Een middeleeuwse rage: de slibversierde tegel

Ze lijken zo doodgewoon: vloertegels. Maar wie zich verdiept in de omzwervingen van plavuisontwerpen, stuit op verrassingen. Hoe op een Utrechtse tegel een Brits stempel werd gedrukt.

Jachttafereel op Franse inlegtegels uit de 13de eeuw.Foto British Museum

Ergens in het noordwesten van Frankrijk, eind 12de eeuw, kreeg een plavuizenmaker een idee: druk voor het bakken in de nog zachte rode klei een houten stempel met een mooie afbeelding, bijvoorbeeld een Franse lelie of een griffioen, vul de indruk vervolgens met wit kleislib en schraap de plavuis af voor een scherp beeld. Deze ‘ingelegde’ of ‘slibversierde’ tegels werden een rage – eerst in Frankrijk en vanaf omstreeks 1230 op de Britse eilanden.

Ze zijn ook in Nederlandse vloeren gebruikt, vanaf 1300 ongeveer, maar hoe kwamen ze hier? Geïmporteerd? Hier gemaakt? Hier gemaakt door buitenlanders misschien? Mediëvisten, archeologen en bouwhistorici vragen zich dat al decennia af om zeker drie redenen. De verspreiding is merkwaardig: vrij veel in en rond de stad Utrecht, echt veel in Friesland en verder incidenteel. Ten tweede lijkt het erop dat de tegels hier schaars en duur waren, want je vindt er steeds maar een paar, soms zelfs maar één, omgeven door een mozaïek van effen tegels. Schaarste kan wijzen op import, bijvoorbeeld uit Vlaanderen. En de afbeeldingen zijn vaak bonkig en simpel, wat weer wijst op binnenlandse productie.

Die vragen winnen aan urgentie „nu zoveel Friese kerken worden herbestemd terwijl archeologisch onderzoek in kerkgebouwen nog altijd geen vanzelfsprekendheid is”. Dat zegt Albert Reinstra, specialist kerkelijke bouwkunst bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort. Hij bedekt een grote tafel met foto’s van Friese slibtegels. „Deze zijn bijna allemaal gevonden in kerkvloeren. Voor het multifunctioneel gebruik moet er vloerverwarming komen, of ze willen een keukentje of toiletten, of gewoon een praktische vlakke betonvloer.” Wat te doen met oude tegels die dan naar boven komen? In een kerk in Dokkum liggen ze nu in een doos op de zolder, in Longerhouw is een stuk verplaatst en die ligt nu in een hoek onder een glazen plaat in de vloer, in Exmorra hangt een selectie ingelijst aan de wand. Systeem ontbreekt, kennis is schaars. Ingelegde tegels hebben in Nederland maar sporadisch en fragmentarisch aandacht gekregen. „Het probleem wordt groter”, zegt Reinstra. „Vanochtend kreeg ik weer drie herinrichtingsplannen voor oude Friese kerken onder ogen.”

Iets dergelijks speelt nu in Utrecht. Deze zomer werd aan Ganzenmarkt 24 onder een meter puin een vroeg veertiende eeuwse vloer ontdekt van vermoedelijk zes bij acht meter. Archeologen van de gemeente en van onderzoeksbureau BAAC groeven een paar gaten, en overal bleek de vloer intact, zij het wat sleets, inclusief banden van ingelegde tegels met Franse lelies. Willem Klaassen, begeleider van de verbouwing van het pand tot grand café annex hotel: „Toen de vloer in zicht kwam, stond iedereen te juichen en te springen omdat hij zo mooi is. Maar helemaal vrij leggen? De vloer ligt een meter lager dan de straat.”

Krassen

Een oplossing is een glazen vloer op straathoogte met de middeleeuwse vloer mooi verlicht daaronder. Maar Klaassen vreest krassen op het glas door al het geloop en spinnewebben over de tegels. „Alleen voor specifieke mensen is het interessant. ” Gemeentelijk archeoloog Maarten van Deventer, die de vloer ontdekte, is „sterk voor behoud in het zicht. Het spreekt erg tot de verbeelding en die vloer zou juist een trekker zijn voor het publiek.” René van der Mark van BAAC, die ook een deel van het graafwerk deed: „Je moet ‘m zichtbaar maken, zoveel van die vloeren zijn er niet. Het zou ook mooi aansluiten bij het bezoekerscentrum dat onder het Domplein wordt gemaakt. En voor het restaurant zou de vloer een extra dimensie en cachet opleveren.” Het voorlopige plan van de projectontwikkelaar is om de vloer in de bodem te laten zitten en hooguit een klein deel zichtbaar te maken.

In het hoofdkwartier van de Utrechtse stadsarcheologie opent Tarq Hoekstra, stadsarcheoloog van 1972 tot 2001, de deur van een lange, smalle ruimte. Er staan rekken vol tegels, ook ingelegde, allemaal gevonden bij de kruising Oudenoord/Kaatsstraat in 1984. Een klauwende leeuw, Franse lelies, rozetten, een ridder te paard – sterke beelden en allemaal wat amateuristisch qua lijnvoering. De wonderbaarlijke figuren zijn als twitterberichten van zeven eeuwen geleden: zo’n tegel noopte tot beknoptheid van de visuele boodschap en veel details konden de Nederlandse houtsnijders niet kwijt in een stempel.

