Westen minder dominant in kunst

Marina Abramovic

Sjeika Al-Mayassa bint Hamad bin Khalifa Al-Thani van Qatar is de machtigste in de wereld van de hedendaagse kunst. Daarmee onderstreept het tijdschrift Art Review, dat gisteren zijn jaarlijkse ‘Power 100’ bekendmaakte, hoe niet-westerse landen tornen aan de westerse dominantie. De sjeika uit Qatar, directeur van de Qatar Museums Authority en zus van de emir, stuwt de prijzen voor topwerken op veilingen op met haar jaarlijkse budget van 1 miljard dollar (724 miljoen euro). Daarnaast ontpopt de QMA zich steeds vaker als sponsor van tentoonstellingen of projecten in westerse landen.

De groeiende rol van de opkomende landen is ook zichtbaar door het stijgend aantal vermeldingen in deze top honderd. Dit jaar zijn er 22 kunstenaars, verzamelaars, galeriehouders, curatoren of museumdirecteuren afkomstig uit Azië, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en Afrika. Vorig jaar waren dat er 14, in de eerste Power 100 uit 2002 waren het er drie.

Nederland speelt in de lijst bijna geen rol. Alleen twee kunstenaars die in Nederland wonen of gewoond hebben staan op de lijst. De Servische Marina Abramovic, die haar eigen performancecentrum gaat bouwen in New York, is na Ai Weiwei de invloedrijkste kunstenaar. Amsterdammer Steve McQueen, de Britse beeldend kunstenaar die nu furore maakt als filmregisseur, is een van de grootste stijgers.