstandhouding en onvoorspelbaar als het op afspraken aankomt. Maar uiteindelijk hadden we in 2002 een perfect start van de Giro. Niet in Amsterdam, niet in Rotterdam. In Groningen.”

Italiëwatcher

Time Magazine noemde Italië eind 2011 ’s werelds gevaarlijkste economie. Een probleemland, vergiftigd door corruptie en seksschandalen. Altijd als er consensus is dat iets niet deugt, denk ik: klopt dat negatieve beeld wel? Zo in de loop der jaren ben ik een Italië-watcher geworden. Met dit boek wil ik de andere kant van het land laten zien. Italië heeft de vierde economie van Europa. Hun staatsschuld is aanzienlijk minder gestegen dan de Franse, Duitse en Nederlandse. Hun private schulden zijn vele malen lagen dan de onze. Italianen zijn goede spaarders en veel pro-Europeser dan wij. Nederlanders moeten eens van de Duitse bagagedrager af, en kijken hoe de Italianen het aanpakken.”

La famiglia

„Italië is een familiesamenleving. Niet de overheid is je vangnet, maar la famiglia. Er zijn 3,5 miljoen familiebedrijven. Wie werkloos raakt of ziek wordt, valt terug op zijn familie. De kinderopvang wordt gedaan door de grootouders. Hulpbehoevende ouders worden in huis genomen door hun kinderen. Natuurlijk is dat niet het ideale model. Veel van de zorgplicht komt bij vrouwen terecht. En ook in Italië gaan vrouwen meer werken en worden de gezinnen kleiner. Maar zoals wij het doen, is weer het andere uiterste. Wij hanteren het Scandinavische zorgmodel. Al ons beleid is erop gericht gezinsleden zo gauw mogelijk onafhankelijk van elkaar te maken. Dat is tot kille norm verheven. En nu hebben we een probleem. Wij kunnen de zorg voor werklozen, zieken en ouderen niet meer betalen.”

Vadertje Staat

„Ik herinner me dat mijn grootvader de laatste zes maanden van zijn leven bij ons in huis woonde. Ik heb nog een paar nieuwe schaatsen van hem gekregen. De Deense ouderzorg lijkt sterk op de onze. Uit onderzoek blijkt dat een Italiaanse oudere veertig uur per week een mens ziet. Een Deense twaalf. Treurig toch? De Italiaanse zorg wordt deels door familie geleverd, deels door ingehuurde immigranten en deels door professionals. De familie voert de regie. Bij ons is dat precies andersom: de professional bepaalt. Nederlanders zijn compleet afhankelijk van Vadertje Staat. Ik wil later zo lang mogelijk zelfstandig aanrommelen. Als dat niet meer gaat, kan ik terecht bij mijn zoons of dochter. Zes jaar geleden ben ik gescheiden, na dertig jaar huwelijk. Nee, dat past niet in het ideaal van de famiglia. Natuurlijk hoop je tot het eind bij elkaar te blijven. Maar we zetten alles op alles om de gezamenlijke band met de kinderen in stand te houden. Ja, de zorg voor hun ouders vergt een hoop van kinderen. Maar als de band goed is, heb je dat toch voor elkaar over? Bij 95 procent van de families zit dat wel goed, hoor. Ook in Nederland.”

La mama

„Mijn moeder was een wijs mens. Bijna een Italiaanse mama, voor ons alle vier. Zij was Nederlands Hervormd, vader gereformeerd. Ze hebben ons het geloof met mildheid bijgebracht. Veel van mijn generatiegenoten kregen last van het Maarten ’t Hartsyndroom en braken radicaal met het geloof. Maar ik ben opgevoed zonder dogma’s of scherpslijperij. In de jaren negentig werd ik gegrepen door het katholicisme. Ik las boeken van Edward Schillebeeckx [katholiek theoloog] en Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI. De mystieke kant van het katholieke geloof spreekt me aan. Dat je als mens een heleboel zelf voor elkaar kunt krijgen, maar dat het een beetje moet meezitten van bovenaf. Niet alles valt te beredeneren of uit te leggen. Uit respect voor mijn ouders ben ik nooit officieel overgestapt naar het katholieke geloof.”

Il papa

„Mijn vader maakte elke maand op de dag dat hij zijn loon kreeg, een bedrag naar mij over. Hij was postbode in Onstwedde, ik student politicologie in Amsterdam. De jongens met wie ik opgroeide, gingen werken voor een baas, of op de boerderij van hun vader. Ik mocht studeren, maar deed dat zoals zij werkten. Kwart over zeven op, studeren tot een uur of vier, sporten, eten, slapen. Zo heb ik ook dit boek geschreven. Op de dagen dat ik geen lezingen geef of advieswerk doe, zit ik achter de laptop. Thuis op de boerderij hoor ik de pony’s hinniken, en zie ik het gras groeien. Schrijven doe ik het liefst in Den Haag bij Barbara, mijn vriendin.”

De Heilige Vader

„Ik heb alle aardse hulp aangeboord om de Giro d’Italia naar Groningen te krijgen. Bisschop Eijk van Groningen, nu kardinaal, introduceerde ons bij paus Johannes II. De ontmoeting met de Heilige Vader was het mooiste moment van mijn leven. Zijn ring kussen ging me te ver, voor een protestantse jongen. Ik schudde zijn hand, overhandigde hem een boek en daarna hield ik een toespraak van drie minuten. De paus keek op, zei ‘ha, Groningen’. Vanaf dat moment was ik mijn tekst vergeten. De Nederlandse kerk heeft iets verdrietigs. Op zondag gaan er nog net niet meer mensen naar het voetbal. Vergelijk dat met de zonnige woensdagmiddag op het Sint Pietersplein in Rome. Ik wachtte daar met veertigduizend man op de paus. Links plattelandsvrouwen uit Oeganda, rechts de vakbondsleden uit Gdansk. Il papa verschijnt. Massaal gejuich. Het geloof brengt letterlijk de hele wereld in beweging. Dat is wat je daar voelt.”

Dante

„Met mijn dochter, ze is nu zestien, ben ik naar Florence geweest, naar Verona, Assisi. In een weiland vlak onder Rome, vonden we Dante. Een van mijn Welsh pony’s. Mijn dochter deelt mijn liefde voor die diertjes. Ik heb met mezelf afgesproken het er niet meer in het openbaar over te hebben. Mensen denken dat ik paardenfokker van beroep ben. Het is een hobby. Ik heb tien paardjes op mijn boerderij. De veulens komen bij liefhebbers overal in Europa terecht. Het zijn pareltjes van paardjes: klein hoofdje, grote ogen, dappere houding. Edel.”

Silvio

„Twintig jaar vertolkte Silvio Berlusconi het gevoel van veel Italianen. Zijn kabinet streed tegen hoge belastingen, tegen bureaucratie, tegen de dominantie van justitie. Meer ruimte voor het gezin en het familiebedrijf. De laatste jaren is hij raar gaan doen en heeft daarmee het imago van Italië danig beschadigd. Goed, hij is veroordeeld voor belastingfraude. Maar banden met de maffia? Corruptie? Geen bewijs voor. Als het waar is dat hij het minderjarige meisje Ruby heeft aangezet tot prostitutie, dan is dat geen fout, dan is hij fout. En van die seksfeestjes van hem moet ik niks hebben. Maar je kunt niet zo maar zeggen dat de miljoenen Italianen die op hem stemmen gek zijn.”

Henk Bleker: Het andere Italië. La famiglia, daar kunnen wíj nog wat van leren, Bertram + de Leeuw, 208 blz, € 17,95

    • Andreas Terlaak
    • Rinskje Koelewijn