Een wijnbar in vermomming

Café De Klepel is geen eetcafé maar een drinkrestaurant. Ronald Hoeben telt 140 flessen wijn op de kaart.

Bijzonder

In deze crisistijden zijn het vooral de allersimpelste restaurantconcepten die publiek trekken. Op een betaalbare locatie en met zo min mogelijk handen in de keuken heeft de restaurateur de laagste vaste lasten en dus de beste kans om te overleven. En als die keuken dan laagdrempelig voedsel van hoge kwaliteit voor een betaalbare prijs serveert, liefst aangevuld met prettige wijnmogelijkheden, dan zijn in positieve zin de rapen gaar.

De Prinsenstraat ziet eruit als een van de Negen Straatjes, een van de duurste locaties van Amsterdam, maar hoort daar geografisch net niet bij. Het aloude Café De Klepel heeft er een andere bestemming gekregen. ‘Wijn en eten’ staat er nu op de ramen.

Je zou het bij het langsfietsen kunnen aanzien voor het zoveelste eetcafé, de Nederlandse invulling van de allernederigste restaurantklasse – als je de snackbar even buiten beschouwing laat. Maar bij De Klepel is iets anders aan de hand: aan het alledaagse bruine café-interieur is weliswaar weinig verspijkerd: een planken vloer, tafeltjes rond een centrale bar, Thonetstoelen aan ongedekte tafels met daarboven kale peertjes. De enige vreemde eend in de bijt is een enorme wijnklimaatkast. De uitbater en gastheer is dan ook een voormalig wijnhandelaar die een gerespecteerde cuisinier heeft aangetrokken om voor één driegangenmenu te zorgen dat een paar keer per week wisselt. De Klepel is geen eetcafé maar een drinkrestaurant.

Aan tafel

Over de bestelling hoeven we niet te dubben: op het schoolbord prijken vanavond uitsluitend Vichyssoise (koude, romige soep van aardappel), kalfssucade en panna cotta (28 euro). Over de vraag welke van de 140(!) flessen wijn we willen drinken zouden we lang na kunnen denken, maar we verkleinen de keus voor het gemak even tot één van de acht open witte wijnen: een Côte du Rhône (5,50 euro), even lekker als ongebruikelijk en geschonken in elegant Riedel kristal, dat je normaal gesproken alleen in geacheveerde eettempels tegenkomt.

Op het bord

Er komt uitstekend brood en boter met wat zout erop. Bij de keus voor tafelwater zit ook kraanwater. Uiteraard, zou je bijna zeggen. In de vichyssoise drijft een kloeke filet van rode poon naast een gulle hand Hollandse garnalen. De bediening hoeft niet te vragen of het gesmaakt heeft, we gebruiken het brood om de laatste soep van het bord te poetsen.

In afwachting van de kalfssucade schakelen we alvast over op glazen Givry en viognier (7 euro). De kalfssucade is een flinke moot, die zowel mals en sappig als van buiten krokant is. Hierbij wortel, aardappel, spinazie, cantharellen en een klassieke sauce Gribiche (koude, mayonaiseachtige saus met gehakt gekookt ei).

We omzeilen het dessert (panna cotta met koffie caramel), drinken nog meer wijn, genieten van een kaasplankje en sluiten af met koffie en een verfrissend fluitje bier.

De rekening

We halen met twee personen net de 100 eurogrens. De Klepel is een wijnbar die zich als een prettig eetcafé vermomd heeft.

    • Ronald Hoeben