Stel je eens voor dat ze op Texel aanspoelen

Bootjes met Afrikaanse vluchtelingen blijven maar arriveren in Zuid-Europese landen Malta en Italië willen hulp van Europa Daarom gaat een EU-top een keer niet enkel over de eurocrisis

Correspondent Zuid-Europa

Met ruim 400.000 inwoners op een oppervlakte van twee keer Texel is Malta de kleinste lidstaat van de EU. Tegelijkertijd heeft het ministaatje tussen Italië en Libië de reddingsverantwoordelijkheid voor 250.000 vierkante kilometer zee. Een gebied zeven keer zo groot als Nederland. Nu dit jaar weer veel bootjes met migranten de oversteek maken van Afrika naar Noord-Europa, trekt dit een zware wissel op de eilandbewoners en hun leger.

Voor Zuid-Europa staan Malta en het nabijgelegen Italiaanse eilandje Lampedusa daarmee symbool voor de scheve verhoudingen in de EU. Mediterrane landen vinden dat zij een onevenredig zware last dragen bij het redden en opvangen van irreguliere migratie. Hoewel de overgrote meerderheid van de illegalen niet via zee naar de EU komt, maar over land en per vliegtuig, is het migratiedebat na meerdere scheepsrampen eerder deze maand hoog opgelaaid.

Zuid-Europa wil van de rest van de Unie meer ‘solidariteit’. „Europa komt alleen in actie voor een financiële crisis, maar is diep in slaap als er een humanitaire crisis plaatsvindt. Malta en Italië staan in de kou”, zegt de Maltese premier Joseph Muscat.

De Zuid-Europese landen trekken samen op. Ze eisen meer middelen voor het grensbewakingagentschap Frontex. Ze klagen dat het Dublin-II verdrag, dat bepaalt dat migranten in land van aankomst asiel moeten aanvragen, gedateerd is. En ook disembarcation, de plicht om schepen met vluchtelingen naar eigen havens te brengen, bekritiseren ze. Voorts willen ze dat Europa meer betrokkenheid toont bij de zuidoever van de Middellandse Zee.

Met welk antwoord regeringsleiders ook komen op hun top in Brussel, het zal nieuwe tragedies op zee niet meteen kunnen voorkomen. Laat staan de stroom bootjes volledig stoppen. „Het is een illusie te denken, dat dit probleem op te lossen is met alleen meer bewaking. Het blijft altijd symptoombestrijding”, zegt Lukas Gehrke, die voor het Weense migratiebeleidinstituut ICMPD onderzoek doet naar migratiestromen in het mediterrane gebied. „Er zijn geen tovermiddelen. Wel middelen die beter zijn dan degene die we nu gebruiken.”

Hij bepleit meer aandacht voor de landen waaruit de migranten afkomstig zijn en de landen waarvandaan ze afvaren. „Door de Arabische Lente zijn landen als Libië en Egypte instabiel. Met de oorlog in Syrië hebben we een humanitaire ramp aan onze buitengrenzen. Hier zullen we nog lang de gevolgen van merken.”

Volgens Gehrke staat Europa na vijftien jaar praten nog maar aan het begin van een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid. „Waarbij migratie vooral als bedreiging wordt gezien.” Terwijl het vergrijzende en steeds hogeropgeleide Europa de jongere, laaggeschoolde arbeidsmigranten juist nodig zal hebben.

Gehrke merkte deze week in Brussel onder beleidsmakers en politici „een groeiend besef dat een alomvattende aanpak nodig is. Maar politici vrezen dat hun electoraten er niet klaar voor zijn. Nationale debatten zijn niet erg op feiten gebaseerd.” Europa kijkt liever naar een eerder beproefd middel: bilaterale akkoorden met vertrek- en transitlanden. Italië deed dit met Libië, wat goed werkte tot aan de val van Gaddafi. Spanje sloot deals met Marokko, Senegal en Mauretanië. Die regeringen worden financieel en materieel geholpen om beter op hun grenzen te letten. Burgers krijgen in ruil iets makkelijker legaal toegang tot Europa. Het aantal bootmigranten naar de Canarische Eilanden kelderde van dertigduizend in topjaar 2006 tot driehonderd vorig jaar.

Maar ook hier kleven nadelen aan, zegt Richard Youngs, onderzoeker van het Brusselse filiaal van de Amerikaanse denktank Carnegie. „Politiek kapitaal dat je als Europees land investeert in zulke akkoorden, kun je niet op andere gebieden uitgeven. Bijvoorbeeld om van die landen te vragen dat ze hun economie liberaliseren of politiek minder repressief worden. Terwijl dat juist op de lange termijn de prikkels zou kunnen wegnemen voor mensen die landen te verlaten.”

    • Merijn de Waal