Heringa is geen arts en het vonnis is fout

Moet een niet-arts, die het oordeel van de huisarts niet afwachtte en maar aannam dat het vinden van een andere arts uitgesloten was, wegkomen zonder straf? Nee, vindt Martin Buijsen.

Afgelopen dinsdag deed de rechtbank Gelderland uitspraak in de strafzaak van Albert Heringa, de man die hulp heeft geboden bij de zelfdoding van zijn 99-jarige moeder. De rechter verklaarde hem schuldig, maar een straf of maatregel bleef achterwege omdat zijn handelen was ingegeven uit liefde en zijn wens haar te helpen.

De 71-jarige Heringa en zijn advocaat Willem Anker overwegen in hoger beroep te gaan tegen de veroordeling wegens hulp bij zelfdoding. Beiden spreken van een principezaak en vinden de motivatie van de rechtbank teleurstellend.

Het Openbaar Ministerie heeft verklaard zich te herkennen in belangrijke onderdelen van het vonnis, maar wil de tekst vooral op het punt van de strafoplegging nader bestuderen alvorens een beslissing te nemen over een eventueel in te stellen hoger beroep. De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden geëist. De motivatie van het vonnis is inderdaad teleurstellend, en op het punt van de strafoplegging zelfs onbegrijpelijk.

Op basis van diens bekennende verklaring ter zitting acht de rechtbank bewezen dat Heringa zijn moeder heeft geholpen bij haar levensbeëindiging. De verdachte beriep zich evenwel onder meer op overmacht. Niet strafbaar is immers hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen. In de rechtspraak is erkend dat overmacht zich kan manifesteren in gevallen waarin de dader wordt geconfronteerd met een conflict van plichten.

Maar voor een geslaagd appèl op overmacht in deze zin moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Er moet sprake zijn van een gedraging, die voortvloeit uit een actuele en concrete toestand van nood. Die toestand is dan een rechtvaardiging voor het gepleegde delict, omdat deze zich baseert op een keuze voor een op zichzelf strafbare handeling die uit kracht van een veroorlovende norm of waarde is toegestaan, een keuze die voortvloeit uit een afweging van verschillende belangen of plichten.

In de rechtspraak is reeds lang geleden aanvaard dat een arts in een noodtoestand kan komen te verkeren, wanneer hij moet kiezen tussen enerzijds de plicht tot behoud van leven en anderzijds de plicht om als arts al het mogelijke te doen om ondraaglijk en uitzichtloos lijden van zijn patiënt te verlichten. De wetgever is de rechter in 2002 in deze redenering gevolgd. Een arts die de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet in acht neemt, gedraagt zich niet strafbaar en zal van vervolging gevrijwaard blijven.

Heringa is echter geen arts en kan zich dus niet op de euthanasiewet beroepen. Daarmee is een beroep op overmacht door een niet-arts nog niet onmogelijk. Voor een succesvol beroep op overmacht in de zin van noodtoestand is verder vereist dat bij een keuze van alternatieven de minst schadelijke gekozen wordt. Ook mag van degene die zich erop beroept worden gevergd dat hij zijn belangenafweging op een zorgvuldige wijze verricht, hetgeen kan betekenen dat op hem een onderzoeksplicht rust om de bijzonderheden van de vermeende noodsituatie in kaart te brengen. In dat verband stelt de rechtbank vast dat de huisarts van de moeder niet definitief en onvoorwaardelijk geweigerd heeft in te gaan op haar verzoek om hulp bij zelfdoding. De arts wilde het verzoek meer dan eens horen, omdat de euthanasiewet een vrijwillig en weloverwogen verzoek verlangt.

Het was Heringa die de opstelling van de arts ten onrechte als weigerachtig heeft aangemerkt. Maar mocht de huisarts nu wel weigerachtig zijn geweest, dan had het volgens de rechter op de weg van Heringa gelegen om een andere arts te zoeken. Op basis van uitlatingen van deskundigen concludeert de rechtbank dat deze zoektocht niet bij voorbaat vruchteloos zou zijn geweest.

Het strafrecht strekt onder meer tot generale preventie. Door afschrikking hoopt men ook anderen van strafbare feiten te weerhouden. Welk signaal gaat dan uit van dit vonnis? Het is zonder meer bevreemdend dat de zojuist genoemde omstandigheden van geen gewicht zijn geweest bij de vraag naar de strafoplegging. Moet een niet-arts, die door het verstrekken van tientallen malaria- en oxazepampillen de mogelijkheid van complicaties op de koop toe heeft genomen, het oordeel van de huisarts niet heeft afgewacht en maar heeft aangenomen dat het vinden van een andere arts uitgesloten was, wegkomen zonder straf? Dat opent perspectieven voor iedereen die in dergelijke omstandigheden verkeert. Zolang het handelen maar is ingegeven door naastenliefde, hoeft voor bestraffing niet te worden gevreesd! Maar niet alleen dat. Heel veel artsen vinden levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding maar lastig. Zou dit vonnis voor hen het leven niet enorm vergemakkelijken? Er lijkt immers een andere mogelijkheid te zijn ontstaan. Niet alleen voor niet-artsen lijkt het vonnis te wijzen op een nieuwe route, ook voor artsen lijkt de gelegenheid te worden geboden om moeilijke hulpvragen te vermijden.

Deze uitspraak van de rechtbank Gelderland komt de werking van de euthanasiewet beslist niet ten goede. Het is zelfs niet overdreven om te zeggen dat dit vonnis deze wet ondermijnt.

Rosanne Hertzberger is deze week afwezig.

    • Martin Buijsen