Digitale buren

1727

Het is niet ondenkbaar dat het gezellige roddelgesprek dat u vanmorgen door de telefoon met uw beste vriendin hebt gehouden door de Amerikaanse geheime dienst digitaal is geregistreerd en ergens in de onmetelijke archieven van onze grote bondgenoot ligt opgeslagen. Beschouw het als een bijverschijnsel van wat we de vooruitgang noemen. Het hoort tot de onvermijdelijke gang van de geschiedenis. Het hele openbare leven wordt gepolitioneerd, zei Rob Stolk, beroemd provo, ergens in de loop van de jaren zestig. Hij had de eerste automatische camera’s bij Albert Heijn ontdekt. Een halve eeuw later sta je wel tien keer per dag op de film, in de tabakswinkel, de Bijenkorf, de tram, misschien bij je buren als ze extra bang voor inbrekers zijn. Die camera’s zijn gewoon geworden.

Zo werkt het in de vooruitgang. Niet langer dan een halve eeuw geleden wist de gewone mens, de niet-specialist die nooit van een computer had gehoord, niet wat digitaal betekende. Ik herinner me nog goed dat ik mijn eerste elektronische schrijfmachine kreeg, een plat, relatief vederlicht apparaatje met een minuscuul langwerpig schermpje waarop je de regel zag die je juist getikt had. Digitaal. Drukte je op enter dan werd hij op het papier in de rol afgedrukt, elektrisch. Ik was trots. Dit wondertje werkte op vier dikke batterijen.

Ik ging ermee naar de Sovjet-Unie. Mijn plaatselijke vakgenoten waren jaloers. Tot de batterijen leeg waren. In dit hele wereldrijk waren zulke exemplaren niet te koop. Mijn wondertje was waardeloos geworden, ik moest weer met mijn vulpen schrijven. De elektronische schrijfmachine heeft het twee jaar uitgehouden en is toen ingehaald door de eerste laptops die werkten op een digitaal programma. Eerst kregen we hier WordPerfect 3.1, dat vlug werd ingehaald door 5.1, waarna Bill Gates met Microsoft op het toneel verscheen en al snel de wereldmacht had overgenomen.

Internet begon te groeien, razendsnel. Idealisten geloofden dat na al die eeuwen geworstel de fundamentele democratie eindelijk zou worden verwezenlijkt. Iedereen zou met zijn computertje zonder tussenkomst van welke betuttelende autoriteit dan ook de hele wereld laten weten wat hij van alles dacht. Ja, dat gebeurt nu, en het is niet altijd een pretje het te lezen. Schelden, uitleven van je bloeddorst en wraaklust horen ook tot de democratie. Dan zagen de ondernemers nieuwe kansen, wat eind vorige eeuw tot de internetbubbel heeft geleid. En verder profiteerde natuurlijk de wetenschap in de ruimste zin. Wat zouden we nu zonder de Wikipedia zijn?

Iedere uitvinding die deugt heeft de eigenschap dat ze zichzelf vervolmakend voortplant. Denk nog even aan de stoommachine, van James Watt tot de gigantische gestroomlijnde stoomlocomotief. En daarna was het gedaan met de stoomkracht, zelfs tot in het speelgoed. Wel jammer, want het zijn prachtige machines. Maar onze eigentijdse kinderen zijn tot de tanden toe uitgerust met digitale apparatuur, en zo te zien geweldig tevreden.

Ik ontken al die vooruitgang niet, maar tegen dit snel groeiende digitale universum heb ik van het begin af één groot bezwaar gehad. Je kunt niet zien hoe het werkt en als er iets kapot gaat kun je het niet zelf repareren. Alles zit in plastic doosjes of kasten waarin een geometrisch opgebouwde wirwar van draden is opgeborgen. Hierop een stukje tikken gaat gemakkelijker dan op een mechanische schrijfmachine en met een paar vingertikken heb je het verstuurd, desnoods naar de andere kant van de wereld terwijl het in het kastje blijft opgeslagen, maar gaat het ding kapot dan ben je totaal uitgepraat. De specialist moet erbij komen.

Genoeg geklaagd. Natuurlijk hebben de militaire wereld en de nationale veiligheid de nieuwe digitale wereld snel geabsorbeerd. En zo is ongeveer de afgelopen tien jaar een nieuw tijdperk in de spionage aangebroken. Uitgerust met het nieuwe gereedschap werden de geheime diensten aangegrepen door wat in de Duitse fenomenologie zo mooi genoemd wordt Der Antrieb des nicht genug Kriegen könnens. Sommige deskundigen vonden dat het uit de hand liep, dat er sprake was van een digitale paranoia en gingen de klok luiden. Zo zijn de laatste jaren een paar spionnen met een productie van een niet te bevatten omvang wereldberoemd geworden: Julian Assange en Edward Snowden. Terecht, want er worden meer geheimen dan ooit verborgen gehouden en daarvan zijn er weer meer dan ooit voor meer mensen levensgevaarlijk. Openbaarheid is een mondiale eis. Maar door de eigenaren van die geheimen, meest grote mogendheden, worden ze gehaat en vervolgd. Ze moeten asiel zoeken bij potentiële vijanden. Het verschil tussen spion en klokkenluider is niet verdwenen, maar begint wel te vervagen.

En toen, of de duvel ermee speelde, brandde vorige week in Leeuwarden het geboortehuis van Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari af. Op 15 oktober 1917 in Vincennes als spion gefusilleerd. Onschuldig, zoals ze zelf heeft volgehouden en later door haar biograaf Sam Waagenaar in zijn boek De moord op Mata Hari is bevestigd. In zekere zin is Mata Hari de voorloopster van onze nieuwe spionnen in het algemeen belang.