Ergens tussen zojuist en straks

Wanneer is het nu? Ons bewustzijn loopt een fractie van een seconde achter bij onze waarneming, dus als we ‘nu!’ denken, is het al voorbij. Drie wetenschappers laten hun gedachten gaan over een ongrijpbaar ogenblik.

Trent Parke / Magnum Photos / HH

Het ‘nu’ is een ingewikkeld verhaal. Je moet in het heden leven, hoor je vaak. Het verleden loslaten. Niet tobben over de toekomst. Het enige wat telt is het heden, het ‘nu’.

Maar probeer je dat ‘nu’ echt te vangen, dan lost het op als een druppeltje in de oceaan. Zoals de Poolse Wislawa Szymborska dichtte: ‘Wanneer ik het woord Toekomst uitspreek, vertrekt de eerste lettergreep al naar het verleden.’

Het is zelfs nóg erger: het moment dat wij in ons hoofd als ‘nu’ ervaren, is al verstreken als we nog maar net beginnen met ‘nu’ te zeggen, of ‘toekomst’. Dat komt doordat ook onze hersencellen niet sneller kunnen werken dan het licht. Zo kruipt er speling tussen het ‘nu’ dat onze zintuigen registreren en het ‘nu’ dat in ons bewustzijn opduikt. „Zeker een paar honderd milliseconden”, zegt Victor Lamme, hoogleraar Cognitieve Neurowetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Het duidelijkst blijkt dat bij sport. Op de tennisbaan bijvoorbeeld. Zou een tennisser zijn racket omhoog zwaaien wanneer hij de bal bewust naast zich zag, dan sloeg hij onherroepelijk mis. Te laat om de bal nog te raken die al lang voorbij zou zijn gesuisd.

Dat een tennisser raakt slaat, komt doordat zijn brein geleerd heeft om de toekomst te voorspellen: om vooraf al heel precies in te schatten welke weg de bal zal afleggen. „En in het dagelijks leven gaat het net zo”, zegt Lamme. Ook als we door druk verkeer fietsen, eten koken, trappen lopen, kijkt ons brein vooruit. Maar: een lichte vertraging tussen het zintuiglijk nu en het nu dat wij ervaren, blijft altijd bestaan.

En ja, zegt hij met een lachje, zelfs dat is een versimpeling. Want het ‘nu’ dat in ons bewustzijn opduikt, correspondeert niet één op één met het ‘nu’ dat onze zintuigen binnenstroomt. Het is een samenraapsel van informatie die onze zintuigen op verschillende momenten hebben aangereikt, en daartussen kan wel een halve seconde zitten.

De visuele cortex die de informatie uit onze ogen verwerkt bijvoorbeeld, registreert beweging sneller dan kleur, en kleur sneller dan vorm. Lamme: „Ergens in ons hoofd wordt al die informatie weer netjes bij elkaar geveegd, maar hoe dat gaat, dat weten we nog helemaal niet. Wanneer zijn we ons werkelijk van een ervaring, van het ‘nu’, bewust?”

Met zijn groep deed Lamme een experiment om daar meer greep op te krijgen. Eerst prikkelden ze de hersenen van proefpersonen met magneetvelden (met magnetische transcraniële stimulatie) zodat het was alsof die proefpersonen een lichtflitsje gewaar werden. Een halve seconde later gaven ze de proefpersonen bovendien een raster te zien.

Lamme: „Het gekke was dat die proefpersonen daarna niet zeiden: ik zie eerst een flitsje en daarna een raster. Nee, ze zagen eerst een flitsje met een rasterpatroon en toen een raster. In hun bewustzijn was het flitsje dus bijgekleurd met het raster, terwijl dat een halve seconde later was getoond!”

Het brein bouwt het ‘nu’ dus niet lineair en objectief op, concludeert Lamme, maar stelt het samen uit sneller en langzamer verwerkte informatie. Bovendien vult het gaten op met snelle voorspellingen en met kennis uit eerdere ervaringen.

Het nu, vat hij samen, is „een mengelmoesje van wat zich voor je ogen afspeelt – misschien zelfs op meerdere tijdstippen vlak na elkaar –, en van je eigen geschiedenis. En dat is raar, want we hebben wel dat gevoel dat we in het ‘nu’ leven.” Hij lacht. „Dat nu is een illusie.”

Welk ‘nu’ zoeken we dan als we in het heden proberen te leven? Of als we misschien zelfs een yogamat uitrollen en geconcentreerd een mindfullness-oefening doen? Zoeken we dan dat subjectieve en vertraagde nu in ons hoofd? Of juist een 'nu' in de werkelijkheid daarbuiten? En: bestaat daarbuiten in de werkelijkheid wel een ‘nu’?

Tijd om een natuurkundige te raadplegen

„Een moeilijke vraag: wat is nu”, zegt theoretisch fysicus Erik Verlinde. Hij is in het Amerikaanse Santa Barbara voor een workshop over zwarte gaten, hoort de vraag via Skype, en kijkt moeilijk.

