Denker op het asfalt

Het racen had Sebastian Vettel op zijn achtste al in de vingers. Zijn vader had hem als driejarige peuter in een kart gezet om hem van de straat te houden. De man die hem ooit ontdekte, zag het meteen. „Dat blonde ventje wordt een grote.”

Scheurtjes snijden door het asfalt van de kartbaan net buiten het grijze stadje Kerpen in Noordrijn-Westfalen. De witte verf van de finishlijn is op veel plekken weggesleten. De tribune – een grasheuvel met wat houten balken – is alleen bereikbaar via een modderig zandpad. Aan de start een achtjarige jongen met wildblonde haren. Bolle wangetjes ingeklemd in z’n helm. Hij is snel, zeker, maar de andere jongens ook. Hij eindigt als tweede. Uren na de race, als de schemering is gevallen en de andere jongens het avondeten al lang op hebben, staat hij nog op de baan. „Waar liet ik het liggen?’”

Dat was in 1995. Van Sebastian Vettel had niemand toen gehoord. Ook binnen de kartwereld was hij niet bijzonder. Gewoon een jochie dat handig is met een kart, net als zo velen. Toch werd hij eruit gepikt door de eigenaar van de Kerpense kartbaan, Gerhard Noack. Een teken aan de wand. Want Noack had eens eerder een achtjarige jongen gevraagd voor zijn lokale kartteam, en die heette Michael Schumacher.

Dit weekend kan Vettel voor de vierde keer op rij wereldkampioen worden in de Formule 1. Het verschil met de rest is groot. Wat maakt Vettel zo ongrijpbaar? En hoe belandde de zoon van een meubelmaker in misschien wel de snelste auto van de grid?

Gerhard Noack (61) is een grote man met een grijze snor. Hij rookt een sigaret in de onderdelenwinkel naast de kartbaan. De baan heeft hij verpacht, de winkel niet. Vaders met jongens in racekostuum lopen in en uit en schudden de hand van de Duitser. Hij is de man met connecties. Zijn hand schudden kan dus geen kwaad in de peperdure racesport – een vader is zo een ton kwijt aan één raceseizoen van zijn zoon.

Vettel was amper tien toen Noack zijn kartbaan verhuurde om de jonge Sebastian naar de top te helpen. Dat is gedurfd. Of niet? „Na Sebastians eerste races wist ik het al”, zegt Noack, „dat blonde ventje wordt een grote. Ik zag direct paralellen met Michael [Schumacher]. En ik zag gevaar. Zonder sponsoren komt hij er niet en gaat zijn talent verloren. Ik moest me om hem bekommeren, zo voelde het.”

Gas geven

Het racen had Vettel op zijn achtste al in de vingers. Zijn vader had hem als driejarige peuter in een kart gezet „om hem van de straat te houden”. Maar het gaat niet om gas geven en sturen, zegt Noack. „Er zijn genoeg jongens die goed sturen. Veel belangrijker is dat zo’n jongen in zijn hoofd bezig is met zijn sport.”

Hoe zag Noack dat bij Vettel? „Als de anderen in het hotel lagen, was Sebastian nog op de baan. Altijd maar zoeken naar verbetering. ‘Kan ik net iets harder door die bocht?’ ‘Had ik een paar centimeter naar rechts gemoeten op de finishstrook?’ Hij nam geen genoegen met een tweede plek.”

Noack steekt er nog eentje op en blaast zijn winkel nog wat blauwer dan die al is. „Won Sebastian niet, dan zocht hij de fout bij zichzelf. Anderen geven de schuld aan een manoeuvre van een concurrent of een crash. Maar zo werkt het niet.”

De jonge Vettel was geestelijk ijzersterk, is de boodschap van zijn ontdekker. En hij reed gewoon verschrikkelijk snel. Dat leverde prijzen op. En via Noack kwam Vettel aan een team. Op zijn dertiende tekende hij bij Red Bull, voor zijn twintigste zat hij bij de stal van BMW. Later keerde hij via Toro Rosso terug naar Red Bull, om daar de jongste wereldkampioen ooit te worden.

