Soja Opmars van peulvrucht in de polder

Europa importeert te veel soja, vindt de Europese Commissie – dus wordt het verbouwen van deze bonen in Europa gestimuleerd. De eerste in Nederland verbouwde soja brengt al evenveel op als de Braziliaanse.

Foto's Rien Zilvold

Maandagmiddag, begin oktober, op een sojaveldje in het Brabantse Zevenbergen. Het maaien op deze zonnige dag gaat boven verwachting. Akkerbouwer Örjan Schrauwen hoefde de maaidorser die hij normaal voor zijn tarwe gebruikt niet eens zo veel aan te passen, vertelt hij over het lawaai van de motor heen. De dorstrommel heeft hij wat versteld, de zeven staan wat meer open en de ventilator blaast wat harder. „En kijk, hij werkt prima.”

Zo voor in de cabine is er goed zicht op de sojastengels die de draaiende maaibalk afsnijdt. De peulen zijn mooi rijp, te zien aan de donkerbruine kleur. Achter de cabine blaast de ventilator de witte bonen richting een graantank. Een stukje verderop schieten twee hazen over het veld.

Örjan Schrauwen is een van de elf akkerbouwers die dit jaar voor het eerst in de geschiedenis op een Nederlandse akker soja heeft verbouwd. Een unicum – het gewas wordt normaal geteeld in gematigde en (sub-)tropische klimaten in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en op minder grote schaal in Europa. Soja behoort met mais, tarwe, rijst en gierst tot de meest verbouwde gewassen in de wereld. De eiwitten en olie van soja zitten in koekjes, chocola, toetjes, kant-en-klaar sauzen, soepen, chips, zeep, zalf en nog veel meer supermarktproducten. Vanuit de VS en Latijns-Amerika importeert de EU jaarlijks zo’n 12,5 miljoen ton droge bonen voor cosmetica en voeding. Maar het meeste gaat naar de intensieve veehouderij; er wordt 23 miljoen ton eiwitrijk sojameel geïmporteerd voor kippen, koeien en varkens.

De praktijktest met de sojatelers past in de plannen van de ‘Nederlandse Sojacoalitie’ van tien maatschappelijke groeperingen, die streven naar duurzamere sojateelt. Sinds 2007 steeg de productie met meer dan 25 procent – de stijging hangt vooral samen met de groei van de consumptie van vlees, zuivel en eieren, waardoor de mondiale veestapel steeds groter wordt. Deze uitbreiding leverde zowel sociale problemen (landconflicten, moderne slavernij) op als milieuproblemen (ontbossing, genetische modificatie) in de productielanden.

Milieudefensie en Jongeren Milieu Actief overhandigden in september 17.500 handtekeningen aan Unilever met het verzoek om ‘oerwoudvrije’ Magnum-ijsjes: ijsjes gemaakt van melk van koeien die regionaal geteeld veevoer kregen. Oprukkende sojaplantages zorgen in Latijns-Amerika voor het verdwijnen van oerwoud.

Unilever wilde nog er nog niet aan (‘Met Europese soja kunnen we de wereld niet voeden’), maar de milieugroepen kregen wel al twee Nederlandse biologische zuivelbedrijven zover om ‘oerwoudvrije’ ijsjes en ‘oerwoudvrije’ kazen te maken.

Ook de Europese Commissie heeft belangstelling voor regionaal geteelde soja. Die heeft aangegeven van zijn extreem zware afhankelijkheid van import-soja af te willen. Slechts 3 procent van het verbruik wordt in Europese landen als Italië en Hongarije geteeld. De rest komt voornamelijk uit Brazilië en Argentinië, waar het areaal elk jaar met 2,5 procent toeneemt.

Soja in de polder

De praktijktest wordt uitgevoerd door de coöperatie Agrifirm, die voor zijn 18.000 aangesloten boeren en tuinders zaaizaad, diervoerder, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen inkoopt. Vorige week had onderzoeksleider Martijn Buijsse de opbrengsten uitgerekend van alle elf Nederlandse sojatelers. „Gemiddeld 2,7 ton per hectare”, zegt hij. „Daar zijn we echt heel blij mee.” Afgaande op cijfers van de VN-organisatie FAO is het ongeveer evenveel als in Brazilië, Argentinië en in de VS die ook rond de 2,7 ton per hectare schommelen. Het is veel meer dan in China (1,7 ton) en twee keer zoveel als in India en Afrika (rond de ton per hectare).