Zullen we dan beginnen met: wat is tijd? Verlinde zucht. „Dat is ook lastig.”

“Natuurkundigen”, zegt hij dan, “bekijken het begrip tijd vooral praktisch. Zij hebben de ‘tijd’ nodig om vast te stellen wanneer iets gebeurt: gebeuren twee dingen tegelijk, gebeuren ze na elkaar, volgen ze elkaar op?”

De grote Isaac Newton dacht in de zeventiende eeuw nog dat de tijd die natuurkundigen daartoe meten, voor iedereen en overal even snel wegtikt. Maar ruim twee eeuwen later liet Albert Einstein zien dat klokken anders lopen in systemen die ten opzichte van elkaar bewegen of die zich in een zwaartekrachtsveld bevinden – langzamer of juist sneller.

Einstein schreef erover in een condoleancebrief aan de nabestaanden van zijn collega-fysicus Michele Besso. ‘Besso heeft deze vreemde wereld een beetje eerder verlaten dan ikzelf. Dat betekent niets’, schreef hij. ‘Mensen zoals wij, die in fysica geloven, weten dat het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst niet meer is dan een hardnekkige illusie.’

Of de nabestaanden zich daardoor getroost voelden, is niet bekend. Maar het idee dat de tijd – een aanschakeling van losse ongrijpbare momenten - kan worden opgerekt (in ruimtetijdsystemen met een langzame klok) of samengedrukt (met een snelle klok) is inmiddels een van de fundamenten van de moderne fysica.

Ook van iets anders zijn de meeste fysici rotsvast overtuigd: die verschillende ruimtetijdsystemen kunnen niet met elkaar in aanraking komen. Besso zou nooit vanuit een andere ruimtetijd een reactie op Einsteins brief kunnen sturen. Verlinde: „Back to the future of een brief schrijven aan jezelf toen je acht jaar was, dat kan niet. Oorzaak en gevolg kun je niet omdraaien. In die zin kun je zeggen dat tijd richting aan de gebeurtenissen geeft.”

„Misschien moet je het ‘nu’ dus eenvoudigweg zien als een toestand die bepaald wordt door het verleden”, gaat Verlinde verder. „Als je alles zou weten en alle gedragingen van elk atoom in het universum zou kennen, dan zou je met de juiste vergelijkingen kunnen uitrekenen hoe deze toestand eruitzag. Dat zou je dan het ‘nu’ kunnen noemen.” Die toestand zou je tegelijk kunnen definiëren als het vertrekpunt voor de toekomst.

Maar ja, ook zo’n definitie schiet tekort. Verlinde haalt zijn schouders op. Het is waar. „De wetten van de quantummechanica staan niet toe dat je de toestand van de wereld op een ondeelbaar kort moment exact vaststelt. Zij stellen dat wie uiterst precies een tijdstip meet, niet langer zeker kan zijn over de precieze hoeveelheid energie die een systeem bevat.”

Moet je dan zeggen dat het ‘nu’ onkenbaar is? Misschien zelfs dat het ‘gelaagd’ is, omdat het kennelijk meerdere uitkomsten van het verleden in zich draagt, en ook meerdere vertrekpunten voor de toekomst?

„Misschien moet je tegen al deze dingen anders aankijken”, zegt Verlinde. „Het gaat steeds om veranderingen, en veranderingen treden op als een evenwicht verstoord wordt. Het zou kunnen dat begrippen als evenwicht en verstoring van evenwicht veel fundamenteler zijn dan ruimte en tijd. Misschien denkt de natuur zelf helemaal niet in termen van ruimte en tijd. Misschien doen alleen wij mensen dat om praktisch te kunnen omgaan met wat er gebeurt.”

Is dat wat mensen zoeken in de lotushouding op een yogamat? Een toestand van evenwicht, zonder verstoringen die hun wereld uit balans brengen? Voorzover levende wezens die kunnen benaderen natuurlijk, want het hart blijft kloppen, het bloed blijft stromen en hersencellen blijven vuren.

De Australische filosoof Huw Price, hoogleraar in het Britse Cambridge en auteur van het beroemde en prikkelende Time’s arrow & Archimedes’ point (1997), vindt het nodeloos ingewikkeld. „Iedereen begrijpt wat er bedoeld wordt met ‘hier’”, zegt hij vanuit Sydney via Skype. „‘Hier’ is een plek in de ruimte. En net zo kun je ‘nu’ definiëren in de tijd.”

Ofwel: het ‘nu’ is het ‘ hier’ in de tijd.

Verschil is er ook. Je kunt je makkelijk voorstellen dat iedereen zijn eigen ‘hier’ definieert. De één noemt Sydney ‘hier’. De ander zegt dat hij ‘hier’ in Amsterdam zit. „Hier is dus iets subjectiefs”, zegt Price. Met ‘nu’ is dat anders: iedereen deelt hetzelfde ‘nu’. „Dat maakt de verleiding groot het ‘nu’ te zien als iets buiten onszelf, als een objectieve eigenschap van het heelal.” Het is volgens Price een misverstand – ook het ‘nu’ wordt door mensen vastgesteld.

