Griepvirus zet de afweer uit

Infecties met griepvirus zijn verraderlijker dan tot nog toe werd gedacht. Het virus kan in de luchtwegen de eerste linie van de immunologische afweer uitschakelen. Daardoor heeft hij meer tijd om zich te vermenigvuldigen, voordat de rest van het immuunsysteem in actie komt. Dat hebben onderzoekers van het Whitehead Institute in Boston onder leiding van de Nederlandse immunoloog Hidde Ploegh ontdekt (Nature online, 20 oktober).

Het onderzoek werpt nieuw licht op de manier waarop griepinfecties verlopen en leidt wellicht tot aanpassingen aan de gangbare griepvaccins. Het betekent niet dat de griepprik overbodig of waardeloos is geworden. Die dient er juist voor om de tweede verdedigingslinie versneld te activeren.

Wanneer een virus voor het eerst het lichaam binnendringt, reageert het immuunsysteem door de vorming van zogeheten B-cellen. Die maken antistoffen tegen het virus. Na de infectie blijft een klein aantal B-cellen achter om volgende infecties sneller te kunnen bestrijden. Ze herkennen het virus met behulp van eiwitten op hun membraan en beginnen meteen met de productie van antistoffen.

Ploeghs onderzoek richtte zich op de vraag hoe de B-cellen zich bij een volgende infectie met hetzelfde virus gedragen. De onderzoekers hingen een fluorescerend label aan één van de viruseiwitten. Zo konden ze het doen en laten van het virus volgen. Ze ontdekten dat het virus eerst B-cellen infecteert nog vóórdat het andere cellen in de luchtwegen aanvalt. Zo voorkomt het virus dat het meteen slachtoffer wordt van gerichte antistoffen.

Frappant is dat het virus de B-cellen infecteert via eiwitten die juist bedoeld zijn om het virus te herkennen en de antistofproductie op gang te brengen. Mogelijk dekken andere virussen zich op dezelfde manier tegen de eerste aanvallen van het immuunsysteem in. Huup Dassen