Ieder gesprek over Vettel gaat op een bepaald moment over zijn prille leeftijd. Hij was met negentien jaar de jongste coureur die een punt pakte op een Grand Prix, hij was de jongste om van poleposition te starten en is sinds vorig jaar ook nog eens de jongste die drie keer op rij de wereldtitel won.

Op de kartbaan in Kerpen is het druk. De bambiniklasse met zeven- tot elfjarige coureurs stelt zich op voor de start van de Thomas Knopper Memorial Race, genoemd naar een Nederlandse coureur die verongelukte. Michael Schumacher is er ook, als coach van zijn dochter en zoon die op de baan klaarstaan. Vettel wordt geregeld vergeleken met de zevenvoudig F1-kampioen. Niet alleen vanwege zijn Duitse nationaliteit, maar ook vanwege zijn rol in het team. Gerhard Noack: „Sebastian wil net als Michael alles weten van de auto. Als hij iets niet snapt van de techniek in de wagen, blijft hij net zolang met de monteur praten tot hij het begrijpt. Hij denkt met de monteurs mee en vraagt: ‘Wat kunnen wij veranderen om sneller te gaan?’”

In de kartbaancafetaria hangen foto’s van de twee Duitse coureurs aan de wand. Vettel als dertienjarig kartertje met een grote trofee in de hand, zijn grote voorbeeld Schumacher ernaast. Toch zint de bijnaam ‘Baby Schumi’ Vettel niet. „Noem me dan maar ‘Baby Vettel’”, antwoordt de Duitser steevast in interviews.

Qua karakter zijn het andere jongens, zegt Richy Schnock terwijl hij curryworsten omdraait in de cafetaria die van hem is. Naast curryworsten braden, organiseerde Schnock de wedstrijden waar Schumacher en Vettel als junioren aan meededen. Hij maakte ze van dichtbij mee. „Vettel was altijd heel netjes”, zegt Schnock. „Hij bedankte je altijd als je iets voor hem deed.”

En hij laat zich af en toe gaan. In Abu Dhabi bijvoorbeeld. Toen Vettel over de teamradio hoorde dat zijn eerste plek genoeg was voor zijn eerste wereldtitel, brak hij in tranen uit en snikte I love you guys.

Het tekent hoe Vettel zich gedraagt in het commerciële circus op wielen. Hij is losser dan de anderen. Toen hij met zijn team voor een race naar Bahrein vloog, haalde Vettel de koffers van alle teamleden van de bagageband en zette ze op een rij. De Duitser uit de buurt van Frankfurt plaatst zich niet boven de monteurs. En dat waardeert het team.

Bescheiden

Schnock zegt dat Vettel die bescheidenheid heeft meegekregen van zijn familie. Die was er altijd bij. Reed Sebastian een race in Kerpen, of waar dan ook in Europa, dan was de Vettel-camper erbij. Op vakantie ging de familie niet. Alles stond in het teken van Sebastians sport. Schnock: „Moeder Heike maakte het eten klaar. Zus Stefanie nam met een stopwatch de rondetijden van haar broer op. En vader Norbert was de coach, de beste die Vettel ooit had. Zonder hun steun was hij nooit zo ver gekomen.”

Sinds 2009 rijdt Vettel voor de renstal van Red Bull. Hij werd er groot en heeft er een contract tot eind 2015, van dertien miljoen euro per jaar. Dat is tien miljoen minder dan concurrent Fernando Alonso van Ferrari krijgt. Moet Vettel niet eens overstappen naar de Scuderia? Veel volgers denken van wel. Pas als Vettel in een andere auto racet, zullen we zien of hij werkelijk de beste van de wereld is, zeggen ze. En ze hopen op meer spanning.

Die ontbrak in de tweede helft van dit seizoen. Vettel hoeft morgen niet eens te winnen om het kampioenschap op drie wedstrijden voor het eind al te beslissen. Een vijfde plek voldoet. Deze keer mag Vettel wél wat laten liggen.

    • Tom Vennink