De Clio in de crossoverblender

Bas van Putten ziet de auto-industrie lijden aan de husselkolder. Wat voor auto is de Renault Captur eigenlijk?

In overzichtelijker dagen kende de personenauto vijf grondvormen; sedan, drie- of vijfdeurs hatchback, coupé, stationwagen en cabriolet. Die smaken waren er in klein, medium en groot. Minibus en terreinwagen stonden als werkpaarden voor aannemers en marktkooplui nog met één been in het beroepsvervoer.

Toen kwamen de mengvormen, de cross-overs. De stationcar versmolt met de personenbus tot mpv (multi purpose vehicle) en de terreinreus met de mpv tot suv (sports utility vehicle), terwijl gewone combi’s met vierwielaandrijving en kunststofbeplating tot semi-offroaders werden opgetuigd. Macho werd burgermode. Je begilde je om de verkoopargumenten. Met een vierwielaangedreven Volvo-station kon je ook een beetje het terrein op, waar Volvorijders niets te zoeken hebben. Een 4x4 waarmee je ook onder kantoortijd voor de dag kon komen sloeg twee vliegen in één klap, alsof een hardcore Land Rover niet representatief was.

Toen bleek dat je nonsens kon verkopen, gooide de auto-industrie haar hele vormenrepertoire in de crossoverblender. Wat nu aan cocktails rondrijdt, is een doorgedraaide ratjetoe. De Mini Paceman is de coupéversie van de Mini-suv die ik in mijn onbenulligheid voor mpv versleet, de Countryman. De Mercedes CLS Shooting Brake de stationvariatie van een vierdeurs coupé. De BMW X6 een suv met coupékont. Zinloos? Die auto’s hebben één uitermate constructieve functie; het uitkleden van een verveelde bovenklasse.

De Renault Captur brengt de husselkolder binnen het bereik van de gewone mens. Formeel is het een op de Clio gebaseerde kleine mpv. De carrosserie is fors hoger, de achterbank handig verschuifbaar, de kofferbak iets groter, hoewel niet zoveel groter dat je er een Clio voor zou moeten laten staan. Tegelijkertijd heeft hij iets van een compacte suv, wat hij als voorwielaandrijver zeker niet is. Hij is, als Goethes Mefistofeles, de geest die steeds ontkent. Hij kan geen stationcar zijn, dat is de Clio Estate al. Hij is niet de volwaardige mpv die de grotere Renault Scénic wel is. Hij is geen Clio met meer vlees, want de Captur moet van de formuledokters helemaal zijn eigen ding zijn.

Anderzijds: veel duurder dan de Clio is hij niet. Een toeslag van 2.500 euro voor die extra bagage- en hoofdruimte is verdedigbaar. Dan is het wel weer komisch dat het Captur-publiek niet op ruimte schijnt te zitten wachten. Kopers ruilen er hun ruimere Renault Scénic voor in. De magneetwerking van de Captur berust, neem dat maar aan, op zijn Captur-factor. Men ziet een lief coconnetje met frisse kleurtjes. Leuk autootje, hoor ik vrouwen zeggen, ik zag hem in oranje met wit dakje, enig. Pet af, chef-designer van Renault, jij weet wat versieren is.

Lifestyle-examen

Knap. Voor een designer zijn die lompe mpv-dozen een lijdensweg. Breng eens lichtheid in die vette koetsen. Ontwerpchef Van den Acker sloeg zijn slag door de Captur van onderaf een knietje te geven met een wigvormige zwarte sierlijst onder de deuren, voor de glans verluchtigd met een chroomstrip. Dat knikje aan de basis tilt het doosje op en geeft het de springerigheid van een levend wezen. Binnen heeft mijn grijze testauto, met wybertjes-striping, gifgroene sieraccenten rond de ventilatieroosters en het centrale bedieningspaneel. In plaats van tassen hebben de rugleuningen van de voorstoelen een netje van diagonaal gespannen gummikabels, stoer en toch lief. Geslaagd voor het lifestyle-examen. Als hij nou in godsnaam maar behoorlijk rijdt.

Dat doet hij. Niet als een BMW, waar trouwens geen Renault-rijder op zit te wachten, maar lichtvoetig en plezierig. Wat me aan kleine Renaults de laatste tijd bevalt, is dat ze zich niet groter voordoen dan ze zijn. De Captur zegt met Franse charme ‘nee’ tegen de van de Duitsers afgekeken premium-poeha die de halve Franse auto-industrie om zeep heeft geholpen. Het stomste wat je in deze prijsklasse kunt doen, is raffinement beloven dat je voor dit geld toch niet waarmaakt. Renault houdt het eenvoudig. Mijn dieseltje met 90 pk – snel zat – heeft in plaats van de tegenwoordig obligate zesbak ouderwets vijf versnellingen, meer dan genoeg. Hij mag vuil worden. Om de stoelen zitten afritsbare hoezen die je kunt vervangen of in de was kunt doen als je crossoverhond de boel heeft volgekotst. Het dashboard heeft net als de Clio R-Link, in al zijn eenvoud een van de fijnste touchscreenmultimediasystemen. Bestel je Captur wel met de parkeersensoren en de achteruitrijcamera van Pack City Camera. Zoals in vrijwel alle moderne auto’s is het uitzicht rondom waardeloos. Alleen verkrijgbaar in combinatie met R Link, dat dan weer wel.

    • Bas van Putten