Geen centje vering

Rangers van de scootmobielclub uit Maasluis trekken er wekelijks op uit. Veertien vrouwen en één man. „Ik kon kiezen: blijven zitten achter de geraniums of me aansluiten bij de dames.”

Avondvierdaagse Maassluis. De scootrangers zoeven met topsnelheid voor de meute uit, geen wandelaar te zien. Ze rijden over stille wegen langs kassen, schapen en industrie. Alleen op het bedrijventerrein bij de Harting-Bank, de sponsor, houden ze even stil voor een fotomomentje.

Op kop rijdt Lies. Kort kapsel, paarse gloed. Om haar nek een gouden tientje, nog van haar ex („Teruggeven? Ik kijk wel uit!”). Lies houdt één oog op de weg en één oog op de achteruitkijkspiegel, zo ingesteld dat ze de hele meute kan overzien.

Steekt Lies haar hand omhoog, dan wordt er gestopt. Zwaait Lies, dan wordt er snel gereden. Wuift Lies, dan wordt er stapvoets gereden, zoals wanneer iemand een zwaan met jonkies ziet. Daar doe je het tenslotte allemaal voor. Overige regels: houd één scootmobielruimte afstand, pasje van Regiotaxi mee en, niet onbelangrijk gebleken, laad de accu volledig op.

IJzeren groepsdiscipline is noodzakelijk. Vorig jaar nog reed scootranger Baardje zo de dijk af omdat haar voorganger de gashendel losliet en plots stilstond. Ze moest uitwijken en belandde op de keien van de Nieuwe Waterweg onder haar scootmobiel. Baardje had zich tijdens de val klein gemaakt, dat was haar geluk. Zelfs haar kunstbeen bleef eraan.

ScootRangers bestaat vijf jaar. In juni 2008 plaatste Lies op Buurtlink een oproepje waarop vier dames reageerden. Inmiddels zijn ze met veertien dames en één man. Bertus is, met 89 jaar, de oudste.

Vrijwel wekelijks trekken de rangers erop uit. Ieder betaalt vijf euro per toertocht voor koffie en soms een tosti onderweg. Lies beheert de kas, Lies stippelt de routes uit, Lies bedenkt het reglement, Lies regelt de jaarlijkse vakantieaccommodatie, Lies doet eigenlijk alles.

En nu hup, zegt Lies, „toei toei”. De sliert zoeft verder, met Riet Bal steevast achteraan, op iets meer afstand dan de rest. „Je hebt van die lullo’s”, zegt Riet, „die botsen tegen elkaar op.” Riet niet, die heeft verkeersinzicht. Dus toen er een nieuwe motor in haar scootmobiel moest, vroeg ze aan de monteur of-ie ietsje harder mocht. „De mijne kan nu 17 in plaats van 15.”

Riet heeft lang getwijfeld of ze wel met „die truttenclub” mee moest. Je moet toch iets overwinnen als je jarenlang mobiel bent geweest. Eerst kon je alles zelf, nu moet je alles vragen. Ze voelde schaamte. „Maar m’n man zei: ga nou maar. Ja, hij heeft makkelijk praten, hij hoeft niet met z’n reet in dat ding.”

Bij het eindpunt parkeren de rangers hun ‘scooties’ bij theater Koningshof voor koffie of een biertje. Sommigen roken eerst nog gauw een saffie.

Binnen gaat het gesprek over het wagenpark. De meerderheid heeft een blauwe, de Sterling Elite XS. Actieradius 35 kilometer, royale stoel in acht vergrendelbare posities, tienstandenschakelaar, ergonomisch verstelbare stuurkolom, waterbestendig display, onderhoudsvrije accu, voetmat met grip en een ruime opbergmand.

En toch, de rode scootmobiel, een Trophy, is favoriet. Die biedt ‘medisch comfort’. Alleen: je krijgt hem niet zomaar, je hebt een indicatie nodig. „Die blauwe is een echte ruggebreker”, klinkt het aan tafel. „Geen centje vering.” „Je krijgt er wandelende nieren van.”

Bertus Alkemade had geluk. Hij heeft rugklachten en kreeg een rode. „528 kilometer op de teller.” „Die van mij had 25 op de teller”, zegt Chris Dammann die zichzelf ‘Cherokee’ noemt vanwege haar Indiaans bloed („ja ja, dat is wel een poepie verder dan Maassluis”).