Hoekstra: „Een paar jaar eerder had een idiote Duitse dame, een soort archeologische hasjhond die de hele stad afzocht, daar bakresten gevonden. Dus toen dat gebied aan snee kwam wisten we dat we daar moesten gaan graven. We vonden er zeven ovens uit begin veertiende eeuw.” Eén daarvan was een tegeloven en veel misbaksels bleven ter plekke achter. „Kijk”, zegt Hoekstra, „bij deze is de witte klei tijdens het bakken gebarsten, daarom is hij vast weggegooid. Het mooie van misbaksels is dat ze gegarandeerd plaatselijk zijn gemaakt. Deze zijn aardig, maar niet fijnzinnig. Hier, deze leeuw, dit riddertje… Het haalt het niet bij Engelse tegels uit die tijd.”

We gaan de stad in, naar de Mariaplaats, waar Hoekstra voorgaat naar een kelder onder een nieuw appartementenblok. We kunnen er van buitenaf in en komen bij een vloer van een paar duizend kleine, effen tegels uit omstreeks 1340, die in 1994 aan het licht kwam tijdens onderzoek voordat de nieuwbouw begon. Rond de haardplaats ligt één randje ingelegde tegels, met Franse lelies. Hoekstra: „Dit vonden we onder een meter aarde en puin. En de architect zei meteen: ‘Dan maar wat minder parkeergarage!’”

Waarvoor we vooral kwamen hangt aan een wand: een paneel van 64 ingelegde tegels van 15 bij 15 cm uit een nabijgelegen middeleeuws huis. Vier tegels vormen samen steeds een heraldisch patroon, de lijnvoering is strak en professioneel. “Toen ik deze tegels bij de opgraving zag dacht ik meteen aan Engeland”, zegt Hoekstra. Hij stuurde afbeeldingen naar een Britse collega, die een spectaculaire ontdekking deed: tegels met exact dezelfde afbeeldingen waren ook gevonden bij Pleshey Castle in Essex. En exact betekent in dit geval: gemaakt met dezelfde stempels…

De vraag was vervolgens of de Utrechtse Pleshey tegels danwel de stempels de Noordzee over waren gegaan. Cees van Rooijen, nu werkzaam bij de RCE, leidde toen in dienst van de stad de opgraving en ontdekte spoedig dat er ook een paar Pleshey tegels lagen in de kerkvloer van Heukelum (nu in het depot van het Rijksmuseum), twintig kilometer van Utrecht. De vraag bleef, totdat Van Rooijen de opgravingsvondsten van Oudenoord erbij nam. “Daarvan had ik in 1987 een inventarisatie gemaakt en daarbij was een misbaksel opgevallen dat ik niet thuis kon brengen. Na de vondst van de Plesheytegels in 1994 heb ik ‘m erbij genomen, en het bleek er ook een te zijn! Daarmee hadden we een driehoeksverband Pleshey-Oudenoord-Mariaplaats.” Oftewel: een Engelse tegelmaker moet met medeneming van zijn houten stempels de Noordzee zijn overgestoken en ging in Utrecht aan de slag. Mogelijk was hij ook actief in Friesland, want ook daar zijn Plesheytegels gevonden. Of waren die in Utrecht gemaakt?

Detectivewerk

Ingelegde tegels zijn een prachtig startpunt voor archeologisch detectivewerk doordat die stempels stuk voor stuk uniek zijn. Connecties zoals Pleshey-Nederland zijn in Engeland al vaker gemaakt. Het beeld dat uit Brits onderzoek opdoemt is tweeledig. Sommige tegelovens leverden aan een reeks kastelen, kathedralen en kloosters in hun omgeving. En er waren tegelmakers die met hun stempels van klus naar klus trokken. Ter plekke werd een oven gebouwd, of er was er al een voor gewone plavuizen. Misbaksels bleven steevast bij de ovens achter.

Zeven eeuwen later kunnen we de stempelafdrukken vergelijken, en de misbaksels vertellen welke stempels bij welke oven werden gebruikt. Maar terwijl in Engeland tientallen ovens voor ‘inlaid tiles’ zijn gevonden, staat de teller in Nederland nog steeds op één. Hans Janssen, stadsarcheoloog van Den Bosch van 1977 tot 2007 mailt: „In de buurt van Den Bosch zijn misbaksels van slibversierde tegels gevonden, zodat we weten dat ze daar zijn gemaakt.”

Den Bosch is een van de plaatsen waar de tegels sporadisch zijn gevonden. Bij de RCE laat Reinstra een geïsoleerde vondst uit Enkhuizen zien: gedetailleerd en on-Nederlands verfijnd, van een bebaarde man, mogelijk Jezus. Dito tegels – maar net even anders, dus niet van hetzelfde stempel - zijn gevonden in Dordrecht, Winsum (Frl.), Terschelling en Longerhouw. Al met zijn het er maar een paar in heel Nederland. En dat zou weer wijzen op import.

    • Michiel Hegener