Amerika kraakt ze allemaal

Toen John Kerry in april voor het eerst als minister naar Brussel reisde, kwam hij voor de NAVO. Hij had alleen tijd voor een lunch met ‘iemand van de EU’. Medewerkers op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken regelden die lunch op de automatische piloot, met de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso. Zo deden ze het vroeger ook: als de minister naar Brussel ging, wilde die de grootste prominent van Brussel spreken. Dat was de Commissie-voorzitter.

Maar Kerry’s mensen liepen een beetje achter. Sinds het Lissabon-verdrag zijn er méér prominenten in Brussel. Europees president Herman van Rompuy is achter zijn grijze muizenfaçade invloedrijker dan Barroso. Martin Schulz, voorzitter van het Europees parlement, heeft meer invloed dan zijn voorgangers. Wie een beetje had opgelet, had dit drie jaar geleden al geweten. Maar toen dit tot Kerry’s ministerie doordrong, was het te laat. De afspraak met Barroso stond.

Toen later bleek dat Kerry iets meer tijd zou hebben, begingen de Amerikanen een tweede blunder: ze vroegen Barroso of Van Rompuy mee mocht lunchen. Barroso vond dat vervelend. Het was zíjn lunch. Eindeloos werd er onderhandeld over wie het woord voerde, hoeveel mensen Van Rompuy meenam, enzovoort.

Deze anekdote bewijst niet alleen dat het tijd wordt dat Barroso in 2014 na bijna tien jaar iets anders gaat doen. Ze bewijst vooral ook hoe machtig Amerika aan het worden is. Het kan Washington weinig schelen wat er in Europa gebeurt. De veiligheidsdienst NSA mag rond de vorige jaarwisseling ruim 70 miljoen Franse telefoontjes hebben afgetapt – maar de informatie die ze daaruit halen gebruiken ze in elk geval niet om hun Europa-kennis bij te spijkeren. Zoveel is zeker.

De Amerikanen zijn niet meer op Europa gericht. Azië eist hun aandacht op. Er is een machtswedloop aan de gang. Wie gaat die winnen, Amerika of China? Washington zet alle zeilen bij om wereldwijd zoveel mogelijk toegang voor Amerikaanse bedrijven te forceren. Multinationals beheersen de mondiale economie. Zij hollen de macht van de staat uit en lappen (internationale) contracten die de staat sloot, aan hun laars. Maar zij slepen ook de digitale informatie binnen die de staat nodig heeft om nog enigszins aan de bal te blijven. Staat en multinationals vormen een cynische symbiose, maar zo werkt het wel.

Veel Europeanen denken dat Edward Snowden Washington enkel in verlegenheid brengt. Maar met zijn onthullingen over de NSA-taps bewijst Snowden vooral hoe machtig Amerika is. Mobiele telefoontjes van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, sms’jes van Franse ambassadeurs – Amerika kraakt ze allemaal.

Europa verwijt de Amerikanen dat ze de bankencrisis hebben veroorzaakt. Dat ze onze data stelen. Dat hun ministers meer naar Azië reizen dan naar Europa. Veel Europeanen lijken echt te geloven dat president Obama zich door de Russen te grazen liet nemen, door chemische wapeninspecteurs toe te laten in Syrië. Ha ha. Maar Kerry’s ‘verspreking’ over die inspecteurs was een bewúste verspreking. Dat Obama Rusland zo volop in het multilaterale bad heeft getrokken – precies waar hij ze hebben wou: een niet onbeduidend succesje – komt in weinig Europese hoofden op.

Pas als Europa toegeeft hoe machtig Amerika is, kan het zien hoe zwak het zelf staat. Zelfkennis is onontbeerlijk, als je proclameert dat je de wereld een meer leefbare kant op wilt sturen. Zwakken sturen namelijk in de regel niet. Die wórden gestuurd.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke zaterdag over Europa en politiek.

    • Caroline de Gruyter