Column

Smurfin

Afgelopen weekend was ik in België om een bevriende striptekenaar op te zoeken. ’s Avonds in een Leuvens café kwam het gesprek op de smurfen – hij vond het maar moeilijk te aanvaarden dat er bij iedere bioscoopfilm nieuwe personages aan de smurfenpopulatie werden toegevoegd. Ik heb daarentegen altijd al grote problemen gehad met de smurfen. Om te beginnen het werkwoord ‘smurfen’ – dát is pas taalverloedering. Je weet gewoon dat die arrogante smurfen best over de benodigde woordenschat beschikken, maar het simpelweg vertikken even verder te denken. Ook blijft het die dubieuze bijklank hebben: ik zie toch Grote Smurf voor me die zwaar ademend vraagt of hij zijn smurf even in mijn smurf mag smurfen omdat-ie daar zo van opsmurft – dat idee. Daarbij is geen enkele smurf sympathiek en inspireren ze tot liedjes waarin de meest noodzakelijke vraag blijkbaar bestaat uit ‘kunnen jullie door een waterkraan’.

Tegen de vriend zei ik dat ik ook mijn twijfels had bij de aanwezigheid van Smurfin. Eén vrouw op een heel dorp vol mannen – hoe zat dat? Hanteerden ze bezoekregelingen? Wie mocht haar de buitenspelval uitleggen? Met wie moest ze haar cyclus synchroniseren? Daarop vertelde hij wat de precieze ontstaansgeschiedenis van Smurfin is – het meest ridicule verhaal dat ik in tijden had gehoord.

Ooit leefden de smurfen in een opgewekte, zorgeloze mannenmaatschappij vol smurfenbromance en onduidelijke voortplantingsmethoden. Daarop bedacht Gargamel in zijn oneindige slechtheid een plan: wat zaait twist en verdeeldheid? Jawel: een vrouw! Hij maakte de Smurfin door nauwkeurig het recept te volgen: „Een behoorlijke dosis vooringenomenheid… de hersens van een garnaal… een karaat doortraptheid… een grote mate aan snoeplust…” De ingrediënten stapelen zich op: kwade trouw, hoogmoed, zotheid, sluwheid, verkwistendheid – langzaam begin je te vermoeden dat de auteur een keer voor het oog van al zijn vrienden gedumpt is. Het plan werkte echter niet: Smurfin was namelijk lelijk. Ze had een gescheurde jurk, een grote neus en droog, zwart haar. De smurfen moesten niets van haar hebben, verstootten haar uit het smurfendorp en gingen gewoon verder met zachtjes elkaars ballen masseren. Tot Grote Smurf medelijden kreeg met de verdrietige Smurfin, en in zijn oneindige wijsheid deed wat gedaan moest worden: hij gaf haar een magische make-over. Een golvende bos peroxidehaar, een stel kittige pumps en een nose job later zijn Smurfins kansen gekeerd: iedereen valt voor haar. Dat ze nog steeds is samengesteld uit de adem van Satan is iedereen alweer vergeten: kijk hoe mooi haar jurk glanst! Kijk die bevallige blauwe enkeltjes!

Ik heb weleens iets gelezen over het Smurfin-principe: alle mannen vertegenwoordigen verschillende karaktertrekken of beroepen, terwijl de Smurfin slechts als functie heeft: vrouw. Maar eigenlijk gaat het dus nog verder: haar bestaansrecht bestaat uit een móóie vrouw zijn. Een belangrijke les uit het smurfendorp dus: een vrouw wordt getolereerd, mits ze een beetje smurfbaar is. Ik heb het altijd al geweten – smurfen zijn niet oké.