Hoge vergaapfactor

In het moderne interieur kan alles. Bijvoorbeeld een mix van een Japans theehuis met een Zweedse sauna. tekst Arjen Ribbens

Foto's Bill Batten en Inez & Vinoodh

Het moderne interieur is een eclectische, internationale mix. Neem het appartement van het Nederlandse fotografieduo Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin in Nolita, de wijk in New York waar ook David Bowie woont. De architect die hun dubbele loft van 316 vierkante meter verbouwde, kreeg als opdracht om er een mix van te maken van een Japans theehuis met een Zweedse sauna.

Ook de meubels in hun met hout beklede ‘cocoon of cool’ zijn weinig stijlvast: karpetten uit Marokko en Oezbekistan, vintage Charlotte Perriand-stoelen en een handgemaakt Afrikaans kralenkrukje worden gecombineerd met een gekleide stoel van Maarten Baas. In de slaapkamer is de achterwand van het bed van Van Lamsweerde en Matadin bekleed met een bloemetjesstof die in een romantisch Engels landhuis niet zou misstaan.

Alles kan, concludeert Margit J. Mayer, samensteller van Interiors Now 3, een recent verschenen boek met fotoreportages over bijzondere interieurs. Volgens de oud-hoofdredacteur van het Duitse interieurtijdschrift AD hoefden we vroeger maar bij rijkere buren naar binnen te gluren om te weten hoe we ons eigen huis moesten inrichten. In het digitale tijdperk, schrijft Meyer in haar inleiding, is zo veel informatie voorhanden dat het aantal interieurmogelijkheden is geëxplodeerd. Stijlvastheid is passé; we kiezen meubels van over de hele wereld en uit alle tijden en combineren er vrolijk op los. Of zoals Mayer het stelt: „Geweldige interieurs stellen hun eigen regels.”

De huizen die de tijdgeest weerspiegelen, vond Mayer op vier continenten. De vergaapfactor is steeds hoog. Zo kakelbont en retro als de ‘weekend getaway’ op Shelter Island van Simon Doonan, interieurontwerper van president Obama , dat zie je niet vaak. Even verbazingwekkend is het Parijse huishouden waar peperdure schilderijen worden gecombineerd met aftandse tafeltjes van de vlooienmarkt. Of het Londense interieur met een keuken gekopieerd naar een oude keuken van Frank Sinatra en een breedbeeldtelevisie aan katrollen, zodat met een beetje takelen zowel op de begane grond als op de eerste etage vanuit bad naar het nieuws kan worden gekeken.

Dat vintage in combinatie met modern in de mode is, mag geen verrassing heten. Maar zo erg als in Interiors now verbaast toch enigszins.

Met een beetje turven is vast te stellen welke klassieke ontwerper het meest geliefd is bij hedge fund managers en hun interieurvormgevers. De schelpvormige lampen van Serge Mouille hangen in vier van de 34 huizen in Interiors Now. Ook de meubels van Charles en Ray Eames, Charlotte Perriand en Gio Ponti zijn in vier interieurs te zien. Jean Prouvé is vertegenwoordigd in vijf huishoudens. Maar de lieveling van de rijken der aarden is op dit moment toch Hans Wegner. Zijn houten no-nonsense meubelen uit de jaren vijftig staan in zes huishoudens. De designklassiekers worden soms gecombineerd met actueel ‘Dutch design’: ontwerpen van Bertjan Pot, Maarten Baas of Piet Hein Eek.

Pietje precies

Mayer heeft de reputatie een pietje precies te zijn. Bij de fotoreportages in haar boek is duidelijk niets aan het toeval overgelaten. Quasi nonchalant staat vaak een vaas met voorbeeldig geschikte bloemen in beeld. Stylisten hebben appels en citroenen gestapeld tot ongenaakbare piramides en in de slaapkamers zijn de bedden opgemaakt zoals dat alleen in vijfsterrenhotels gebeurt. In het boek ligt naast geen enkele stoel een stapeltje verfomfaaide kranten. Het roept de vraag op, of in deze huizen ook geleefd wordt.

In haar inleiding probeert Mayer critici wind uit de zeilen te nemen. Ze excuseert zich bij de huizenbezitters voor de vele eisen die zij en haar medewerkers stelden. Om vervolgens te attenderen op een foto van de woonkamer van Tiina Laakkonen en Jon Rosen, die op Long Island een kolossaal huis lieten bouwen. Wie goed kijkt, schrijft Mayer, ziet vanonder hun salontafel de staart van Monkey, de kat des huizes. Met Photoshop had die staart zo weg gepoetst kunnen worden. Maar vermoedelijk heeft Mayer met de staart van Monkey het bewijs willen leveren, dat deze huizen meer zijn dan decors.

Margit J. Mayer: Interiors Now 3, Taschen, 356 blz, 39,99 euro.