Chris heeft laatst de overstap van een blauwe naar een rode kunnen maken. Die van haar kan zelfs 20 kilometer per uur, het hardst van allemaal. „Als je maar je bek openzet, dan kom je een heel eind.”

„Eerst had ik gebeld met de zorgverzekeraar”, zegt Chris. „Toen dat niet hielp ben ik langsgegaan op kantoor, met m’n man. Die veegde daar met zijn krukken zo de tafel leeg. Nou, binnen twee dagen had ik een rode. Maar ik sta nu wel genoteerd als agressief hè.”

Al dat geklets na de toertocht, daar is Bertus, de enige man in het gezelschap, wel aan gewend. „Ik kon kiezen”, zegt hij, „blijven zitten achter de geraniums of me aansluiten achter de dames.” „Hij heeft het hartstikke moeilijk hoor, met al die wijfies”, lacht er een.

Bertus werd scootranger kort na de dood van zijn vrouw, drie jaar geleden. Hij leerde zichzelf koken en deed volop mee aan de activiteiten. De ouderenwerkster was verbaasd: ‘Zo zo, u bent er gauw bij’. Hij zei: ‘Moet ik wachten tot het makkelijker wordt?’ Maar het wordt niet makkelijker, weet Bertus nu. Het is drie jaar geleden en zijn vrouw zit nog elke dag in zijn hoofd. „Maar goed ook, we hebben samen een prachtig leven gehad.”

Geen enkele toertocht heeft hij nog gemist, op die tijdens het 40-jarig huwelijk van zijn jongste dochter na. Contact, daar gaat het Bertus om. Zijn eigen kinderen wil hij daar niet mee lastig vallen. Die hebben hun eigen levens, hun eigen kinderen, kleinkinderen. „Laatst werd ik door een van hen gebeld. ‘Ik ben jarig, kom je op m’n feestje?’ Ik dacht: verdomme, wie is dit?”

Wat hem opvalt: contact leggen gaat makkelijker als je ouder wordt. Op den duur is iedereen alleen, sta je allemaal voor hetzelfde feit. En dat je als man overblijft met alleen vrouwen, is nu eenmaal de realiteit. De mannen die er nog zijn, komt Bertus alleen met klaverjassen tegen. Andere activiteiten doen ze niet. „Ze durven niet.”

Niet op de lijst

Avondvierdaagse Hoek van Holland, twee maanden later. Chris, de ‘Cherokee’, is afwezig. Ze heeft een hersenbloeding gehad in de C1000. En ook Gerrie Zwijnenburg uit Vlaardingen is niet van de partij. Ze stond vanmiddag keurig op tijd op de stoep, klaar om opgehaald te worden door Valys, de vervoerder, voor een rit naar Hoek. Maar ze stond niet op de lijst. Foutje.

Lies Kouwenberg, die weer voorop rijdt, is „vreselijk boos”. Nu krijgt Gerrie misschien haar medaille niet. Ze snapt er niets van. Gerrie had zich gewoon opgegeven, voor alle dagen, en haar vriendin, die ernaast stond, is wel meegenomen. „Ik zal toch eens bellen.”

Voor de scootrangers is de Vierdaagse van Hoek van Holland een hoogtepunt in het jaar. De rit ernaartoe is gezellig, de omgeving weer eens wat anders en de organisatie is goed. Vrijwilligers delen gevulde koeken uit en bij de intocht op het Brinkplein loopt de hele kustplaats uit.

Enig minpunt is het tempo. De rangers moeten achter de lokale mindervaliden blijven. Dat is zo afgesproken, ze zijn hier te gast. Maar het tempo is zo laag dat ze hun scootmobiel bijna op standje ‘schildpad’ moeten zetten, het winkelcentrumstandje, in plaats van ‘haas’. „Even gassen”, zegt Lies licht geagiteerd. Ze verruilt de stoep voor de openbare weg. „Je ziet dat scootmobielers hier minder ervaring hebben”, zegt ze. „Ze zijn minder geoefend.”

Ook in Maassluis gaat het volgens haar vaak mis, vooral bij beginners. Die denken: ik kan autorijden dus met een scootmobiel kan ik het ook. „Maar dat is niet zo. Als je te hard knijpt schiet je meteen vooruit. En met volle snelheid een stoepje op rijden is ook niet slim.”

