Straf voor verdachte? Vraag het slachtoffer eens

Slachtoffers verdienen volwaardige positie in strafproces. Laat ze rechters adviseren, betoogt Harry Crielaars.

Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) presenteerde op 4 oktober een wetsvoorstel waarmee hij het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in de rechtszaal wil uitbreiden.

Tot nu toe mogen zij alleen spreken over de gevolgen van het misdrijf voor hen persoonlijk. Dit wetsvoorstel roept een adviesrecht voor slachtoffers in het leven, waardoor zij zich ook over het bewijs, de schuldvraag en de gewenste strafmaat mogen uitlaten.

Ik ben als algemeen directeur van Slachtofferhulp Nederland groot voorstander van spreekrecht, maar zie ook dat het tot protest heeft geleid in de media. Zoals er ook al protest was toen het spreekrecht werd ingevoerd. De meest gehoorde argumenten ertegen wil ik hier weerleggen.

Argument 1: ‘Het slachtoffer hoort niet thuis in het strafproces, want het is een zaak tussen OM, dat de maatschappij vertegenwoordigt, en verdachte. Het strafproces is geen therapie voor het slachtoffer.’ Het gaat niet alleen om de maatschappelijke norm, maar ook om de inbreuk op de rechten van het slachtoffer. Dat geeft ze recht betrokken te worden in het strafproces, voor de uitkomst zullen zij dan meer begrip hebben. De psychische schade kan inderdaad moeilijk door het spreekrecht worden hersteld. Voornaamste doel is zichtbaar maken dat er rechten van burgers geschonden zijn.

Argument 2: ‘Spreekrecht zet de deur open voor emotie in de rechtszaal. De rechter wordt daardoor afgeleid van waar het werkelijk om gaat: de strafzaak tegen de verdachte.’ Ook een verdachte of getuige kan emoties uiten op een zitting, waarom een slachtoffer dan niet? De rechter is professioneel genoeg om feiten van gevoelens te scheiden.

Argument 3: ‘Met het adviesrecht mengt het slachtoffer zich heel direct in het proces. De verdediging kan het slachtoffer daarop aanspreken. Een felle bejegening kan hem opnieuw pijn doen.’ Het is aan het slachtoffer of hij het risico op een onaangename ondervraging wil lopen of niet. Zijn advocaat of iemand van Slachtofferhulp zal hem daarin begeleiden.

Argument 4: ‘Het adviesrecht is juridisch te ingewikkeld voor de meeste slachtoffers. Ze zullen niet ter zake doende argumenten naar voren brengen en te hoge straffen eisen. Worden die niet opgelegd, dan zullen ze teleurgesteld raken.’ Slachtoffers willen niet altijd hogere straffen, maar hebben soms wel specifieke wensen zoals een straat- of contactverbod. De erkenning zit ‘m eigenlijk in de gemotiveerde reactie van de rechter, zelfs al valt zijn beslissing negatief uit. Voor slachtoffers is het bovendien mogelijk om hun adviesrecht uit te laten oefenen door een gemachtigde. Dit kan een juridisch medewerker van Slachtofferhulp Nederland zijn of een advocaat.

Argument 5: ‘Als de verdachte wordt vrijgesproken, heeft hij ten onrechte de verwijten van het slachtoffer over zich heen gehad.’ Dit is niet in strijd met het onschuldbeginsel, want ook de officier van justitie laat zich uit over het bewijs, de schuld en de strafmaat.

Kortom, het adviesrecht geeft het slachtoffer een volwaardige positie en is daarmee een verrijking voor het strafproces.