Geschonden vertrouwen in Amerika niet zomaar hersteld

Een van de gouden regels in de spionagebranche is van oudsher: voorkom dat je betrapt wordt. Op dat punt heeft de Amerikaanse inlichtingendienst NSA de afgelopen maanden spectaculair gefaald. Ooit leidde deze dienst zo’n verborgen bestaan dat Amerikanen er weinig méér van wisten dan de grap dat de afkorting zou staan voor No Such Agency. Wie nieuwsgierig was kon vanaf de jaren tachtig veel te weten komen uit de boeken van onderzoeksjournalist James Bamford. Maar sinds de eerste onthullingen van klokkenluider Edward Snowden, in juni van dit jaar, is de NSA in de hele wereld een symbool geworden voor de ongebreidelde Amerikaanse verzameldrift van telefoon- en internetgegevens.

Door het nieuws dat de NSA een van de mobiele telefoons van bondskanselier Merkel mogelijk jarenlang heeft afgeluisterd, is het politieke gewicht van het schandaal deze week aanzienlijk toegenomen. In Duitsland is een storm van verontwaardiging opgestoken. Merkel heeft zich bij president Obama beklaagd en van hem de verzekering geëist dat er een eind wordt gemaakt aan deze praktijk, die ze „volledig onacceptabel” noemde. De bondskanselier zei dat de Amerikanen hierdoor „ een vertrouwensbreuk” hebben veroorzaakt – een pijnlijk vaststelling, die overigens niet alleen van toepassing is op Duitsland, maar ook op Brazilië en Mexico, waar eveneens regeringsleiders zijn afgeluisterd. De Franse president Hollande heeft bij Obama zijn beklag gedaan over de 70 miljoen Franse telefoontjes die in een maand getapt blijken te zijn.

Dat landen elkaar bespioneren hoeft niemand te verbazen, zeker staatshoofden en regeringsleiders niet. Zij zouden er allang rekening mee moeten houden dat hun communicatie kan worden afgeluisterd, door Amerikaanse, maar ook door andere inlichtingendiensten. En de mogelijkheden die nieuwe technologieën bieden bij het verzamelen van informatie, worden ook intensief benut door landen die nu op hun achterste benen staan. Sommige landen hebben de NSA de afgelopen jaren stilletjes ruim baan gegeven.

Maar de Amerikanen zijn duidelijk te ver gegaan. Dat „een van de naaste medewerkers van Angela Merkel”, zoals een Duitse krant haar mobieltje treffend omschreef, „nu ontmaskerd is als agent van Amerika” is een belediging en een vernedering tegelijk. Hierdoor is grote schade toegebracht aan de betrekkingen tussen Amerika en een van zijn belangrijkste bondgenoten in Europa. Meer in het algemeen is de trans-Atlantische band door deze kwestie beschadigd, zoals donderdag en vrijdag bleek op de Europese top in Brussel.

De Europese leiders hebben er goed aan gedaan niet het idee uit het Europees Parlement over te nemen om de besprekingen over een trans-Atlantisch handelsakkoord op te schorten. Het is zowel een Europees als een Amerikaans belang dat zo’n akkoord er komt. Maar problematisch is het wel, want hoe ga je onderhandelingen in als je moet vrezen dat de tegenpartij bij voorbaat al op de hoogte is van de voorbesprekingen die je in eigen kring hebt gevoerd?

Het is van groot belang dat het geschonden vertrouwen wordt hersteld. Maar daarvoor zijn sussende woorden en beloftes van beterschap niet genoeg. Obama moet laten zien dat hij grenzen stelt aan wat zijn inlichtingendiensten allemaal uitvoeren in naam van het voorkomen van terrorisme – een rechtvaardiging die allang niet meer geloofwaardig is voor veel van de spionageactiviteiten die afgelopen weken aan het licht zijn gekomen.

En het gaat om veel meer dan de bescherming van de vertrouwelijkheid van telefoon- en e-mailverkeer van politieke leiders. De gretigheid waarmee de NSA gegevens van gewone burgers en bedrijven verzamelt en bewaart, is angstwekkend. Obama heeft gesproken over de noodzaak een balans te vinden tussen veiligheid en privacy. Maar voorlopig lijkt de NSA zich om privacy amper te bekommeren.

De landen van de Europese Unie zouden er goed aan doen bescherming van de privacy gezamenlijk ter hand te nemen, en ook gezamenlijk in Washington aan de orde te stellen. Helaas is op dat laatste nog weinig zicht.

Europese leiders spreken nu, met reden, over een vertrouwenscrisis met Amerika. Maar de crisis is veel breder. Europese politici zouden zich ook zorgen moeten maken over het vertrouwen van burgers in hun eigen overheden en de gebrekkige manier waarop die hun persoonlijke gegevens beschermen.