Een verplichte scootmobielcursus zou een hoop ongelukken voorkomen, denkt Lies. „Er zijn er genoeg omgegaan.” Lies heeft de gemeente daarom geadviseerd over de eisen van een nieuw oefenparcours dat er binnenkort in Maassluis komt. Inclusief helling, haaientanden, rotonde, klinkertjes, paaltjes en een smalle doodlopende weg. Alleen haar suggestie voor een beweegbare helling heeft het niet gehaald.

En het volgende project, landelijke bekendheid, heeft Lies ook al in de maak. „Ik zat te denken om RTL of SBS te vragen of ze ons willen volgen. Dan bel ik die man die altijd het woord heeft daar. Hoe heet-ie nou, eh, Albert Verlinde. Ik ga morgen meteen de stoute schoenen aantrekken.”

„Jongens, we krijgen limo van die leuke mannen daar”, roept er een.

Ria Schouten, 78 jaar, begluurt het stel aan de kant van de weg met haar rechteroog. Het linker zit verstopt achter een brillenglas afgeplakt met zwart tape.

„Ik mag toch wel kijken naar een lekker stuk?”, zegt ze. „Jonge mensen mogen kijken, maar wij kijken ook graag.”

Ria valt niet op mannen van haar leeftijd. Liever heeft ze een jonge knul van 65, 70 jaar. „Niet dat ik nog een relatie wil hoor. Daarvoor is mijn ervaring in de liefde te slecht geweest.”

Haar scheiding vier jaar geleden, na 57 jaar huwelijk, was snel beklonken. In januari had Ria het de kinderen verteld waarna ze hem bezocht, ze woonden al apart. ‘Zal ik m’n nieuwe nummer geven?’ vroeg hij. ‘Nee, dat hoeft niet’, zei Ria. In april was het geregeld. „Hij is nog steeds boos dat ie nu z’n pensioen moet delen.” Rijden bij een scootmobielclub had van haar ex nooit gemogen, weet Ria. Ze zat onder plak, had thuis niets te vertellen. „Hel was het.”

Hij zocht een huis en zij was dik en bang dat ze niet aan de man kwam, zo vonden ze elkaar. Hij had een slechte jeugd gehad en zij wilde hem verwennen, goed maken wat hij thuis tekort was gekomen. Het ging fout toen het eerste kind kwam. Hij wilde eigenlijk niet en werd steeds erger, gooide met bierflesjes. „Hij was een tiran.” Al vroeg in hun huwelijk sliep ze in het logeerbed.

„En nu is mijn leven voor me opengegaan”, zegt Ria. „Ik hoef met niemand rekening te houden, alleen met mezelf. Ik heb mezelf teruggevonden. Vroeger was ik teruggetrokken, nu durf ik veel meer.” Dus toen laatst het wooncentrum de regels aanpaste, geen rollators meer in de zaal, zei Ria daar wat van. Voor het eerst in haar leven.

Had ze niet twintig jaar eerder kunnen scheiden? Het wordt haar vaak gevraagd. Tja, zegt Ria dan. Ze is katholiek opgevoed, dingen lopen nu eenmaal zo.

Wirwar van draden en accu’s

Eibergen, de Achterhoek, twee weken later. Het is avond. Onder het afdakje naast de groepsaccommodatie liggen elf scootmobielen aan het stopcontact. Een wirwar van draden en accu’s. Hier vieren de scootrangers ditmaal hun jaarlijkse vakantie.

Een week eerder parkeerde op het boerenterrein een enorme vrachtwagen. Van de laadklep kwamen elf scootmobielen, daarna de bagage, en drie tassen vol boodschappen. Brood, limonade, champignons, diepvrieskip, bonen, cola, sinas, karnemelk, boter, vlokken, gekleurde muisjes, gestampte muisjes, bleekwater, doekjes. In het volgende busje zaten de scootrangers, elf stuks.

Aanvankelijk was de vrachtwagen een stuk kleiner. Valys, de vervoerder, had doorgegeven dat er elf personen en zes scootmobielen mee moesten. Daarop had Lies meteen gebeld: ‘Hoe kan dat nou?’ Volgens de telefoniste waren er maar zes pasjes ontvangen. ‘Moeten er dan twee op één scootmobiel?’