Maar het gaat natuurlijk nog wel om maar elf ‘postzegeltjes’; de akker van Örjan Schrauwen is 2,7 hectare. In Brazilië zijn bedrijven met 5.000 tot 10.000 hectare soja geen uitzondering. Die kleinschaligheid maakt ‘Nedersoja’ nog te duur voor veevoer, vertelt Buijsse. In Brazilië gaat die soja naar enorme verwerkende fabrieken, vanwaar de meel in enorme schepen richting Rotterdam en Amsterdam gaat – een kwart van alle geïmporteerde door de EU loopt via de Nederlandse havens. In Nederland moet voor elke soja-akker apart een vrachtwagen naar de fabriek rijden.

Gelukkig krijgen de Nederlandse akkerbouwers dit jaar wel 20 tot 30 procent meer voor hun soja dan de wereldprijs. De Nederlandse soja gaat namelijk naar een fabriek voor sojamelk in Hamburg, van het Oostenrijkse bedrijf Mona Naturprodukte. En Mona Naturprodukte wil gegarandeerd in Europa geteelde ‘non-gm sojadrink’. Ruim 85 procent van de soja in Zuid-Amerika is door genetische modificatie (gm) resistent gemaakt tegen onkruidbestrijdingsmiddelen. De vraag naar niet-gemodificeerde soja (non-gm soja) is de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Zo hebben in mei twintig supermarktketens, waaronder Lidl, Spar Oostenrijk en het Duitse Kaufland verklaard zich in te zetten voor levensmiddelen met gegarandeerd non gm-soja-ingrediënten. Omdat overzeese soja vrijwel allemaal is gemanipuleerd, heeft de Europese soja een voordeel: het verbouwen van gm-soja is in de EU (nog) niet toegestaan.

Nederlandse boeren zijn goed

Maar het is niet zeker dat de prijs voor niet-gemodificeerde soja zo hoog blijft, dus er zijn nog forse investeringen nodig om de ‘Nedersoja’ concurrerend te maken. Als het voldoende partners kan vinden, wil Agrifirm volgend jaar opschalen naar 200 tot 300 hectare soja. De nieuwe Nederlandse sojatelers hebben training nodig, er moeten nog bemestingsproeven worden gedaan en nog schimmel- en onkruidbestrijdingsmiddelen worden toegelaten voor specifiek de sojateelt. De coöperatie streeft naar een opbrengst van tenminste 4,5 ton per hectare over tien jaar. Met die opbrengst kan de akkerbouwer er, ook als hij de soja voor veevoer verkoopt, evenveel aan verdienen als aan wintertarwe. Dat de VS na veertig jaar soja-onderzoek nog steeds op 2,7 ton per hectare zit, ontmoedigt Buijsse niet. „Nederlandse boeren zijn heel goed, ze halen met mais en tarwe ook hogere opbrengsten dan overzee.”

Buijsse zit in een commissie die de EU adviseert hoe meer eiwit van eigen bodem is te halen. Die commissie kijkt onder andere naar het zogenoemde Danube Soya Assocation. Dit Midden-Europese netwerk nam zich vorig jaar in Wenen voor om grootschalig soja te gaan verbouwen in vijftien landen waaronder Italië, Duitsland, Polen en Hongarije. En er zijn meer Europese initiatieven. Zo wil nu ook het landbouwkundig instituut ILVO in Vlaanderen sojateelt in België gaan onderzoeken, met hulp van Agrifirm.

Örjan Schrauwen zou graag meer Europese soja zien, vertelt hij. Het is goed voor de bodem omdat het stikstof uit de lucht bindt en omdat het akkerbouwers een extra keuzemogelijkheid geeft. Maar of hij volgend jaar zelf ook weer soja gaat telen, hangt af van de prijs die hij er straks voor krijgt. Hij moet er per hectare wel evenveel aan kunnen verdienen als aan wintertarwe. „En die prijs is nu heel goed.”