Er heerst angst voor eenvoud

Hoogopgeleiden spreken geen simpele taal meer, uit angst te worden aangezien voor laagopgeleid. Maar het gros van de bevolking begrijpt hen niet, aldus Jan Kuitenbrouwer.

ILLUSTRATIE HAJO

Onder hoogopgeleiden is veel angst voor eenvoud. Hun ouders zijn vaak minder hoog opgeleid. Zij zijn opgestegen naar een andere luchtlaag en willen de simpele taal van paps en mams niet meer spreken, uit angst dat ze worden aangezien voor laagopgeleid. In de gebruiksaanwijzing van de Honeywell Chronotherm kamerthermostaat staat:

„De Chronotherm III controleert iedere dag opnieuw hoeveel tijd er nodig is, om uw huis aan te warmen. Aan de hand van dat gegeven berekent de Chronotherm III het exacte tijdstip om de volgende dag met aanwarmen te beginnen.”

Als een huis ‘s ochtends op temperatuur komt omdat de verwarming is aangegaan, hoe noem je dat? Het huis…?

Ik heb dit testje veel gedaan en nog nooit zei iemand: „Het huis warmt aan”. Aanwarmen bestaat alleen in de handleiding van de Honeywell Chronotherm. Geschreven door iemand met een graad in de warmtetechnologie, die dacht: „Opwarmen, dat doet mijn vrouw straks met het eten als ik thuiskom van mijn gewichtige baan in de warmtetechniek. Dit is van een geheel andere orde. Dit is geen opwarmen, dit is eh … aanwarmen”. Professionals houden van ‘aan’. Ze besturen een project niet, nee, ze sturen het aan.

Kun je een fiets ook aansturen? Nee. Vandaar. Dit zijn ook de mensen die iets niet zeggen, uitleggen of vertellen, maar ‘aangeven’. Laatst kwam ik het bij Arnon Grunberg tegen.

Angst voor eenvoud. Makelaars hebben er ook last van: „In de slaapkamer is een kast gerealiseerd”, lees je dan. Er waren momenten dat we er geen gat meer in zagen, maar uiteindelijk is de kast dan toch werkelijkheid geworden. Waarom niet gewoon ‘gemaakt’, ‘gebouwd’ of ‘getimmerd’?

Angst voor eenvoud. De huurder van een bedrijfspand ontving onlangs een acceptgiro met deze tekst: „De huur is per 1 juli verhoogd met 3 procent omdat de berekening via de consumentenprijsindex voor alle huishoudens lager uitvalt.”

Een zin zó virtuoos onbegrijpelijk, dat moet haast opzet zijn. Vermoedelijk is bedoeld: huren zijn gekoppeld aan de consumentenprijsindex, die is met 3 procent gestegen, dus de huur gaat met 3 procent omhoog.

Angst voor eenvoud. In de communicatie-industrie worden jaarlijks tientallen miljoenen euro’s verspild, domweg omdat teksten te moeilijk zijn. Taalbeheersing wordt uitgedrukt in een schaal van A1 tot C2. De bulk van de bevolking zit op en rond B1. Vrijwel alle publieksteksten van de overheid zijn van niveau C1, waar maar 15 procent van de bevolking zit. Voor de overige 85 procent zijn ze te moeilijk. Zonde van het geld. C1 is het niveau van de tekstschrijvers zelf, die bang zijn voor eenvoud. Woordenschat is het kenmerk van een hoge opleiding. Tekstschrijvers zijn ook taalliefhebbers – synoniemen verzinnen, clichés omzeilen, herhaling vermijden, vernuftige constructies, het is hun tweede natuur. Die zij in hun werk dus geweld aan zouden moeten doen, als kleuterleidsters die voor de klas A1 moeten spreken. Heb je daar nou al die jaren voor doorgeleerd?

Sommige zaken zijn te complex voor alledaags taalgebruik luidt het verweer dan. Dat is een mythe. Dat je een koopsompolis of een pensioencontract zonder verlies van inhoud kunt omzetten naar basistaal, is al vaak aangetoond. Waarom verwarring zaaien met ‘wanneer’, als je ‘als’ kunt zeggen? Woorden als ‘mits’ en ‘indien’ zijn altijd vervangbaar. Het ware obstakel is angst voor eenvoud.

De grote natuurkundige Werner Heisenberg zei: „Even for the physicist, the description in plain language will be a criterion of the degree of understanding that has been reached”. Albert Einstein liet zien dat dit ook opgaat voor de stelling zelf, toen hij dezelfde gedachte nóg simpeler verwoordde: If you can’t explain something simply, you don’t understand it well.

    • Jan Kuitenbrouwer