Gezocht: allochtoon én advocaat

Een klein deel van de advocaten heeft een niet-westerse achtergrond Terwijl 20 procent van de rechtenstudenten deze afkomst heeft Hoe kan dat?

Verslaggever

Een kleine kennismaking met de advocaat-stagiair op de Zuidas. Een jongen of meisje halverwege de twintig. Type work hard, play hard. Heeft hoge cijfers gehaald aan de universiteit. Liefst cum laude. Is ook sociaal vaardig. Is lid geweest van een studentenvereniging en borrelt nu gezellig mee op de VrijMiBo. Heeft tijdens de studie een bestuursfunctie en/of vrijwilligerswerk gedaan. Heeft ook buitenlandervaring. En oh ja, is een autochtone Nederlander.

Dat laatste, daar zouden grote advocatenkantoren graag verandering in zien. Maar echt lukken wil dat niet.

Aan aanbod geen gebrek. Rechten is één van de studies met het hoogste percentage studenten met een niet-Nederlandse achtergrond. Gemiddeld is 20 procent van de in totaal 27.000 rechtenstudenten een niet-westerse allochtoon, blijkt uit gegevens van universiteitsclub VSNU. Dat betekent dat de student of één van de ouders niet in Nederland is geboren.

Het aantal allochtone advocaten steekt daar sneu bij af. Slechts 1,5 procent van de advocaten in Nederland heeft een niet-westerse achtergrond, volgens de laatste schatting van de Nederlandse Orde van Advocaten. Wel ligt dat percentage onder startende advocaten hoger: daarvan is zo’n 10 procent niet-westerse allochtoon, schat de orde. Daarvan gaan de meesten aan de slag bij kleinere kantoren.

Codewoord: diversiteit

Pogingen om hier verandering in te brengen zijn talrijk – ‘diversiteit’ is in deze operatie het codewoord. Bijna dertig grote kantoren tekenden de ‘Intentieverklaring Diversiteit’. De Nederlandse Orde van Advocaten riep er een Commissie Diversiteit voor in het leven. HR-afdelingen namen diversity managers in dienst. Gevestigde advocaten lieten zich als ‘advo-coach’ koppelen aan allochtone rechtenstudenten om ze te introduceren op de Zuidas. En Marokkaanse advocaten startten het Nederlands Marokkaans Juristennetwerk (NMJ) om meer Marokkanen de grote kantoren in te krijgen.

Succes bleef uit. Inmiddels bestaat er binnen de Orde discussie over de invulling van de Diversiteitscommissie, is het ‘advo-coach’-project stilgezet en is het NMJ opgedoekt. Waarom lukt het maar niet om meer getalenteerde allochtone afgestudeerden op de Zuidas te krijgen?

„Ze melden zich weinig bij de grote kantoren”, zegt Joost Linnemann, voorzitter van van Commissie Diversiteit van de Nederlandse Orde van Advocaten en partner bij Kennedy Van der Laan. Veel allochtone studenten hebben een „vertekend beeld” van de advocatuur. „Witte mannenbolwerken in een corporale setting”, vat hij samen. Een béétje een punt hebben ze wel, geeft hij toe. „Er zit een kern van waarheid in, maar niet in de mate waarin studenten denken.”

„Zij kunnen ons niet vinden”, herkent ook Irene van der Veen, verantwoordelijk voor het personeelsbeleid bij advocatenkantoor NautaDutilh. „Maar wij kunnen hen ook niet vinden. We zitten niet in hun netwerken.” Die zoekt het kantoor dus actief op.

Tegelijk pakken allochtone afgestudeerden die wél solliciteren het niet altijd even handig aan. Bij het opstellen van hun cv bijvoorbeeld. „Een Nederlander meet een tweederangs bestuursfunctie zo breed mogelijk uit”, is de ervaring van Joost Linnemann. „Maar een allochtone student die bijvoorbeeld de administratie in de winkel van zijn ouders deed, vermeldt dat niet. Terwijl dat heel zinvolle ervaring is.”

En als ze dan wél binnenkomen, is het nog niet altijd prijs. „Ik heb het op kantoor uitstekend naar mijn zin”, zegt Laila Berrich, advocaat bij Loyens & Loeff. „Maar wat dat betreft ben ik niet helemaal representatief.” De 39-jarige Berrich, van Marokkaanse afkomst, heeft jonge allochtone collega’s zien vertrekken. Die konden niet gedijen, weet Berrich. „Het is een enorm cliché”, zegt ze, haast verontschuldigend. „Maar dat zit ’m volgens mij toch in de kantoormentaliteit. De borrelcultuur, de grappen die gemaakt worden – kleine dingen.”

Alles voor de cliënt

Dan niet, zouden advocatenkantoren ook kunnen zeggen. Er zijn – zeker in deze tijd – meer gegadigden dan plekken. Maar de kantoren geven niet op. Dat komt voort uit morele overwegingen, maar ook zeker uit zakelijke.

Een kantoor met advocaten die allemaal inwisselbaar zijn, dat heeft iets provinciaals. Met name internationale cliënten verwachten een divers aanbod, vertellen grote kantoren. Wie dat niet kan bieden, loopt het risico klandizie mis te lopen. Hoe meer exotische achternamen, hoe beter dus. Bovendien, zeggen kantoren, willen ze werken met de top: de slimsten, de snelsten, de succesvolsten. Die top zit onvermijdelijk ook verscholen in de grote groep allochtone juristen. Het is zaak die eruit te filteren – voor de concurrent ermee aan de haal gaat.

De speurtocht naar de allochtone topadvocaat is niet gestaakt. Alleen is het dus eerst nog even zoeken naar een effectieve vindmethode.

    • Teri van der Heijden