Zo ver, zo goed. Maar: het ‘nu’ kun je ook zien als een schakel tussen verleden en toekomst – hoe ongrijpbaar misschien ook. Hoe zit dát dan? Price lacht een beetje. „Dat hangt ermee samen dat de tijd eendimensionaal is. Maar kijk, haal van de driedimensionale ruimte zoals wij die kennen, nu eens een dimensie af. Dat levert een platte wereld op waar wezens plat als een dubbeltje doorheen bewegen. En haal dan nog een dimensie weg: dan eindig je met een lijn, en in elk punt op die lijn bestaat er alleen ‘links’ en ‘rechts’. ‘Voor’ en ‘achter’, zo je wilt. Dat is dus vergelijkbaar met de tijd die in elk punt, in elk ‘nu’, alleen verleden en toekomst kent.”

Toch: op zo’n lijn kun je heen en weer bewegen, terwijl de tijd slechts één kant lijkt op te lopen. Price lacht weer een beetje. „Ja, in ons deel van het heelal lijkt dat zo te zijn. En ja, je ziet mensen ouder worden, dat ontken ik niet. Maar: fundamentele fysische processen hebben geen voorkeursrichting. Ze kunnen zich net zo goed andersom afspelen in de tijd.”

„Zeker”, gaat hij verder, „de meeste fysici denken dat de tweede hoofdwet van de thermodynamica (die stelt dat de natuur naar toenemende wanorde streeft) de tijd in ons heelal richting geeft. Maar ik weet niet of die wet wel zo fundamenteel is.” Misschien denken wij dat omdat we nu eenmaal geen vergelijk hebben. Misschien bekijken we dat alweer op een subjectieve manier, bedoelt Price.

De grote negentiende-eeuwse fysicus Ludwig Boltzmann trok ooit de parallel met boven en beneden, licht hij toe. „Onze verre voorouders dachten waarschijnlijk nog dat ‘boven’ een objectieve eigenschap van de wereld was. Wij weten intussen dat het niet zo is. Als ik hier in Sydney naar boven wijs, en jij doet dat in Amsterdam, dan wijzen we allebei een andere kant op. ‘Boven’ is dus geen intrinsieke eigenschap van de ruimte. Dat je van ‘boven’ kunt spreken komt doordat de zwaartekracht op aarde richting aan de ruimte geeft. Aan de andere kant: als je ergens gewichtsloos door de lege ruimte zweeft, waar geen sprake is van boven of onder, dan bestaat de ruimte nog steeds.”

Zoiets is met tijd ook aan de hand, denkt Price. Veranderingen zorgen ervoor dat je van verleden, heden en toekomst kunt spreken. „Maar wie weet, ergens anders in het heelal, verlopen alle processen misschien wel andersom. Waarom niet?”

En ja, zegt Price, wat tijd dan precies is, valt niet goed te zeggen. „Ik ben geen fysicus, over allerlei quantummechanische grondslagen, wil ik me niet uitlaten.” Maar hij vindt het te ver gaan om het ‘nu’ in twijfel te trekken, omdat tijd niet exact meetbaar is op de kleinste quantummechanische schalen. „Datzelfde geldt toch voor ruimte op de kleinste schalen? Ook daar stuit je op quantummechanische regels die tot onzekerheid leiden. Toch is dat nooit reden om te zeggen: het ‘hier’ kan niet gedefinieerd worden. Of: we weten niet wat ‘hier’ is. Waarom zou je over ‘nu’ dan wel al die vragen stellen?”

Wat vindt Price dan van de idee dat je in het ‘nu’ moet leven? Hij lacht. „Dat vind ik nogal… beperkt. Alsof je zou zeggen: je mag alleen maar ‘hier’ leven. Of: je mag je uitsluitend nog met jezelf bezighouden en niet met het perspectief van een ander. Waarom zou je het doen? Misschien liggen er veel mooiere of interessantere momenten in de toekomst.”

Fysicus Verlinde heeft een ander advies „dat niet zoveel met de natuurkunde te maken heeft”. Misschien, zegt hij, moet je je pad door de ruimtetijd zo gevarieerd mogelijk maken. „Als je veel meemaakt, geeft dat meestal het gevoel dat je langer leeft. Zo haal je dus misschien meer uit elk ‘nu’.”

Neurowetenschapper Lamme tot slot „kan niet zoveel met het navelstaren op een yogamat”, zegt hij. „Het kale ‘nu’ ervaren is alleen al onmogelijk omdat je hele verleden – genen, opvoeding en alles wat je meegemaakt hebt – bepaalt wat je dan ervaart. Bovendien lijkt het me saai.” Hij haalt zijn schouders op. „Nou ja, ik snap wel dat je niet teveel moet tobben, maar een mens die met aandacht doet wat hij belangrijk en leuk vindt, die leeft volgens mij genoeg in het heden.”

    • Margriet van der Heijden