„Alarm, alarm, aan tafel!” roept Coby die twee flinke stapels pannenkoeken op tafel zet. Het gezelschap stort zich op de appelvariant, een van de rangers grijpt mis.

„Heb ik appel besteld, krijg ik niets.”

„Bijna iedereen wilde appel”, zegt Coby. „Op een gegeven moment houdt het op.”

Lies draait haar pannenkoek om.

„Heb ik het weer niet goed gedaan”, plaagt Coby. „Jawel hoor”, zegt Lies. „Maar een pannenkoek heeft twee kanten. Ik wil de eerst gebakken kant onderop.”

Riet pakt nog een pannenkoek. „Ze zijn wel wat dik hè.” „Dat is bij een pannenkoekenhuis ook zo.” „Daarom kom ik er ook nooit”, zegt Riet.

Na het eten waaiert het gezelschap uit. De overblijvers ruimen de tafel af en de vaatwasser in, als een geoliede machine.

Of de samenwerking dit jaar goed zou verlopen was vooraf nog even spannend. Vorig jaar eiste een van de rangers het tafeldekken op, terwijl anderen dat ook wel wilden. Ditmaal, zegt Lies, is er geen onvertogen woord gevallen.

Ja, je hebt altijd wat natuurlijk. Zo was er een incident met stofzuigen. Lies was bezig toen een van de rangers vond dat vegen beter was omdat er zoveel vliegen op de vloer lagen. Lies vindt dat je vliegen ook prima met een stofzuiger kan wegnemen.

En bij de kamerindeling waren er scheve gezichten toen Lies en ‘Big Mama’ Ria Buijs, Lies’ rechterhand, als eersten de groepsaccommodatie betraden. ‘Oh, die gaan gelijk de mooiste kamer uitzoeken’, dachten sommigen. Maar ze wilden juist uitzoeken wie waar het beste kon slapen.

Ook was er een incident met de boontjes. De ranger achter het fornuis vond ze gaar, ze waren immers al voorgeblancheerd. Ria en Lies zijn toen gaan proeven en vonden ze nog niet gaar. Maar de ranger vond ze wel gaar, althans beetgaar, haalde het deksel eraf en deed de warmtebron uit. Toen ze weg was heeft Lies de boontjes toch nog even laten doorgaren. „Soms moet je als leider de leiding nemen.”

En er waren woorden geweest, dinsdag, over de rit. De langste van de week, 28 kilometer, uitgestippeld door Lies met Ria Buijs voorop – zoals gebruikelijk op de vakanties.

De Rangers konden de uitspanning met het waterrad niet vinden dus ging een drietal vooruit om de weg te vragen terwijl de anderen bij het bruggetje bleven. Toen het drietal nogal lang wegbleef terwijl een van hen, Gerrie, onderuit was gegaan over de gladde kinderkopjes en de andere twee dat niet zagen en waren doorgereden, ging Regina kijken wat er was gebeurd waarna Lies in de hectiek van het moment zoiets als ‘hou je bek’ zou hebben gezegd.

Hoe dan ook, de organisatie kreeg het te verduren (‘had dit niet beter gekund’) terwijl Lies zoiets had van ‘krijg de hik!’ omdat ze altijd alles al doet. Dus toen barstte ’s avonds de bom, bleef Lies op haar kamer en vloeiden tranen, zoals eigenlijk elke vakantie wel één keer.

Maar verder is het oordeel unaniem: de vakantie is geslaagd en er was meer natuur dan in de Likkebaard in Maassluis. Bertus, die voor het eerst mee is, omhelst Lies en pinkt een traan weg. „Je moet het maar doen hè, met zo’n groep. En dan die spanningen. Maar het was zo fijn, dankjewel Lies.” Anderen volgen zijn voorbeeld.

Ze had RTL nog gebeld, vertelt Lies daarna. „Maar RTL doet alleen Bekende Nederlanders, zeiden ze. „Later zei iemand tegen mij: ‘Als we op tv zijn geweest zijn we toch ook Bekende Nederlanders?’ Goeie, maar zo rap van tong ben ik niet.”

Ook bij SBS ving Lies bot. Er zit geen verhaal in, vonden ze. „‘Bel maar als er twee scootmobielen gestolen worden.’ Ja zeg!”